Rekendocent vo/mbo

Voor wie

Loop je stage of geef je les op een middelbare school of in het middelbaar beroepsonderwijs? Zou je rekenlessen willen geven of geef je een vak waarbij leerlingen veel moeten rekenen? Dan is de minor ‘Rekendocent vo/mbo’ wat voor jou.

Je bent na het afronden van de twee modules rekendidactiek bevoegd en bekwaam om rekenlessen te geven op alle niveaus in vo en mbo, mits je een didactische bevoegdheid voor vo en mbo hebt. De minor is daarom alleen toegankelijk voor studenten van een lerarenopleiding of docenten die al lesgeven en zich verder willen verdiepen in goed rekenonderwijs.

Ingangseisen

De modules van opleiding Rekendocent vo/mbo vereisen een stageplek waar je rekenlessen kunt geven. De inhoud van de bijeenkomsten is gericht op het uitvoeren van de rekenopdrachten in de praktijk. Als je geen rekenlessen kunt geven op een vo- of mbo school is het niet mogelijk de opdrachten te maken en daarmee de modules af te ronden.

Daarnaast heb je rekenniveau 3F nodig, dit wordt in de minor getoetst.

Inhoud

Ook de huidige regering wil het rekenonderwijs versterken en verbeteren (regeerakkoord, oktober 2018). Er komt een alternatief voor de rekentoets. Scholen zullen veel vrijheid krijgen om het rekenonderwijs en de afsluiting daarvan zelf in te richten. Maar het telt wel mee voor het examen! Daarom zijn goede rekendocenten op elke school van groot belang.

In toenemende mate is gecijferdheid van belang in het dagelijkse leven. We rekenen dagelijks meer dan we denken, dat maakt goed rekenen ook in een maatschappij vol rekenmachines relevant. Er zijn ongeveer 2,1 miljoen laaggecijferden in Nederland, deze groep is oververtegenwoordigd wanneer het gaat om schulden en werkloosheid (lezenenschrijven.nl, 2016). Goed rekenonderwijs kan bijdragen aan het verminderen van laaggecijferdheid.

In deze minor ‘Rekendocent vo/mbo’ maak je kennis met verschillende manieren om je leerlingen bij het rekenen te ondersteunen. Je bekijkt niet alleen wat leerlingen moeten weten op het gebied van rekenen, maar ook waarom ze dit nu eigenlijk moeten weten en hoe je de rekenlessen zo kunt inrichten dat leerlingen daarvan optimaal profiteren. Daarnaast gaan we in op rekenbeleid op schoolniveau en de landelijke ontwikkelingen.

Leerdoelen

Goed rekenonderwijs vraagt om goede rekendocenten. Dit traject op hbo-bachelorniveau sluit aan bij het bekwaamheidsprofiel en de bouwstenen van het ‘Raamwerk scholing en nascholing rekendocent vo/mbo’. Die bouwstenen vormen de leerdoelen van de minor.

Tijdens deze minor:

  • verdiep je je in de leerstof
  • ontwikkel je lessenseries
  • doe je onderzoek op je werkplek
  • krijg je zicht op het belang van rekenstrategieën die je leerlingen kunnen gebruiken
  • leer je hoe je leerlingen verder helpt en beter leert rekenen
  • leer je welke plaats rekenen nog heeft in een digitale maatschappij

Cursussen

Rekendidactiek 1 en 2

Leerlingen moeten natuurlijk een voldoende halen voor hun rekenvakken. Maar uiteindelijk gaat het erom dat zij zich met rekenen redden in de maatschappij. We bekijken hoe rekenonderwijs in elkaar zit en hoe je het kunt toepassen. Je neemt je eigen rekenvaardigheden ook onder de loep.

Differentiëren

Alle leerlingen die je voor je neus krijgt, hebben ervaring met rekenen. Maar het niveau van deze leerlingen is lang niet altijd gelijk. Hoe ga je om met deze verschillen? Kun je hiervoor ook ICT inzetten?

Rekenproblemen

Welke kenmerken hebben zwakke rekenaars en hoe herken je ze in je klas? Je leert de leerlingen herkennen, maar kunt ze ook hulp bieden.

Ontwerponderzoek

Op basis van een praktijkprobleem in je eigen (stage)school onderzoek je de mogelijkheden voor verbetering, je kunt ook een lessenserie ontwerpen en uitproberen. Je geeft zelf richting aan je eigen onderzoek.

Rekenbeleid en opbrengstgericht werken

Je gaat aan de slag met de organisatie van rekenen op school. Hoe werkt het en hoe ziet het eruit? Je bekijkt welke mogelijkheden er zijn om rekenonderwijs vorm te geven. Daarnaast gaan we in op alle data die je op school van leerlingen verzamelt en hoe je daarmee het onderwijs kunt aanpassen aan de onderwijsbehoeften van leerlingen en studenten.

Toetsing

Tijdens deze minor schrijf je verslagen van verschillende opdrachten per module. Er zijn opdrachten die je in je eigen lessen moet uitvoeren, opdrachten die je kunt uitwerken op basis van literatuur en opdrachten die je in de les op de HU uitvoert. Het samenwerken in het leerteam heeft een rol in de verslagen, maar de beoordeling is individueel. De 3F rekentoets maakt deel uit van de tweede module Rekendidactiek.

Literatuur

De volgende literatuur komt tijdens de minor aan de orde. Je ontvangt voor de start van het onderwijs een definitieve literatuurlijst.

  • Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie VO, M. Van Groenestijn, G. Van Dijken, G. & D Janson, D. (2012)
  • Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie MBO, M. Van Groenestijn, G. Van Dijken, G. & D Janson, D. (2012)
  • Differentiëren kun je leren, omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs, M. Berben, Van Teeseling

Rooster

Er is één lesdag in de week, waarschijnlijk dinsdag. In periode A heb je één dagdeel les, in periode B heb je een hele dag (twee dagdelen: ’s morgens en ’s middags) les. In periode C en D heb je meestal één dagdeel les, en in beide perioden twee keer een hele dag, wanneer we het onderzoek belichten.

Extra kosten

Geen.