Anesthesie

Deze minor hanteert een wachtlijst. Neem contact op met ad.otten@hu.nl als de minor vol zit en je op de wachtlijst geplaatst wilt worden. Voor meer informatie, klik hier.

Context

De minor Anesthesie geeft een vakinhoudelijke verbreding en verdieping voor studenten van de opleiding Bachelor Medische Hulpverlening. Voor studenten van andere gezondheidszorgopleidingen zal deze minor vooral verdieping geven. Het uitoefenen van de primaire professie zal worden vergemakkelijkt, daar meer kennis en kunde verworven is op het gebied van het behandelen van patiënten op een operatiekamer. De employability van de BMH-student binnen het beroepsdomein zal hiermee worden vergroot.

Inhoud

Deze minor bestaat uit zes cursussen:

Cursus 1: Basiscompetenties anesthesie
De geschiedenis en basisprincipes van de anesthesiologie. Anesthesiologische monitoring van de patiënt voor, tijdens en na de operatie. Toepassen van verschillende Anesthesiologische technieken. Bereiden en toedienen van geneesmiddelen. Rapporteren en overdragen van een patiënt na een operatie aan een andere discipline. Het aanleren van assisterende vaardigheden.

Cursus 2: Toegepaste anesthesiologie
Anesthesietechnieken toepassen bij chirurgische ingrepen. Diverse chirurgische ingrepen (algemene chirurgie, gynaecologie, orthopedie, plastische chirurgie, urologie, KNO, oogchirurgie en neurochirurgie). Classificeren van patiënten doormiddel van de ASA-classificatie. Begeleiden en bewaken van patiënten met een ASA1 of ASA2-classificatie. Uitvoeren van handelingen (infuus inbrengen, endotracheale intubatie, bronchiaal toilet, bloedmetingen verrichten). Bevorderen van patiëntveiligheid door veiligheidsprocedures te implementeren in het handelen.

Cursus 3: Klinische anesthesie
Het protocollair anesthesiologische zorg geven aan patiënten met een laagcomplex risicoprofiel (ASA1 en ASA2). Het interpreteren van beeldvormende en laboratoriumdiagnostiek (I-stat metingen). Het bewaken van de ademhaling en bloedcirculatie (ECG, capnografie, zuurbase evenwicht). Casuïstiek uitwerken via klinisch redeneren waarbij via een stappenplan diagnose en behandelingsmogelijkheden worden bepaald en simulatietrainingen in een tot operatiekamer omgebouwd skills-lab.

Cursus 4: Speciële anesthesie I
Complexe anesthesiologische zorg bij uitgebreide chirurgische ingrepen. Gericht op patiënten met een hoog-complex risicoprofiel (ASA 3 en 4 classificatie). Aandacht voor de bijhorende ziektebeelden en geneesmiddelen (pathologie en farmacologie). Inzicht verkrijgen in de complexe chirurgische technieken. Het leren klaarmaken en toepassen van de bewakingsapparatuur en infuustoedieningssystemen die nodig zijn bij deze specifieke complexe anesthesiologische zorg.

Cursus 5: Speciële anesthesie II
Aandacht voor de meest uitgebreide anesthesiologische zorg in de moeilijkste omstandigheden.
Aandacht voor de ernstige systeemafwijkingen zoals shock en de uitgebreide specialistische chirurgische ingrepen zoals thoraxchirurgie. Andere onderwerpen die aan bod komen: Pijnbestrijding, sedatietechnieken, postoperatieve zorg, communicatieve en sociale vaardigheden. Het zelfstandig kunnen voorbereiden en uitvoeren van anesthesiologische zorg rond een gegeven operatie.

Cursus 6: Speciële anesthesie III
Deze cursus staat vooral in het teken van de preoperatieve screening en het klinisch redeneren.
In veel ziekenhuizen is er een aparte poliklinische afdeling waarbij patiënten gescreend worden nog vóór dat ze op de wachtlijst voor de OK worden gezet. De verantwoordelijkheid voor een goede screening is groot.
Het risico van complicaties en andere onverwachte zaken worden door procedures en protocollen, anamnese en (kort) lichamelijk onderzoek zo klein mogelijk gemaakt. Om een goede screening te kunnen uitvoeren is kennis van ziektebeelden, comorbiditeit en farmacologie noodzakelijk. Bij het klinisch redeneren wordt via een stappenplan casuistiek uitgewerkt. Op deze manier wordt geleerd hoe je op een verantwoorde wijze tot een diagnose en een behandeling kunt komen.​

Ingangseisen

Studenten van de opleiding Bachelor Medische Hulpverlening zijn direct toelaatbaar. Studenten van andere opleidingen zijn toelaatbaar indien zij aantoonbaar aan onderstaande ingangseisen voldoen.

Een goede beheersing van:

primary en secondary survey (ABCDE-methodiek), kennis en kunde m.b.t. anatomie, fysiologie en pathologie op het gebied van de cardiologie, pulmonologie, neurologie, chirurgie/traumatologie, gynaecologie, verloskunde, interne geneeskunde, psychiatrie en kindergeneeskunde,  het afnemen van complete medische anamnese en van de uitvoering van een compleet medisch lichamelijk onderzoek en van reanimatievaardigheden op het startniveau van Advanced Life Support.​