Rob Gründemann

Winterse Debrecen brengt inzicht in de successen van sociale investeringen

Onlangs reisde het Nederlandse projectteam voor een vergadering van het Innosi-project naar het winterse Debrecen. De  tien partners van Innosi , allen regionale  hogescholen en universiteiten, kwamen bij elkaar om de tussenresultaten van ons onderzoek te bespreken en de plannen uit te werken voor het breder etaleren van de resultaten per project.

Debrecen, gelegen in een laagvlakte in het oosten van Hongarije, blijkt een historische band te hebben met Utrecht vanwege  het  Calvinistische verleden dat beide steden sinds de zestiende eeuw delen. In de aula van de Universiteit prijkt nog altijd een glas in lood-raam dat deze stedenrelatie in beeld brengt. In het centrum van de stad worden we verrast met nog een tweede verwijzing naar Nederland: een gedenkteken voor Michiel de Ruyter. In 1676 bevrijdde hij een groep Hongaarse predikanten van de Napolitaanse galeien.

Het Innosi-project is inmiddels halverwege de looptijd. De twintig gekozen projecten (twee per land) zijn gericht op een grotere betrokkenheid van  arme, kwetsbare en gestigmatiseerde groepen. Het is interessant om de eerste bevindingen te horen. Welke lessen kunnen wij eruit leren? Zo worden deelnemers in een aantal projecten actief in het innovatieproces betrokken. Ook blijkt maatwerk een succesfactor. Weinig innovatief is echter dat bijna alle onderzochte projecten met publieke middelen zijn gefinancierd. Soms is sprake van een mix van financiering, waarbij ook gelden zijn ingebracht door particulieren of charitatieve instellingen.

Noemenswaardig is dat onze projecten, stadslandbouw in Amelisweerd en ’t Groene Sticht in Leidse Rijn, als een van de weinige juist financieel rendabel blijken en op langere termijn duurzaam rendement opleveren.

Bijzonder aan alle projecten is dat de deelnemers zijn getraind als community reporter. Via een videoboodschap vertellen zij over hun persoonlijke ervaringen met de case studies. Hiermee wordt duidelijk dat de projecten alleen succesvol kunnen zijn als ze zich werkelijk openstellen voor de deelnemers en hun behoeften. Pas als wij in staat zijn persoonlijk contact te leggen, ontstaat er inzicht in de werkelijke noden en behoeften.

Naast het bespreken van de resultaten, dachten we ook na hoe we die resultaten onder de aandacht kunnen brengen bij beleidsmakers. Want we willen natuurlijk niets liever dan dat de kennis die wij vergaren, ook echt wordt benut. Hierbij kunnen nationale webpagina’s zoals deze een sleutelrol vervullen. En is zo’n periodieke vergadering een goed moment om ervaringen en ideeën uit te wisselen die de impact van het project kunnen vergroten.

Rob Gründemann, lector organiseren van verandering in het publieke domein, Hogeschool Utrecht.