Tienminutengesprek op school: Hoe moeilijk kan dat zijn?

Ruim een jaar onderzoek ik de gesprekken die bewoners en gemeenteambtenaren met elkaar voeren. Het gevolg is dat ik in mijn vrije tijd nog nauwelijks een gesprek met een instantie kan voeren zonder er ook als  onderzoeker naar te kijken. Of het nu de helpdesk van T-mobile, de MR vergaderingen van de school van onze kinderen of de huisarts is, observeren wat er gebeurt gaat vanzelf.

Bijna dagelijks zijn er situaties tegen waarin de wereld van burgers en die van organisaties bij elkaar komen. Zo waren er een maand of wat geleden tienminutengesprekjes op de school van onze kinderen. Drie keer tien minuten achter elkaar. Met als variabelen drie kinderen en drie leerkrachten.


In gesprek?

foksuk-10minutengesprek

Twee van de drie gesprekken verliepen prima: prima sfeer, goede inhoud en (in een geval) duidelijke afspraken over het vervolg. Er werden over en weer vragen gesteld. Onze analyse van wat goed en minder goed ging kwam overeen. Er werd gelachen en de belangrijke dingen waren ruim binnen de tijd besproken. Gesprekken waar we achteraf heel tevreden over waren.      

Het derde gesprek verliep minder goed. Mijn partner en de leerkracht belandden in een stevige discussie. Beiden werden steeds stelliger in hun beweringen. Er werd snel en op luide toon gepraat en mijn vriend ging (moeilijke) onderwijskundige woorden gebruiken. En toen de leerkracht de, door hemzelf behoorlijk overdreven, sportprestaties van onze zoon ter discussie stelde, hielden wij hem uit de wind. Onverwacht brak de leerkracht het gesprek af. De tien minuten zaten erop. Hoewel de volgende ouders nog niet stonden te wachten, was het gesprek afgelopen.

Gelijk krijgen
Waarom verliep dat derde gesprek anders? Ook in dit gesprek waren we eens over waar het aan schort en wat nodig is om dat  aan te pakken. Toch belandden we in een discussie over wie er gelijk had. We hanteerden geen van beiden een erg effectieve gespreksstrategie met als gevolg die tien minuten weinig opleverden. Als vorm van communicatie is discussie sowieso niet erg geschikt voor zo’n gesprek.  Een vorm van dialoog zou helpen om elkaar beter te begrijpen en daarna zou overleg over de juiste aanpak een logische keuze zijn.

Wat ook meespeelt is dat eerder gesprekken volgens eenzelfde patroon verliepen. In verklaring voor het moeizame contact zijn we geneigd de verantwoordelijkheid bij de leerkracht te leggen. In onze perceptie bekijkt zij alles wat onze zoon doet (en laat) vanuit een en hetzelfde perspectief. Omgekeerd zal zij hetzelfde ervaren. We kijken namelijk beiden vanuit onze eigen, zelf referentiele, perspectief naar de situatie. Voor je het weet ga je naar de ander wijzen terwijl het per definitie moeilijk is om tot een uitwisseling tussen verschillende werelden te komen.    

Onderschat
Deze tienminutengesprekken laten een aantal factoren zien die een rol spelen in het verloop van een gesprek.  Vaak wordt erg onderschat hoe moeilijk het is om tot een constructief gesprek tussen bewoners en overheid te komen. Binnenkort volgt weer zon gesprekje op school. Onze verwachtingen zijn niet hoog en het zou – daarom –  maar zo kunnen dat dit op eenzelfde manier verloopt. Toch blijven we trouw naar school gaan voor die gesprekjes. Bewoners gedragen zich waarschijnlijk net zo. Ook als ze ervaren dat praten weinig zin heeft blijven ze toch met de overheid praten. Maar een gesprek om het gesprek zal niet bijdragen aan meer begrip of het vinden van oplossingen, in tegendeel.

Lees verder: