Even Voorstellen… Petra Sneijder

Even voorstellen: Petra Sneijder. Senior onderzoeker bij het PubLab sinds 2015. leestijd +-5 minuten

Hoe ben je bij het PubLab terecht gekomen?
Via Annette Klarenbeek. Ik kende haar al vanuit Wageningen, waar wij beide zijn gepromoveerd. Toen mijn postdoc project in Wageningen was afgelopen, nam Annette contact met mij op en vroeg of ik wilde deelnemen aan het Next Level project. Dat project ging over crisiscommunicatie. Hierbij werd gekeken naar de manier waarop burgers in het alledaagse leven online over verschillende crisissen spraken. Dat leek mij een heel interessant project. Daar ben ik toen aan gaan meewerken en dat beviel me eigenlijk heel goed. Later kon ik als senior onderzoeker en docent bij de HU aan de slag en ben ik betrokken bij meerdere projecten binnen programmalijn het gesprek.

Wat heb je gestudeerd?
Ik heb aan de Universiteit van Utrecht Nederlands gestudeerd met de specialisatie communicatiekunde. Daar heb ik een scriptie geschreven op het gebied van gespreksanalyse (ook bekend als discoursanalyse). Toen ik mijn master (destijds specialisatie) had afgerond, heb ik na – een periode als junior docent bij mijn opleiding – gesolliciteerd op een vacature voor een promotie onderzoek bij Communicatiewetenschap bij Wageningen Universiteit. Het promotieonderzoek ging over de manier waarop mensen hun voedingskeuze verantwoorden en de identiteiten die zij daarbij laten zien in gesprekken. Op dat onderwerp ben ik gepromoveerd.

Wat spreekt jou aan in discoursanalyse?
Ik vind het heel interessant om op microniveau naar gesprekken te kijken. Voordat ik met discoursanalyse in aanraking kwam wist ik niet dat er binnen de wetenschap een perspectief bestond dat alledaagse gesprekken centraal stelt. Wij kijken niet alleen naar de inhoud van taal die mensen gebruiken, maar ook naar hoe het gezegd wordt. Vaak wordt dat over het hoofd gezien, mensen zijn zelf niet bewust van hoe ze bepaalde dingen zeggen. Kijk je daar heel nauwkeurig naar, dan kom je erachter wat er gevoelig ligt voor mensen. Als er zaken worden verantwoord of er wordt een reden ergens voor gegeven dan wijst dat erop dat er iets gevoelig ligt. Denk bijvoorbeeld aan een afwijzing van een uitnodiging: je zult nooit direct nee zeggen, maar je geeft een reden voor de afwijzing, of je zegt sorry.

Welke onderwerpen/projecten spreken je het meeste aan?
Ik vond The Next Level een heel interessant project. Dat ging onder andere over de manier waarop geruchten online tot stand komen en welke gesprekszorgen mensen daarbij hebben. Als je speculeert over zaken hoe zorgt je er dan voor dat je hier niet op aangesproken kan worden. Maar we hebben ook gekeken naar hoe mensen elkaar mobiliseren tot actie. Er kwamen veel interessante inzichten uit voort die van belang zijn voor communicatieprofessionals in het crisisdomein en daarbuiten, die de basis vormden voor het ontwikkelen van onze ‘Discoursanalytische Bril’ training. Verder begeleid ik nu het promotieproject van Baukje. Haar onderzoek gaat over gesprekken tussen patiënten met chronische pijn en hun behandelaars, een heel interessant onderwerp. Je ziet vaak dat er niet echt een fysieke oorzaak aanwijsbaar is voor chronische pijn, maar dat ook sociale en psychische factoren een rol spelen. Alleen de gesprekken blijven vaak toch steken op het fysieke vlak, want mensen vinden het moeilijk om over de sociale kant te spreken. Baukje verkent nu hoe die gesprekken verlopen en hoe de effectiviteit van deze gesprekken verbeterd kan worden.

