Discursieve repertoires in de rapper Boef discussie

Leestijd: +-5 minuten

‘Het is een rapper, wat verwacht je nou?’
Discursieve repertoires in de rapper Boef discussie

Nog even over de kwestie rondom rapper Boef, al lijkt alles er al over gezegd en geschreven. Die Boef die autopech had en een lift aanboden kreeg door vrouwen. ‘Kechs’, noemde hij die vrouwen achteraf. Een straattaalterm die afkomstig is van het Marokkaanse woord ‘kehba’, wat ‘hoer’ betekent en als grove belediging te boek staat.

En daarna deed rapper Boef dit nog even fijntjes over in een tweede video, waarin hij zijn visie op vrouwen uiteenzet: wanneer je als vrouw niet thuis blijft maar uitgaat in clubs en korte rokjes draagt dan ‘ben je gewoon een kech’, aldus de rapper. Een nogal stellige manier van praten, waardoor hij de indruk wekt dat het niet alleen zijn eigen mening betreft. Bovendien suggereert het woord  ‘gewoon’ dat er geen discussie mogelijk is over dit standpunt. Hij heeft blijkbaar niet kunnen bevroeden wat deze uitspraken los zouden maken in de maatschappij, vooral in het huidige #metoo tijdperk. Er ontstond grote commotie. Optredens werden afgezegd en grote merken maakten een eind aan hun samenwerking met de rapper. Interessant nu is op welke wijze de gewraakte uitspraken worden verantwoord in het publieke debat. In deze blog enkele observaties over het maatschappelijke gesprek dat gaande is over dit issue.

Normen in interactie
Voordat we kijken naar de manier waarop de discussie verloopt, is het nuttig om even stil te staan bij een bekend principe in interactie, dat inhoudt dat gespreksdeelnemers gezamenlijk bepaalde normen en regels relevant maken. Wanneer iemand je groet, verwacht deze persoon een groet terug. Wanneer je een vraag stelt, reken je op een antwoord of in ieder geval een reden waarom het antwoord niet gegeven kan worden zoals ‘ik weet het niet’. Blijft zo’n ‘tweede paardeel’ (dus bijvoorbeeld een wedergroet, een antwoord of een inwilliging van een verzoek) uit, dan gaan gespreksdeelnemers op zoek naar een verklaring daarvoor. Bijvoorbeeld: ‘ach, hij heeft zijn dag niet’. Of ‘hij heeft me niet verstaan’. Als deze verklaring wordt bevestigd, of door alle gespreksdeelnemers geaccepteerd als een geldige verklaring, dan kan men over tot de orde van dag. Eenzelfde mechanisme lijkt  ook aan de hand in de rapper Boef discussie. ‘Heeft hij dat echt gezegd? Daar moet een reden voor zijn. Een verklaring.’ En dus gaan mensen daarnaar op zoek.

Discursieve identiteiten als verklaring of verzachting
In het maatschappelijke discours worden verschillende identiteiten aan Boef toegeschreven, die worden ingezet om zijn uitspraken te verklaren dan wel de impact ervan te verzachten. Zo zijn er drie repertoires ofwel ‘type argumenten’ te vinden waarin een bepaalde identiteit wordt opgevoerd.

De eerste heeft betrekking op rapper Boef als onderdeel van de rapcultuur. Een cultuur waarin de taal hard is en waar seksistische uitspraken over vrouwen al lange tijd onderdeel van uitmaken. De uitspraken worden zo onderdeel van de rapperidentiteit, waarmee ze niet meer op zichzelf staan. Een voorbeeld van het aanhalen van deze identiteit is de uitspraak van Erik Dijkstra in Jinek: ‘Het is een rapper, wat verwacht je nou? Dat hij zou zeggen ‘ik ben door drie mevrouwen thuisgebracht?’.’     Door deze retorische vragen te gebruiken (vragen waarop geen antwoord wordt verwacht en in plaats daarvan een bepaalde waarheid suggereren) benadrukt de spreker de vanzelfsprekendheid waarmee een rapper bepaalde uitspraken doet.

De tweede verklaring die als patroon naar voren komt in het discours is het toeschrijven van verantwoordelijkheid aan de opvoeding. Boef wordt op deze manier als slachtoffer van zijn omstandigheden neergezet. Hiermee wordt de verantwoordelijkheid van Boef buiten hemzelf gelegd, ofwel geexternaliseerd. De kop in een opinieartikel in Trouw luidt bijvoorbeeld: ‘Rapper Boef is het slachtoffer van zijn Islamitische opvoeding’. Interessant is dat hier ‘opvoeding’ genoemd wordt, waarmee de schrijver voorkomt dat hij ervan beschuldigd wordt de uitspraken van rapper Boef toe te schrijven aan de Islam als godsdienst.

Een derde repertoire – waarmee vooral de aandacht wordt afgeleid van de uitspraken van Boef en de impact daarvan – is het discriminatie-argument. Hierin wordt Boef gepositioneerd als slachtoffer van een ‘witte’ meerderheid die niet wordt aangesproken op vergelijkbare uitspraken. Gesuggereerd wordt dat dit soort uitspraken doorlopend wordt gedaan, maar dat de uitlatingen van Boef extra aandacht krijgen door zijn afkomst. Interessant zou zijn om te onderzoeken in hoeverre de verschillende repertoires bijval of weerstand ondervinden in het discours.

Effect van de uitspraken
De voorgaande repertoires (met name de eerste twee) bieden een mogelijke verklaring voor de uitspraken en kaarten hiermee achterliggende problemen aan. Ze laten het dominante effect van de uitspraken van Boef echter ongemoeid. Duidelijk is dat een groot deel van de samenleving zich niet ontvankelijk toont voor de excuses van Boef of de mogelijke verklaringen voor zijn uitspraken. Het repertoire waarin men Boef en zijn uitspraken met name als seksistisch behandelt lijkt dominant. Het effect van zijn uitspraken is dat een groot deel van de samenleving zich beledigd en verontwaardigd voelt en aangetast in haar waarden. Dat effect wordt niet zomaar tenietgedaan door pogingen de uitspraken te verklaren of de impact ervan af te zwakken.

Als discoursanalist heb ik een descriptieve bril op, dat wil zeggen dat ik de effecten van de uitspraken van Boef beschrijf en daar niet over oordeel. Als moeder van twee jongens vind ik het verontrustend dat de jeugd deze rapper en zijn teksten (in raps of daarbuiten) massaal omarmt, waarbij het risico bestaat dat de houding die hij laat zien ten opzichte van vrouwen ‘cool’ wordt gevonden door een deel van de doelgroep.

 

 

Deze blog is geschreven door Petra Sneijder, docent-onderzoeker bij het Publab.

 

Verder lezen: