Groepsvorming op sociale media in reactie op aanslagen in Brussel

Crisissituaties roepen per definitie reacties op bij burgers en belanghebbenden en creëren een noodzaak voor informatie-uitwisseling. Zo zien we dat al in de eerste uren gebeuren bij de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016.  Ook deze crisis laat zien dat sociale media een steeds belangrijkere rol spelen in de berichtgeving maar ook in de duiding van de situatie. Veelal gaat dit heel subtiel, maar evengoed ook expliciet zoals we in onderstaande beknopte discoursanalyse zullen zien.

De Telegraaf twittert om 09.20 het volgende bericht:

telegraaf tweet

 

 

 

 

 

 

De maatschappelijke onrust wordt al snel zichtbaar direct na de aanslagen. Twitteraars maken veel gebruik van ‘on the spot’- uitingen. Het effect van dit taalgebruik is dat er een beeld wordt geschetst van de situatie zoals die ter plekke is. Verslaglegging  is ter plaatse. Er wordt toegang tot de scene gesuggereerd.

tweet2

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast dit aanvankelijke ‘on the spot’ taalgebruik is er ook veel emotioneel taalgebruik over de aanslagen, zoals emotionele evaluaties van de gebeurtenissen of constructies van spontane emotionele uitroepen:

tweet3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens zien we dat er ook veel uitspraken op Twitter komen die een nieuw patroon tonen waarbij twitteraars doen aan groepsvorming:

 tweet4

 

 

 

 

 

 

tweet5

 

 

 

 

 

 

 

Zo wordt er in bovenstaande tweets gesproken van ‘ons’. Twitteraars benadrukken op deze wijze het contrast tussen ons en zij. Er ontstaat het beeld van een wij-groep versus die van de vijand: moslims. Een opmerking als ‘Elke dag laten ze dit merken’ suggereert dat deze tweedeling al lange tijd en voortdurend gaande is.

Ook autoriteiten zoals minister president Rutte en koning Willem-Alexander contrasteren een wij-groep met andere, niet nader geïdentificeerde groepen in hun berichten. De minister president reageert via onderstaande tweet met een constructie die appelleert aan groepsvorming:

tweet6

 

 

 

 

 

 

 

De wij-groep wordt in deze tweet door de minister president vier keer genoemd. Rutte suggereert dat de wij-groep niet verandert door toedoen van andere groepen. Tegelijkertijd wordt in het midden gelaten wie dan precies deze wij zijn maar blijkbaar zijn we met ‘meer’. De suggestie van groepsvorming roept reacties op:

tweet7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TWEET8

 

 

 

 

 

 

De reacties trekken ‘het meer’ van een wij-groep in twijfel en wordt niet als een krachtige reactie op de aanslagen gewaardeerd. Het suggereren van groepsvorming is op dit moment niet de reactie waaraan behoefte is.

Ook Koning Willem-Alexander brengt een bericht in de media dat wordt geciteerd door Ahmed Marcouch op Twitter:

TWEET9

 

 

 

 

 

 

 

 

Net als in de reactie van Minister-president benadrukt de Koning het vormen van een krachtige wij-groep door de woorden ‘wij onze gezamenlijke kracht tonen’. Ook in deze uitspraak wordt het ‘wij’ niet geëxpliciteerd maar is ongedefinieerd. Mogelijk wordt hier het wij van een Nederland versus een zij van een terroristische groep bedoeld. Dit blijft echter impliciet.

Taal is niet neutraal
De tweets rondom de gebeurtenissen in Brussel illustreren dat taal is geen neutraal middel is waarmee mensen de werkelijkheid beschrijven. Omdat we de werkelijkheid nooit  volledig kunnen beschrijven, zijn we altijd selectief (Aarts & Van Woerkum, 2008).  Door bepaalde woorden wel en andere woorden niet te kiezen, ontstaan bepaalde versies van de werkelijkheid. Taal is met andere woorden  behalve geconstrueerd (uit woorden) ook  constructief (Edwards & Potter, 2001). Onafhankelijk van de ‘feitelijke werkelijkheid’ kunnen, door middel van taal, ook bepaalde werkelijkheden worden gecreëerd (Wetherell & Potter, 1992; Edwards & Potter, 2001; Te Molder, 2009).

Ook in de tweets over de aanslagen bij Brussel zien we dat twitteraars, waaronder ook de autoriteiten, een bepaalde selectie van de werkelijkheid presenteren, waardoor andere aspecten onderbelicht blijven. In dit geval wordt er een wij- en een zijgroep gemaakt. Twitteraars verbreden daarbij uitspraken over de aanslagen naar geloofsovertuiging en een vijand. De zij-groep wordt door twitteraars  als die van Moslims geformuleerd. Belangrijk voor communicatieprofessionals die advies uitbrengen aan autoriteiten is daar oog voor te hebben opdat er geen ongewenste effecten in de ‘tone of voice’ ontstaan zoals in de tweet van Rutte We bedoelen hiermee de toon die we in reacties willen hanteren. Tweets van burgers kunnen communicatieprofessionals helpen inzicht te verwerven in hoe het gesprek verloopt.  Op basis van een blik op het taalgebruik op Twitter kunnen zij dan een advies voor hun bestuurders formuleren dat aansluit maar niet (ongewenst) uitsluit.

annette mei 2016

Blog door Annette Klarenbeek, Lector Communication & Sustainable Society Hanzehogeschool Groningen en hoofddocent en onderzoeker Hogeschool Utrecht. Lees hier eerdere blogs van Annette.