Kan de politiek online onze harten veroveren?

De Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 zijn inmiddels een tijdje achter de rug. De VVD, de PVV, het CDA en D66 kwamen als de vier grote winnaars uit de stembus. Opvallend deze verkiezingen was de manier van online campagne voeren van de verschillende politici. Het was brutaal, hard tegen hard, maar soms ook grappig. Het is nu eenmaal zo dat de publieke opinie voor een deel te vormen en beïnvloeden is op nieuwe media. Hoe hebben de verschillende partijen social media ingezet en wat is het effect hiervan geweest op ons als kiezers?

Online campagnes
Er is veel te doen geweest op de nieuwe media. Twitter, Facebook en Snapchat accounts zijn vol ingezet als communicatiestrategie, om vooral de jonge kiezer te raken. De budgetten voor online communicatie zijn verveelvoudigd en de partijen hebben alles uit de kast getrokken om stemmen te winnen.

Het online campagne voeren is iets wat er in deze tijd nu eenmaal bij hoort, volgens Damian Trilling, universitair docent politieke communicatie aan de universiteit van Amsterdam. “Partijen doen maar wat, simpelweg omdat iedereen het doet. Veel acties en berichten op Facebook, Twitter of Snapchat zijn zonder plan. Dit is logisch, omdat het nog niet lang genoeg bestaat voor uitgebreide evaluaties en het helder in beeld hebben wat wel en niet werkt.” Het is een interessante periode volgens Trilling. “Partijen proberen van alles uit omdat ze het gevoel hebben dat ze online ‘iets’ moeten doen.”

Hoe Wilders het spel speelt (en wint)
De PVV voerde van de vier grootste partijen duidelijk de opvallendste online campagne. Geert Wilders, lijsttrekker van deze partij, had het online campagne voeren ruim boven het offline campagne voeren gekozen. Wilders kwam slechts bij één enkel debat op tv en voor de rest communiceerde hij gedurende de hele campagneperiode via Twitter. Opvallend dat hij dit doet, maar ook opmerkelijk dat het op deze manier kan.

Zowel Trilling als Chris van der Heijden, historicus en publicist, vertellen dat de kiezers niet op Twitter zitten, maar de media en journalisten wel. Om opgepikt te worden heb je precies deze partijen nodig. Wilders twittert iets en dat wordt opgepikt door een journalist die het vervolgens verspreid over andere on- en offline media. Heel makkelijk, succesvol en slim van de PVV.

Uitlegvideos
Dat de partijen online zichtbaar waren moge duidelijk zijn. De VVD, het CDA en D66 hebben, net als veel andere partijen, gebruik gemaakt van ‘uitlegvideos’. Dit zijn video’s waarin verschillende onderwerpen of partijplannen kort en bondig worden uitgelegd. Deze video’s worden vervolgens op de online platformen van de partijen gedeeld. Het opnemen van deze filmpjes is een gouden vondst. Men wil online namelijk helemaal geen lange stukken tekst van een politici lezen, maar men wil geluid, kleur en bewegende beelden.

Proberen maar!
De VVD probeerde online van alles uit om te kijken wat werkt. Zo werd er bijvoorbeeld een live Facebookvideo gestart waar mensen hun vragen konden stellen aan de huidige minister-president Rutte en Jeanine Hennis-Plasschaert, de tweede kandidaat op de lijst. Dit leverde komische taferelen op van een duo dat lol had en ondertussen verschillende vragen van kijkers beantwoordde
.

De vraag is wel of mensen dit willen zien van de minister-president. De meningen zijn hierover verdeeld. Een deel van de kiezers vindt de informele vorm waarmee nieuwe media worden gebruikt door de politiek niet wenselijk.

De PVV had een duidelijk idee over het (online) campagne voeren. Alles werd gecommuniceerd op Twitter en op die manier gemakkelijk opgepakt door verscheidene journalisten. Zo wist Wilders met zijn account continu veel mensen te bereiken die hem niet eens volgden. Opvallend aan de PVV was dat Wilders slechts één debat bij wilde wonen. Dit leverde een hoop negatieve reacties op, maar was tegelijkertijd ook slim. In een land waar mensen bang zijn voor terreur, vluchtelingen en hun banen, hield Wilders het totaal simpel. Een uitgesproken mening, bij belangrijke gebeurtenissen een heldere tweet en duidelijke plannen op slechts één A4. De uitvoerbaarheid en het respect van de plannen daar gelaten.

Opvallend was ook dat er humor werd ingezet door de politieke partijen om kiezers te winnen. Online is alles snel en willen mensen vermaakt worden. Zo had het CDA een spotje van Rutte, Wilders en Buma op het strand van vroeger. Hierin zijn Rutte en Wilders kinderen die ruzie maken, met de klassieker ‘pleur op’ erin verwerkt. Buma staat tussen Rutte en Wilders op en spreekt zijn droom uit om premier te worden omdat iemand het moet doen. Op deze grappig bedoelde manier vergelijkt Buma zich met zijn concurrenten en zet hij zichzelf neer als de verantwoordelijke leider. Vijftig jaar geleden was zoiets ondenkbaar geweest.

D66, een partij gericht op studenten en onderwijs heeft qua het bereiken van de doelgroep veel aan nieuwe media gehad. De jongeren die zij aan willen sporen om te stemmen zitten daar bijna allemaal dagelijks op. D66 is echter wel streng in de bescherming van online privacy. Targeting (specifiek inzetten op een doelgroep online) zal zij dus niet doen, omdat hiervoor gegevens als geslacht, leeftijd en interesses nodig zijn.

Effectiviteit online campagne voeren
In totaal heeft 81,9% van Nederland zijn stem uitgebracht. Dit is het hoogste opkomstpercentage sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 1986.
Dit heeft natuurlijk met meerdere factoren te maken, maar het online campagne voeren zal zeker een doelgroep hebben bereikt die op de traditionele manier niet snel bereikt was. Trilling stelt dat de combinatie tussen online en offline het allerbelangrijkst is. Op het moment dat je deze twee perfect samenvoegt krijg je hele goede resultaten. Kijk bijvoorbeeld naar de crossmediale campagne van GroenLinks: de combinatie van Meet-ups (offline),een ijzersterke campagnevoerder (on en offline) en online een heel duidelijk visie. De campagne van GroenLinks is een goed voorbeeld van hoe je je als partij sterk positioneert.

De attitude van de kiezers
In hoeverre de nieuwe media de attitude van kiezers ten aanzien van de politiek beïnvloed hebben is niet makkelijk te zeggen. Zoals Trilling al vertelde, is het online campagne voeren iets dat er nu eenmaal bij hoort. Er zijn veel mensen die deze nieuwe manier van campagne voeren niet hoeven. Een debat op tv en een partijprogramma volstaat. Tegenover deze groep staat echter weer een groep die zich op een toegankelijke manier wel laat aanspreken door de politiek.
Van der Heijden denkt dat het effect van de nieuwe media in combinatie met de politiek minder is dan we denken. Wel ziet ook hij het effect van nieuwe media en dat is dat mensen als Trump en Wilders de aandacht krijgen.

Volgens Trilling focussen de media te veel op de peilingen, dit leidt tot cynisme bij de stemmers. De media maken een soort wedstrijd van alles, dat is niet nodig vindt Trilling.

Het leuke aan de toegankelijkheid van nieuwe media is dat de politiek minder statisch wordt. Mensen hebben het idee dat ze de persoon achter een politici echt leren kennen. Door de persoonlijke boodschappen en teksten kan er een soort virtuele vriendschap met een partij en lijsttrekker ontstaan.

Toekomst
Hoe de volgende verkiezingen eruit gaan zien kunnen we natuurlijk niet voorspellen. Volgens van der Heijden zijn de nieuwe media een hype, en zoals dat met hypes gaat: die waaien weer over. Het is nu nog nieuw en leuk, maar we moeten het niet overdrijven. Volgens Trilling daarentegen zullen de nieuwe media zich nog verder ontwikkelen. Waar nu nog zomaar wat gedaan wordt, zullen over vier jaar veel betere plannen zijn. Wat er wel en niet werkt online is door middel van testen en analyseren tegen die tijd uitgevogeld.

Ach, het heeft toch ook iets moois, hoe de politiek keihard haar best doet iedere burger te bereiken. En wat fijn dat dit alles gewoon kan in Nederland.

   Deze blog is geschreven door Luus van Mierlo, derdejaars communicatiestudent aan de Hogeschool Utrecht.

Meer lezen over de afgelopen verkiezingen?
Bekijk dan ook de blog: Jongeren massaal naar de stembus: of illusie