Spelend wijs in groep 1 en 2 en VVE

Voor wie

Ben je geïnteresseerd in hoe het onderwijs aansluit op de ontwikkeling van peuters en kleuters? En wil je meer leren over hoe je die ontwikkeling stimuleert? Dan is deze minor misschien wat voor jou.

Ingangseisen

Voor deze minor gelden geen ingangseisen.

Inhoud

Goed onderwijs voor jonge kinderen heeft een positief effect op zowel de leerprestaties als de sociaal-emotionele ontwikkeling voor de rest van de basisschooltijd. Maar door onderzoek van de Universiteit Utrecht is gebleken dat het onderwijs aan peuters en kleuters in Nederland flink kan verbeteren. Deze minor speelt daarop in, met als doel dat professionals die met jonge kinderen gaan of willen werken toegerust zijn om jonge kinderen, in brede zin, goed te kunnen begeleiden en stimuleren.

Door kinderen met een (taal, leer) achterstand te leren herkennen, kunnen professionals deze kinderen vroegtijdig stimuleren. Zo zorgen wij ervoor dat deze kinderen zoveel mogelijk een passende aansluiting vinden in het onderwijs wat op de basisschool aangeboden wordt. De effecten voor de toekomst zullen o.a. zijn dat deze kinderen meer mogelijkheden krijgen op later succes in de maatschappij.

Onderwerpen die aan bod komen in deze minor zijn:

Visie op onderwijs:
Visie en visieconcepten met aansluitend het beleid vanuit de regering op VVE en hoe dit bijvoorbeeld via de gemeente Utrecht of Den Haag aangestuurd wordt naar het werkveld.

Taal-denkontwikkeling en communicatie:
Taalontwikkeling van kinderen, met het taalaanbod, maar vooral ook hoe je via goede communicatievaardigheden kinderen beter kan stimuleren in hun ontwikkeling.

Een rijke speel-leeromgeving:
Het creëren van integratieve rijke speel-leerhoeken, waar kinderen spelend kunnen ontdekken en leren. Met speciale aandacht hoe je kwaliteit kan bieden en waar je dan op moet letten.

Ouders in de school:
De effecten van ouders in de school en op welke manier je ouders in de school kan betrekken.

VVE-Spel:
Het maken van ontwikkelingsmateriaal gestoeld op de 21e-eeuwse vaardigheden en de cognitieve, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van jonge kinderen.

Scholenbezoek:
Je gaat werken in een leerteam en je bezoekt tevens elkaars stagescholen. Je kijkt naar de inrichting van de scholen en hoe de leerkracht werkt met kinderen. Daar maak je met je leerteam een voorlichtingsfilmpje over om de verschillen en overeenkomsten van de verschillende scholen in beeld te brengen.

Eindpresentaties:
Aan het eind van de cursus geef je in een eindpresentatie een overzicht van wat je allemaal geleerd hebt tijdens de Minor over het jonge kind en het onderwijs aan jonge kinderen.

Leerdoelen

  • Je beargumenteert je eigen visie op hoe jonge kinderen leren en vergelijkt die met het pedagogisch en didactisch handelen van de professional in de praktijkschool.
  • Je maakt ontwikkelingsmateriaal voor jonge kinderen gericht de 21e -eeuwse vaardigheden en de taal-, reken-, sociaal-emotionele of motorische ontwikkeling en probeert het ontwikkelingsmateriaal uit bij de kinderen in de stage.
  • Je weet kinderen te motiveren, de betrokkenheid van kinderen te stimuleren en zet goede communicatievaardigheden in om het leereffect van kinderen te verhogen.
  • Je beschrijft hoe kinderen zich ontwikkelen op het gebied van de taal-denkontwikkeling en beargumenteert waarom een taalrijke leeromgeving belangrijk is.
  • Je creëert met het leerteam een kijkwijzer met observatiepunten om je eigen communicatievaardigheden te analyseren.
  • Je organiseert een uitdagende activiteit in een kleine kring waarin communicatie en interactie centraal staat.
  • Je maakt in de stageklas twee themahoeken met uitdagende activiteiten waar kinderen spelenderwijs kunnen leren. Je stelt doelen op en evalueert achteraf het effect van deze themahoeken.

Toetsing

De minor wordt getoetst op basis van werkstukken en presentaties.

Literatuur

  • Verplichte literatuur:
    Böttger, S., Langbein, J., & Memelinck, D. (2016). Materialen doen ertoe! Een praktijkboek voor het werken met jonge kinderen. Heeswijk-Dinther: Esstede. (blz 41-53 via HUbl beschikbaar)
    Brouwers, H. (2016). Kiezen voor het jonge kind. Bussum: Coutinho
    Delfos , M. (2014). Luister je wel naar mij? Amsterdam: SWP.
    Gemeente Utrecht. (2012). Utrechts Kwaliteitskader voor educatie van het jonge kind. Geraadpleegd op: http://www.nuvoorlaterutrecht.nl/uploads/files/utrechtskwaliteitskader%20_print.pdf
    Haan, A. de, Elbers, E., & Leseman, P. (2011). Pilot Gemengde Groepen: Eindverslag. Utrecht: Afdeling Orthopedagogiek Universiteit Utrecht. (Artikel)
    Henrichs, L.F., & Leseman, P.P.M. (2013). Academische taal in de kleuterklas. Effecten van een korte leerkrachtinterventie. Tijdschrift voor orthopedagogiek, (52)2 ,46-56. (Artikel)

 

  • Keuze literatuur:
    Boog, G., Janson, D., & Memelink, D. (2012). Leren kun je observeren. Amersfoort:ThiemeMeulenhof.
    Janssen-Vos, F. (2008). Basisontwikkeling. Assen: Van Gorcum
    Korthagen, F. (2008). Docenten leren reflecteren. Den Haag: Boom Lemma.
    Oers, B. van, & Janssen-Vos, F. (2000). Visies op onderwijs aan jonge kinderen. Assen: VanGorcum
    Pameijer, N., & Beukering, T. van. (2010). Handelingsgerichte werken in de klas. Den Haag: ACCO
    Singer, E., & De Haan, D. (2015). Speels, liefdevol en vakkundig Theorie over ontwikkeling, opvoeding en educatie van jonge kinderen (2e ed.). Amsterdam, Nederland: SWP.

Rooster

In periode A en B worden op de dinsdag hoor- en werkcolleges gegeven van 9.30 tot 14.00 uur.

Extra kosten

Geen extra kosten.