Leerwegonafhankelijke Toets (LOT)

Wat

Leerweg Onafhankelijk Toetsen (LOT) is een vorm van toetsen die hoort bij gepersonaliseerd leren. Bij LOT is niet de leerweg leidend, maar de leeruitkomsten. Toetsen worden ontwikkeld op basis van de beoogde leeruitkomsten, niet op basis van wat tijdens de leerweg aan bod is geweest. Bij leerwegonafhankelijk toetsen liggen de leeruitkomsten vast, maar de weg daarnaartoe – de leerweg – kan verschillen.

Waarom

LOT wordt ingezet als middel om bij flexibel onderwijs te toetsen. (Aankomend) professionals volgen bij flexibel onderwijs verschillende leerwegen, die (grotendeels) gefaciliteerd en begeleid worden. De regie ligt daarbij (in toenemende mate) bij de (aankomend) professional. Zij bepalen ook (in toenemende mate) wanneer en hoe leeruitkomsten worden aangetoond.

Hoe

LOT is een middel, geen doel. Bedenk daarom eerst wat je met het onderwijs wilt en hoe je gepersonaliseerd leren vorm wilt gaan geven. Bepaal vervolgens op hoofdlijnen welke leerweg of leerwegen je daarbij als opleiding wilt faciliteren. Werk de leerweg(en) zodanig uit – bijvoorbeeld met persona’s van studenten – dat een zo concreet mogelijk beeld ontstaat. Dit helpt om keuzes en afwegingen te maken die bij dat beeld passen. Meer over de diverse typen leerwegen vind je bij Niet-volgtijdelijk curriculum.

LOT vindt plaats in de bredere context van gepersonaliseerd leren. Pas daarom het ontwerp (onderwijseenheden en onderwijsactiviteiten), het toetsprogramma, de toetsen, de (toets)organisatie en de begeleiding integraal aan bij de beoogde leerweg(en). Stel de competenties en leeruitkomsten vast op basis van het beroepsprofiel. Concretiseer vervolgens in het toetsprogramma hoe studenten de leeruitkomsten kunnen aantonen. Ontwerp op basis daarvan onderwijs en meerdere leerwegen.

Gebruik het schema Inzicht in de ontwerpeisen als stappenplan bij het ontwikkelen van het toetsprogramma en de toetsen.

Voorwaarden waaraan LOT moet voldoen:

De leeruitkomsten zijn afgeleid van de eindkwalificaties.

  • De leeruitkomsten (vast) zijn leidend voor het ontwikkelen van de onderwijsactiviteiten (flexibel).
  • De leeruitkomsten zijn dus ook leidend voor het bepalen van de inhoud. Het examenprogramma is gebaseerd op het toetsprogramma (vast), en niét op het onderwijsprogramma (flexibel – zoals nu vaak het geval is).
  • Toetsen zijn gebaseerd op de leeruitkomsten (vast); onderwijsactiviteiten (flexibel) maken geen onderdeel uit van de toets.
  • Het (vaste) toetsprogramma is leidend voor het ontwikkelen van het (flexibele) onderwijsprogramma. Het toetsprogramma is een bewuste, beargumenteerde en samenhangende combinatie van toetsen en toetsvormen die een coherent beeld geven van de competenties of kerntaken.
  • De toetskwaliteit is versterkt door de beoogde leeruitkomsten specifiek, eenduidig en op het juiste niveau te formuleren.
  • De toetskwaliteit is versterkt door externe validatie van de examinering: ‘vreemde ogen dwingen’. Bijvoorbeeld door instellingsoverstijgende (voortgangs)toetsen te organiseren en af te nemen.
  • Toetsen en toetsorganisatie zijn flexibel ingericht. Voor flexibel onderwijs wat betreft inhoud, tijd, plaats en niveau, is nodig dat ook de toetsen en de toetsorganisatie flexibel zijn ingericht. Dit kan alleen als de toetsen onafhankelijk zijn van de gevolgde leerweg.
  • LOT verkeert nog in een experimenteel stadium. Vanuit het ministerie van OCW lopen diverse pilots Flexibilisering van deeltijdonderwijs en Werken met leeruitkomsten. HU-docenten moeten voorlopig nog wel werken met onderwijseenheden en de koppeling met studiepunten en studielast. Wel kunnen docenten de te realiseren leeruitkomsten expliciet in de beschrijving van onderwijseenheden opnemen.

