Psychosomatiek en innovatie van zorg

Het biopsychociale model is binnen de fysiotherapie en de oefentherapie Cesar/ mensendieck een uitgangspunt om de klachten van de patiënt te analyseren en behandelstrategieën toe te passen. Hierbij zijn naast de biomedische aspecten ook psychologische en sociale factoren bepalend voor ziekte en het genezingsproces.Op dit moment is de nieuwe definitie van gezondheid van invloed op de visie op behandelen.De definitie is ”Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven ” (Huber, 2012). Zelf management en aanpassingsvermogen van patiënten staan hierbij centraal.Bij steeds meer patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat is geen sprake van een anatomisch pathologisch substraat en zijn de patiënten beïnvloed in hun vermogen tot zelf management.

Gedurende deze minor gaan we het effect op het bewegend functioneren van de interactie tussen biomedische factoren, sociale context en psychologische factoren verder verdiepen bij de patiëntenpopulatie “psychosomatiek”. Het gaat hierbij om mensen met lichamelijke klachten die “of langer dan enkele weken duren en waarbij bij adequate medisch onderzoek geen somatische aandoening wordt gevonden die de klachten voldoende verklaart” of waarbij “wel een somatische aandoening wordt gevonden maar de klachten ernstiger of langduriger zijn ofwel het functioneren sterker beïnvloeden dan op grond van de aandoening te verwachten is.” (GGZ richtlijn “Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten en somatoforme stoornissen”).

Tijdens Module 1 van de minor zijn fysiologie van pijn en stress, invloed van coping en persoonlijkheid op bewegend functioneren, psychopathologie, ontwikkelingspsychologie en behandelinterventies centrale thema’s. Jullie zullen ook een beroepsorienterende stage gaan lopen bij een gespecialiseerde fysiotherapeut of oefentherapeut.

Naast de inhoudelijke verdieping werken de studenten in module 2 onder leiding van onderzoekers mee aan de uitvoering van een onderzoeksproject van het lectoraat Leefstijl en Gezondheid, project PREPGO. PREPGO staat voor Pijnrevalidatie bij patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden. Studenten maken kennis met revalidatiezorg (tweedelijns) bij chronische pijnpatiënten. Ze leren over kwalitatief onderzoek, waarin het verhaal en de ervaringen van de chronische pijn patiënt centraal staat (narratief redeneren). En daarnaast wordt er binnen het kwantitatieve onderzoek inzicht gegeven in diagnostiek en interventies die toegepast worden bij chronische pijnpatiënten. De centrale thema’s in het PREPGO onderzoek zijn: uitval van chronische pijn patiënten binnen revalidatie, ziektepercepties en verwachtingen van revalidatie en gezondheidsvaardigheden van chronische pijnpatiënten.

Ingangseisen

Je hebt interesse in het bewegend functioneren en de ambitie je verder te ontwikkelen binnen het domein van wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast heb je interesse in het goed onderbouwd diagnosticeren en behandelen van psychosomatische aandoeningen. De minor is voor studenten fysiotherapie en oefentherapie direct toegankelijk. Studenten van andere paramedische disciplines dienen contact op te nemen met de cursus coördinator Selma May.

Je hebt

  • gedegen kennis van fysiologie van pijn en stress in relatie tot het fysiekefunctioneren;
  • basiskennis van bindweefselfysiologie enherstel;
  • basiskennis van de diagnostiek en behandeling van psychosomatische klachten in relatie tot het bewegend functioneren;
  • een goede beheersing van de Engelse taal om de gebruikte literatuur tebestuderen;
  • een wetenschappelijke grondhouding is een pré.