Theorie Algemeen

Schrijfproces

Omschrijving De menselijke activiteit van het schrijven van een tekst.
Toelichting Om het ‘schrijven’ beter te begrijpen maken we een onderscheid tussen het schrijfproduct (de tekst) en de activiteit die tot dat product leidt: het schrijfproces. Terwijl het schrijfproduct concreet en zichtbaar is, is het schrijfproces niet direct zichtbaar; het speelt zich af in het hoofd van de schrijver. Om toch over dat schrijfproces te kunnen praten kan een model van het schrijfproces voorgesteld worden dat bestaat uit de volgende componenten:

De kennis van de schrijver:
– over het onderwerp van de tekst (conceptuele kennis);
– over het taalsysteem (woordgebruik, zinsbouw, spelling);
– over het retorisch systeem (tekstsoorten, stijl, publiekgerichtheid; doelgerichtheid) en over schrijfprocedures (oriënteren, plannen, formuleren, reviseren).

De communicatieve situatiewaarin schrijver zijn werk doet
Dit wordt ook wel de taakomgeving genoemd. Denk daarbij aan een journalist die, aanhikkend tegen de deadline, zijn interview met de minister-president uitschrijft. Of aan een schrijfopdracht die een leraar aan een leerling geeft.

Het eigenlijke schrijfproces
Het eigenlijke schrijfproces bestaat uit drie fasen: plannen, schrijven en reviseren. Deze fasen beïnvloeden elkaar sterk en zijn recursief: de fasen wisselen elkaar voortdurend af in een steeds wisselende volgorde.

Tijdens het plannen kiest de schrijver het onderwerp en ontwikkelt hij een bepaald idee over de te schrijven tekst. Daarbij maakt hij gebruik van de eerder genoemde verschillende soorten kennis: over het onderwerp, het taalsysteem, het retorisch systeem en schrijfprocedures.
Tijdens het schrijven zet de schrijver zijn gedachten om in geschreven taal. We onderscheiden daarbij het kiezen van woorden, bouwen van zinnen en alinea’s (formuleren) en het gebruik maken van taalregels op het gebied van spelling en interpunctie (coderen).
Tijdens het reviseren herleest en herziet de schrijver (delen van) zijn tekst. Het kan gaan om revisies van de formulering, de inhoud, de ordening, de spelling en interpunctie. Het reviseren gebeurt niet alleen aan het eind van het schrijfproces, maar ook tijdens het schrijven.

Zie ook leesproces; tekstbegrip; tekstsoorten; denkrelaties
Praktijkvoorbeeld Schriftelijke activiteiten: