Studeren gaat uiteindelijk niet om de punten

In de centrale halStuderen per studiepunt. Enkele universiteiten en hogescholen gaan ermee experimenteren, waaronder onze hogeschool. Vorige week stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Bussemaker (OCW) om een proef hiermee toe te staan. De minister wil zo tegemoet komen aan de wens van studenten om flexibeler te kunnen studeren.

Meer flexibiliteit voor studenten, die zo nóg beter hun eigen carrière vorm kunnen geven: wie kan daar tegen zijn? Behoorlijk wat mensen, zo bleek. Toen coalitiepartijen PvdA en VVD – die het plan samen met studentenorganisaties ISO en LSVb bedachten – het vorig jaar in de Kamer voorstelden, kwam het hen op veel kritiek te staan. Gaat het onderwijs op een afhaalchinees lijken? Wat gebeurt er met impopulaire maar belangrijke vakken?

Nu is het niet zo dat alle studenten hun onderwijs opeens per punt kunnen gaan uitkiezen. Dit wordt alleen mogelijk voor voltijdstudenten die naast hun studie andere activiteiten (bijvoorbeeld in de medezeggenschap) ondernemen of zich door bijzondere omstandigheden (ziekte, mantelzorg) niet volledig op hun studie kunnen richten. Bovendien gaat het zoals gezegd om een pilot. Deze biedt ons de gelegenheid om zorgvuldig om te gaan met de nieuwe studievorm, door te experimenteren en te onderzoeken wat de impact is, zowel voor het studiesucces en de studiebeleving van de student als voor de organisatie: wat betekent verdere flexibilisering voor onze onderwijsinrichting en voor de ondersteunende processen en systemen?

Genoeg vragen dus. Maar over één ding kunnen we duidelijk zijn: wij zien de flexibilisering van het onderwijs als een noodzakelijke trend om studenten zelf – zonder meerkosten – het studietempo te laten bepalen zodat de combinatie met (bestuurs)werk, topsport, zorgtaken of het opzetten van eigen onderneming makkelijker wordt. Studiesucces wordt zo niet langer gedefinieerd door het aantal jaren dat iemand studeert, maar door de inhoudelijke opbrengst. Daar is het uiteindelijk om te doen: een goede professional worden met optimale kansen op een passende carrière. Een toekomst op de arbeidsmarkt is voor iedereen van groot belang. De kans daarop mag niet worden verkleind doordat de planning en financiering van het onderwijs niet passen op de omstandigheden die zich bij studenten voordoen, of dat nou zwangerschap is of zorgverlof, een bijzonder project of ontwikkelkansen in bijvoorbeeld het bestuur van een studentenvereniging.

Ons onderwijs moet ook in beweging blijven om gelijke tred te houden met de samenleving. De diversiteit in de stad neemt toe, banen verdwijnen én ontstaan door technologische vooruitgang. Het passend opleiden van mensen uit alle lagen van de bevolking in onze stedelijke regio voor deze dynamische beroepspraktijk, vraagt om flexibel onderwijs en dus om beweeglijkheid bij ons. Ik zie dit nieuwe experiment als een mogelijkheid om nog meer mensen de kans te bieden op onderwijs en om zo te werken aan het verkleinen van de tweedeling in onze maatschappij; de tweedeling tussen mensen mét en mensen zonder toekomstperspectief.

Ons onderwijs is zo een belangrijke sociale voorziening in onze stedelijke omgeving. We moeten elke kans benutten om zo goed mogelijk invulling te geven aan deze belangrijke taak.

Jan Bogerd

Leave a Reply