Waardecreatie op universiteit én hbo verdient aandacht

Deze week heeft de voorzitter van Vereniging van Hogescholen, Thom de Graaf, het rapport Meer waarde met hbo aangeboden aan de directeuren-generaal van de ministeries van OCW en EZK. Dit gebeurde tijdens een SIA Stakeholders-bijeenkomst in Den Haag. Het rapport is onder mijn voorzitterschap opgesteld door een werkgroep van het hbo. Onze lector Daan Andriessen heeft veel aan het rapport bijgedragen.

Het debat over de maatschappelijke meerwaarde van onderzoek wordt al meer dan veertig jaar gevoerd in de politiek. Die meerwaarde wordt tegenwoordig meestal gevat in de term ‘valorisatie’, een term die de overheid definieert als: Het proces van waardecreatie uit kennis, door kennis geschikt en/of beschikbaar te maken voor economische en/of maatschappelijke benutting en te vertalen in concurrerende producten, diensten, processen en nieuwe bedrijvigheid.

Deze definitie past uitstekend bij fundamenteel, theorie-gedreven onderzoek. Het past echter niet goed bij het praktijkgericht onderzoek van het hbo. Hierin zijn onderzoekers niet alleen bezig met kennisontwikkeling maar ook met het direct verbeteren van de praktijk. Zij doen vaak al tijdens het onderzoek interventies om de praktijk te beïnvloeden. Het onderzoeksproces zelf draagt dus bij aan waardecreatie. Een definitie die maatschappelijk en economische waardecreatie pas laat plaatsvinden na het onderzoek, past niet op deze onderzoekspraktijk.

Door te spreken over valorisatie, gaat de overheid in debat en beleid voorbij aan fundamentele verschillen tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek. Daarom spreken we in het hbo liever niet over valorisatie maar over doorwerking. Dit kan dan worden gedefinieerd als: De invloed van zowel het proces van onderzoek als van de onderzoeksresultaten op het onderwijs, de praktijk en de samenleving.

Hierin zit het unieke karakter gevat van het onderzoek binnen het hbo: de wisselwerking tussen onderzoek, de beroepspraktijk en het onderwijs. Ons onderzoek wordt boven alles gekenmerkt door een uitwisseling van kennis en competenties tussen deze drie pijlers. Als de doorwerking van het onderzoek goed loopt, gaat de innovatie van het onderwijs en praktijk beter en sneller, maar ook andersom wordt het onderzoeksproces beïnvloed door de praktijk en het onderwijs. Niet voor niets wordt vrijwel al het praktijkgericht onderzoek in het hbo gedaan binnen een netwerk met partners uit praktijk, onderwijs en onderzoek: alle partijen die van doorwerking van het onderzoek profiteren.

Het is belangrijk dat bedrijven, lokale overheden en andere stakeholders zien wat samenwerking in praktijkgericht onderzoek voor hen kan betekenen, wat de rol en bijdrage van hogescholen aan maatschappelijke uitdagingen en ontwikkelingen is en kan zijn. Het is ook belangrijk dat het praktijkgericht onderzoek en de doorwerking hiervan worden meegenomen in beleid, teneinde de maatschappelijke relevantie te bewaken en waar mogelijk te verhogen. Dit is mede aanleiding voor de Vereniging Hogescholen om een eigen visie te ontwikkelen op de maatschappelijke waardecreatie vanuit het hbo. Die visie is nu gevat in een rapport, opgesteld door een commissie van bestuurders en lectoren.

In het rapport staat niet alleen de visie van Vereniging Hogescholen op waardecreatie; er wordt ook in besproken hoe de doorwerking van het onderzoek op allerlei niveaus gestimuleerd kan worden. Dit gebeurt aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Van Hogeschool Rotterdam bijvoorbeeld, dat onderwaterrobots ontwikkelt samen met RH Marine, Rijkswaterstaat en diverse commerciële partijen – en met vijf opleidingen. Van hogescholen die met andere onderwijsinstellingen samenwerken. Zoals NHL Stenden en Van Hall Larenstein, die werken aan een slimme tool om de economische en ecologische effecten van olieverontreiniging in de Waddenzee door te berekenen. Van samenwerking over grenzen – letterlijk: de HAN, Fachhochschule Münster en de Hochschule Rhein‐Waal onderzoeken momenteel samen hoe je de vitaliteit van kleine dorpen kunt versterken. Deze (en vele andere) voorbeelden laten goed de diversiteit van hbo-onderzoek zien. Ze laten zien dat juist het samen komen van onderzoek, onderwijs en de beroepspraktijk – en de wisselwerking tussen deze drie zorgt voor grote impact op de samenleving.

Overigens zit ik ook in de KNAW-commissie Impact in Kaart, die is gestart naar aanleiding van de brief Wetenschap met Impact van staatssecretaris Dekker (januari 2017) over valorisatie. Deze commissie levert binnenkort zijn eindrapportage op. Het was en is een mooie gelegenheid om de visies op waardecreatie te bespreken van verschillende vertegenwoordigers van de Nederlandse kennisinfrastructuur – en te komen tot een eenduidig advies. Dat advies wordt binnenkort aangeboden aan de minister van OCW. Een advies waarmee we hopelijk de impact van al ons onderzoek verder kunnen vergroten.

Anton Franken

Leave a Reply