Werkgroep 5

Werkgroep 5 Het ontwikkelen en implementeren van een bewegingsstimuleringsprogramma

Doel

In werkgroep 5 staat het onderzoek naar stimuleren van bewegen bij kinderen met een lichamelijke beperking centraal. Op basis van ervaringen met een eerder bewegingsstimuleringsprogramma bij kinderen met cerebrale parese en kennis over factoren die lichamelijke activiteit bij kinderen met een fysieke beperking beïnvloeden is een fysiotherapeutisch bewegingsstimuleringsprogramma ontwikkeld. In dit project wordt het bewegingsstimuleringsprogramma door middel van een meerdaagse scholing voor kinderfysiotherapeuten geïmplementeerd in de kinderfysiotherapeutische praktijk. In de scholing leer je een bewegingsstimuleringsprogramma op te stellen, uit te voeren en te evalueren. Om de uitvoerbaarheid van het programma te bepalen wordt de implementatie na zes maanden geevalueerd.

Resultaat
Een scholingsprogramma ‘Bewegingsstimulering in de kinderfysiotherapeutische praktijk’ ten behoeve van kinderen met een lichamelijke beperking, inclusief scholingsmap en PowerPointpresentaties, beschikbaar voor Hogeschool Utrecht, VUMC en Hogeschool Leiden.
Een tool voor het gesprek over beweegdoelen in de kinderfysiotherapie praktijk in de vorm van een placemat.

Methode
Op basis van het literatuuronderzoek met betrekking tot bewegingsstimulering bij kinderen met een beperking of chronische aandoening en de resultaten uit de HALYNed studie, de ervaringen met een eerder bewegingsstimuleringsprogramma bij kinderen met cerebrale parese (Learn to move) en kennis over factoren die lichamelijke activiteit bij kinderen met een fysieke beperking beïnvloeden, is een fysiotherapeutisch bewegingsstimuleringsprogramma ontwikkeld. Ook zijn tips en tricks uit het werkveld meegenomen die tijdens werkveld bijeenkomsten in december 2013, februari 2014 en tijdens het FFF symposium in juni 2014 naar voren kwamen. Dit heeft geleid tot een methode waarmee kinderfysiotherapeuten op een systematische wijze hun patiënten kunnen helpen om meer te gaan bewegen. Ter ondersteuning is voor de fysiotherapeuten een placemat en een handleiding gemaakt.
In het project is het bewegingsstimuleringsprogramma door middel van een meerdaagse scholing, gebaseerd op `motivational interviewing’ voor kinderfysiotherapeuten gepilot in de kinderfysiotherapeutische praktijk. In de scholingsmodule ‘Bewegingsstimulering in de kinderfysiotherapeutische praktijk’ wordt de kinderfysiotherapeuten geleerd een bewegingsstimuleringsprogramma op te stellen, uit te voeren en te evalueren. Dit gebeurt middels presentaties, discussie, rollenspellen en intervisie aan de hand van video opnames van anamnese en behandelingen in de eigen praktijk. De scholing is vooral gericht op wat de kinderen wel kunnen, welke mogelijkheden er zijn die aansluiten bij de behoefte en de mogelijkheden van het individu. Ook dit praktijkgerichte onderzoek is niet WMO-plichtig verklaard door de METC van de VUMC. De scholing is aan twee groepen van in totaal 13 kinderfysiotherapeuten aangeboden. 12 kinderfysiotherapeuten hebben vervolgens de methode zelf toegepast in de praktijk. De effecten van de inzet van de training op het handelen van de kinderfysiotherapeut zijn gemeten met behulp van een baseline meting voorafgaand aan de training en een meting na een half jaar na het volgen van de training. Bij deze evaluatie is vooral gekeken naar de implementatie, belemmeringen en uitvoerbaarheid in de praktijk. Alle deelnemende kinderfysiotherapeuten hebben hiervoor een half jaar na de scholing, video opnames gemaakt van een evaluatiegesprek en een behandeling van een kind dat zij onder behandeling hebben. Deze video’s zijn via een scoringslijst systematisch vergeleken met de video opname van een evaluatiegesprek en een behandeling voorafgaand aan de scholing. 4 studenten van de opleiding Fysiotherapie aan Hogeschool Leiden hebben in het kader van hun afstudeeronderzoek meegeholpen bij het opstellen, valideren en piloten van de videoscoringslijst.
Op deze manier is in kaart gebracht of de scholing heeft geleid tot een veranderde werkwijze met betrekking tot het stimuleren van bewegen in de kinderfysiotherapeutische praktijk. Daarnaast zijn de kinderfysiotherapeuten geïnterviewd over hun ervaringen met de scholing en hun ervaringen met de werkwijze bewegingsstimulering. Ook de ouders van de kinderen die door de kinderfysiotherapeut zijn behandeld zijn geïnterviewd.
De resultaten van de interviews en vragenlijsten vormden input voor een nieuwe versie van de scholing.

De kennis die is verkregen met de ontwikkeling van de bewegingsstimuleringsmodule komt op het KTS, samen met een korte omschrijving en een link naar het scholingsprogramma. Ook de hulpmiddelen die in de scholing zijn gebruikt worden op het KTS gezet.