Waarin zou jij je verder in willen ontwikkelen?
Naast het onderzoek dat ik doe geef ik ook les, alleen doe ik dit nog niet zo heel lang. In het verleden heb ik wel vaak gastcolleges gegeven of een cursus, maar in de didactische kant van onderwijs zou ik me verder willen bekwamen.

Welke voorbeeld van effectieve of minder effectieve communicatie in het publieke domein is je bijgebleven/blijven hangen?
Wat recent heeft plaats gevonden is natuurlijk de kwestie rondom rapper Boef. Hij heeft vrouwen ‘kechs’ genoemd, vrouwen die hem nota bene hielpen. Ik vind het opvallend hoe dat opgepakt wordt, het is namelijk een groot issue geworden. Dat haakt wel aan bij de verschillende andere ontwikkelingen in het publieke domein, zoals de #metoodiscussie. Dat zegt iets over de normen op dit gebied, waarover onderhandeld wordt in interactie die plaatsvindt in het publieke domein. Zo zijn er meer recente voorbeelden, zoals de ‘excuses’ van Camiel Eurlings.

Waar zie jij de grootste uitdaging binnen communicatie?
Dat is toch wel dat communicatieprofessionals en beleidsmakers steeds die ‘haakjes’ blijven vinden naar het alledaagse leven, naar het perspectief van de burger. Ik denk dat de gespreksbenadering ingang biedt om aanknopingspunten te vinden die het mogelijk maken aan te sluiten bij de omgeving. Voor organisaties is het aangaan van de dialoog met stakeholders steeds belangrijker. Hierbij is de uitdaging het luisteren naar elkaar prioriteit te geven, verschillen te erkennen en elkaars standpunten te verkennen.

Als je een potje met geld kreeg, waar zou je dan onderzoek naar doen?
Het eerste dat dan in mij opkomt is dat ik zou willen kijken naar arts-patiënt communicatie. Dat vind ik een heel interessant onderwerp,  niet alleen op het gebied van chronische pijn, maar ook andere gebieden. Onderzoek van de Patiëntenfederatie laat bijvoorbeeld zien dat patiënten vaak vinden dat ze te weinig inspraak hebben en dat artsen te weinig aandacht hebben voor hun persoonlijke behoeften. Ze willen betrokken worden bij medische beslissingen, en ik denk dat communicatie daarin een belangrijke rol speelt.

Wat vind je leuk aan werken bij het PubLab?
Het is echt een warm bad waar je in terechtkomt, een ontzettend leuke en kundige groep mensen. Ik heb het er heel erg naar mijn zin. Er zijn veel thema’s waar ik mee in aanraking kom en dat maakt het werk interessant. Daarnaast krijg je de kans om je te ontplooien en je eigen ding te doen. In sociaal opzicht gaan we ook fijn met elkaar om en doen we leuke dingen samen.

Wat houdt je naast je werkzaamheden bij het PubLab bezig?
Ik ben getrouwd met Dennis en we hebben twee zoons, Joost en Viktor, waar ik veel tijd mee doorbreng. Ik ben dan ook vaak te vinden bij de voetbalclub en judovereniging om ze te supporten. Daarnaast is schilderen een hobby van mij. Ik schilder de ene keer met olieverf en de andere keer gebruik ik acrylverf. Vaak schilder ik figuratief, maar ik ben eigenlijk niet in één stijl te vatten. De laatste tijd houd ik me ook vaker bezig met fotografie: vooral creatieve activiteiten dus.

Hoe effectief is je eigen communicatie?
Schriftelijk ben ik sterker dan mondeling. Als ik iets moet schrijven, bijvoorbeeld een artikel of het verwoorden van een analyse, dan staat het er zoals ik het in mijn hoofd heb en is het to the point. Mondeling ligt dat anders, dan ben ik minder direct. Daar zou ik nog wel wat meer aan willen doen.

Meer lezen?