Samenhang

De HU kiest voor gepersonaliseerd leren met flexibele leerwegen voor studenten en professionals. In de HU-visie op onderwijs is LOT een ontwerpdimensie van het kernelement gepersonaliseerd leren. LOT wordt daarom vanuit flexibiliteit ingezet. Daarbij wordt ook een impuls gegeven aan het versterken van de toetskwaliteit.

Voorbeeld

De opleiding Small Business and Retail Management werkt met een didactisch concept dat gebaseerd is op vraagsturing en constructivisme. De NVAO heeft eerder in 2016 de opleiding opnieuw geaccrediteerd en beoordeeld met ‘Goed’ op alle standaarden. Andries Molenaar licht het opleidingsconcept voor ons toe en vertelt wat dit betekent voor de toetsing.

Studenten leren zo veel mogelijk in een realistische leeromgeving. De student richt binnen kaders zijn/haar eigen opleiding in. Leidend hierbij is de lijst met beroepsproducten, gebaseerd op de SBRM-competenties en uitgesplitst in beroepshandelingen. Er is sprake van een opbouw in de vraagsturing. In het eerste jaar biedt de opleiding structuur in de vorm van een student company. In het tweede jaar biedt de opleiding ook leeractiviteiten aan die de overgang naar vraaggestuurd leren moeten bevorderen.

Wat betekent dit voor de toetsing? De opleiding kent weinig traditionele toetsen, de belangrijkste toetsvorm is het assessment waarin de student laat zien dat hij/zij bepaalde beroepshandelingen beheerst. Een beroepsproduct kan op laag, midden of hoog niveau getoetst en aangetoond worden. Een student laat dit zien door middel van het inleveren van een beroepsproduct, zoals bijvoorbeeld een marketingplan. Als dat voldoende niveau heeft volgt een mondeling assessment.

Hoe toets je kennis in een assessment? Hierbij is de rol van de beoordelaar van groot belang. De opleiding organiseert dan ook regelmatig kalibreersessies voor beoordelaars. Daarnaast experimenteert de opleiding met ingangstoetsen om kennis te toetsen. Het idee is dat je alleen mag deelnemen aan een assessment als je hebt laten zien over voldoende basiskennis te beschikken. Dit voorkomt ook dat studenten hun eerste kans gebruiken als ‘generale repetitie’ en pas voor de herkansing echt gaan leren. Want daarvoor is het assessment een te kostbare toetsvorm.

Is deze manier van opleiden alle studenten geschikt? Andries Molenaar geeft aan dat de opleiding in de werving veel aandacht besteedt aan de manier van werken, omdat niet alle studenten op deze manier kunnen leren. Als je zelfsturing lastig vindt, word je al snel een langstudeerder. Daarom heeft de opleiding de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan het bieden van meer structuur aan het begin van de opleiding. Daarnaast krijgen studenten in sommige gevallen de mogelijkheid om in plaats van een beroepsproduct te maken, deel te nemen aan themasessies en daar een tentamen over te doen. Op deze manier maakt de opleiding gepersonaliseerd leren mogelijk.

Waar moet je aan denken als je als opleiding aan de slag wilt met gepersonaliseerd leren en toetsen? Andries Molenaar heeft een aantal tips:

    • Zorg dat je toetsontwerp en didactisch concept op elkaar aansluiten.
    • Maak het toetsprogramma en de beroepsproducten leidend bij je ontwerp en niet de ‘vakken’.
    • Het aanpassen van een bestaande opleiding is soms lastiger dan het ontwikkelen van een nieuwe opleiding.
    • Betrek het beroepenveld en de examencommissie bij de ontwikkelingen.