Luisteren

Omschrijving De leerling verwerft en verwerkt via luisteren gesproken informatie, gericht op de ontwikkeling van (vak)begrippen en vakmatig redeneren.
Toelichting Een luisteraar moet een beschrijving kunnen volgen, een betoog kunnen begrijpen, gevoelens en meningen kunnen onderscheiden van zakelijker informatie. Hij moet vakspecifieke woorden en vakspecifieke redeneringen kunnen volgen (bijv. de kringloop van het water of  de voedselketen bij natuur). Leerlingen moeten uitleg leren volgen. Het is belangrijk te leren doelgericht te luisteren. Leerlingen moeten weten of ze globaal moeten luisteren, of zeer gericht op details. Ze moeten ook kritisch leren luisteren: informatie leren beoordelen en interpreteren. Ze moeten leren of specifieke vakbegrippen door hun medeleerlingen goed worden gebruikt, of niet. Ze moeten dus luisterdoelen stellen en luistervragen formuleren. Op deze manier wordt luisteren een actief leerproces en werken leerlingen aan hun luistervaardigheid.

In het Referentiekader Taal worden de volgende niveaus onderscheiden:
1. (po) De leerling kan luisteren naar eenvoudige teksten over alledaagse concrete onderwerpen en over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling.
2. (vmbo) De leerling kan luisteren naar teksten over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij de eigen leefwereld of die verder van de leerling af staan.
3. (havo) De leerling kan luisteren naar een variatie aan teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
4. (vwo) De leerling kan luisteren naar een grote variatie aan, ook complexe, teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard, die ook abstracte thema’s kunnen behandelen.

Zie ook sprekenlezenwoordenschatReferentiekader Taal
Praktijkvoorbeelden Mondelinge activiteiten: