Theorie Algemeen

Taalverwerving

Omschrijving Het verwerven van spraak en het verwerven van inzicht in het hanteren van grammaticale en communicatieve regels. Bij taalverwerving onderscheiden we de spraakontwikkeling en de taalontwikkeling.
Toelichting In de praktijk worden de begrippen taalverwerving en taalontwikkeling door elkaar gebruikt.
In het taalontwikkelingsproces leren kinderen de regels met betrekking tot de taalinhoud (semantisch aspect), de taalvorm (fonologie, morfologie en syntaxis) en het taalgebruik (pragmatiek).
De ontwikkeling van de moedertaal wordt gedeeltelijk gestuurd vanuit de rijping van het centrale zenuwstelsel. Denk daarbij aan ‘minimumspreeknormen’ die bij logopedie worden gehanteerd.
Daarnaast zorgt taalinput van buitenaf voor prikkeling van hersencellen, waardoor de taal zich in de eerste zes jaren op de hersenschors vastlegt in een mentale atlas. Die bestaat uit het vermogen tot geluidswaarneming, het vermogen tot klankvorming, het vermogen tot woordbegrip, het vermogen tot zinsbegrip en het vermogen tot zinsproductie.
Er bestaan verschillende theorieën over hoe kinderen taal verwerven. Een algemeen geaccepteerde benadering is dat kinderen niet simpelweg imiteren maar creatieve bouwers zijn en beschikken over een taalleermechanisme. De ‘interactionele benadering’ voegt daar nog aan toe dat het taalaanbod van en de interactie met moedertaalsprekers een grote rol speelt bij het leren van een taal.
Uit taalverwervingsonderzoek (Damhuis en Litjens 2003) is gebleken dat drie factoren samen doorslaggevend zijn in het bevorderen van de taalontwikkeling van leerlingen:
1. Begrijpelijk, rijk en betekenisvol taalaanbod
2. Gelegenheid tot taalproductie
3. Feedback op vorm en inhoud van taaluiting.
Als in een vakles deze drie factoren aanwezig zijn, kan er in de vakles tevens sprake zijn van taalverwerving.
Zie ook tweedetaalverwerving; cognitieve ontwikkeling en taal; begrijpelijk taalaanbod realiseren; taalproductie uitlokken; feedback geven