Kwaliteit van leven: samen zorg dragen

In de politiek wordt vaak gesproken over ‘de zorg’, alsof het een duidelijk afgebakend geheel betreft. De praktijk is anders. Maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe inzichten, technologische ontwikkelingen: ‘De’ zorg is meer een beweging dan een afgebakend geheel. De kwaliteit ervan is dan ook meer afhankelijk van samenwerking dan van onafhankelijke instituten. De Landelijke Werkdag Zorgpact, die 8 december werd gehouden, stond in het teken van dergelijke samenwerking; regionale samenwerking tussen zorginstellingen, onderwijsinstellingen en lokale overheden met als doel: betere zorg voor iedereen, door goed opgeleide en kundige professionals. Ik was namens Hogeschool Utrecht aanwezig en mocht daar vertellen over de succesvolle samenwerking tussen onderwijs en beroepspraktijk. De HU is namelijk betrokken bij Zorgpact Midden Nederland, dat kijkt naar de impact van innovaties in zorgberoepen. Wat zijn de competenties voor professionals in de zorg van de toekomst? Hoe moeten de opleidingen van toekomstbestendige professionals eruit zien?

Jan op de Landelijke Werkdag Zorgpact, 8 december 2016
Jan op de Landelijke Werkdag Zorgpact, 8 december 2016

 

De HU is niet alleen betrokken als opleider van die toekomstbestendige professionals. Ook met ons praktijkgericht onderzoek dragen we bij aan de innovatie van de zorg in onze regio. Daarbij richten wij ons met name op de toenemende behoefte aan zelfmanagement of, zoals ik het liever noem, zelfredzaamheid: het optimaliseren van het vermogen van mensen om goed met chronische aandoeningen om te gaan en langer zelfstandig te blijven wonen, met behoud van kwaliteit van leven. Technologische (e-Health) toepassingen, zoal we onderzoeken in ons CareTechLab, spelen hierbij een belangrijke rol. De behoefte aan meer zelfredzaamheid komt deels voort uit de toenemende druk op de gezondheidszorg door de vergrijzende bevolking. Maar we zijn ook anders naar gezondheid gaan kijken: ‘kwaliteit van leven’ is centraal komen te staan in plaats van ‘vrij van gebreken’. In de definitie van arts-onderzoeker Machteld Huber: “Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.”

Zo’n andere kijk op gezondheid is alleen vruchtbaar als hij breed gedeeld wordt. Alleen dan kan het bijdragen aan een hogere kwaliteit van leven voor onze burgers. Onderzoekers, artsen, docenten, zorgprofessionals en ook de burgers zelf moeten elkaar hierin zien te vinden. Zonder strategische samenwerking valt de zorgketen uiteen, zeker in tijden van transitie. Als we het niet samen doen en de burger niet meenemen, verzandt zelfredzaamheid in ‘zoek het maar uit’. Dat mag nooit gebeuren. We moeten mensen niet loslaten, enkel meer aan hen overlaten, met gepaste zorgvuldigheid en altijd met een vangnet van zorgprofessionals. Met andere woorden: zorgen dat in plaats van zorgen voor.

Hoe dat eruit ziet? Dat kan ik mooi illustreren met een andere bijeenkomst waar ik onlangs bij aanwezig was, de lancering van de toolkit Gezond Ouder worden. Deze toolkit is het resultaat van een samenwerking van de HU en onze studenten met ouderen en partners uit het werkveld. Hij biedt oefeningen die ouderen zelfstandig kunnen uitvoeren en die de lichamelijke, psychische en sociale gezondheid bevorderen. Een van de studenten zei bij de lancering van de toolkit: “De oefeningen helpen ouderen nadenken over hun toekomst. Ik merkte dat ze eerst dachten: ‘we kunnen steeds minder’. Na de oefeningen dachten ze: ‘we kunnen eigenlijk nog best veel en we willen ook nog best veel.’”

Dat is nou precies de kracht van samenwerking.

Jan Bogerd

Leave a Reply