De patiënt verdient aandacht, niet de operatie

Heidelberglaan 7In 2012 maakte het ministerie van Onderwijs en Cultuur (OCW) met alle hogescholen en universiteiten afspraken over te behalen prestaties. Door een deel van het onderwijsbudget te koppelen aan het al dan niet behalen van deze prestatieafspraken, wilde het ministerie meer invloed hebben op onder andere het rendement en de kwaliteit van het onderwijs. De afspraken hadden een looptijd van januari 2013 tot eind 2015. De Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek bracht vandaag een positief advies uit over de HU: hoewel wij niet alle ambities binnen de afgesproken tijd hebben weten te realiseren zijn wij als hogeschool in staat gebleken onze eigen strategische agenda en de prestatieafspraken aan elkaar te verbinden, en dat is best iets om trots op te zijn. We hebben verder gekeken dan het behalen van de indicatoren uit de prestatieafspraken en onze eerder uitgezette koers weten vast te houden, waarbij de prestatieafspraken ons hielpen onze visie en ambities aan te scherpen.

Toch kijk ik met gemengde gevoelens terug op die prestatieafspraken. We zijn allemaal voor verbetering van onderwijskwaliteit en studierendement, maar is dit de beste wijze om daartoe te komen? De prestatieafspraken richten zich voornamelijk op input en output: wat is het percentage aan het begin en wat is het percentage na genomen maatregelen? Veel minder werd gekeken naar de brede impact en de impact op lange termijn. Neem bijvoorbeeld het studiesucces. Wil je dit verbeteren, dan kan je de instroomeisen verhogen zodat je enkel nog mensen binnenhaalt waarvan statistisch het hoogste slagingspercentage wordt verwacht. De operatie is dan geslaagd, maar met de patiënt – het hoger beroepsonderwijs in onze regio – gaat het niet beter. In tegendeel. Je zet mensen dan buitenspel en werkt aan tweedeling in de maatschappij. Als hogeschool willen wij juist het onderwijs toegankelijk houden voor iedereen, ook voor groepen die te kampen hebben met een hoge uitval, zoals mbo-ers en studenten met een niet-westerse achtergrond. Hun uitval heeft immers niet te maken met een gebrek aan talent of potentie, maar met andere factoren, zoals de andere leerstijl van het hbo of een gebrek aan begeleiding vanuit het eigen sociale netwerk. Bij het nemen van maatregelen om het studiesucces te verhogen, nemen we nadrukkelijk ook deze groepen mee. We verhogen niet de toegangseisen maar investeren in een betere begeleiding van deze groepen, zodat ook zij aan de toegangseisen kunnen voldoen. Met zo’n langetermijnaanpak mislukt dan wellicht de operatie – de afgesproken stijging van het studiesucces wordt niet tijdig behaald -, de patiënt wordt er een stuk gezonder mee: we zorgen dat iedereen zijn talenten met onderwijs kan ontplooien en dat er voor alle groepen in onze samenleving kansen zijn op de arbeidsmarkt. Gelukkig had de Reviewcommissie wel oog voor dit streven van onze hogeschool, maar het zou beter zijn geweest als de prestatieafspraken zelf meer gericht waren geweest op deze impact op de lange termijn en minder op de directe output.

Is het afleveren van goede professionals voor de beroepspraktijk hetzelfde als ‘snel’ professionals afleveren? Moeten er geen indicatoren komen die kijken of we het maximale uit individuele studenten weten te halen? Vergelijkbare vragen liggen op het terrein van de HU onderwijsvisie. Is het nog wel zinvol een aantal contacturen af te spreken als we juist de student willen laten bepalen hoeveel interactie hij of zij nodig heeft, en we met blended learning leersituaties mogelijk maken die voor sommige studenten veel effectiever zijn dan direct contact?

We praten hier graag verder over, ook met het ministerie van OCW. Maar dan liefst wel als gelijkwaardige partners. De financiële gevolgen die aan de prestatieafspraken verbonden zijn, creëren een afhankelijkheidspositie die een rem zet op het open gesprek en het brengt het risico met zich mee dat je te lang blijft sturen op zaken die door ontwikkelingen in het onderwijs of de maatschappij achterhaald zijn. Laten we in een gelijkwaardige relatie blijven praten over beter onderwijs: met de overheid, kennisinstellingen onderling, en met de regionale partners voor wie we opleiden en zonder wie we de afgelopen jaren nooit succesvol onze onderwijs- en onderzoekspraktijk hadden kunnen verbeteren.

Jan Bogerd

Wil je meepraten over nut en gevolgen van de prestatieafspraken voor de onderwijspraktijk en over onze strategische koers? Dat kan tijdens de dialoogsessie met het College van Bestuur van donderdag 27 oktober, waarin we de prestatieafspraken als centraal thema hebben. Je hoeft je niet aan te melden maar kan gewoon binnenlopen: 12:30 tot 13:30 uur, Daltonlaan 500, ruimte 2.13. Kijk in de agenda op HU Ontwikkelt voor andere ontmoetingsmomenten met het CvB.

2 Responses to “De patiënt verdient aandacht, niet de operatie”

Leave a Reply