Spelend wijs in groep 1 en 2 en VVE

Context

Uit onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit van Utrecht, is gebleken dat het onderwijs aan jonge kinderen in Nederland voor verbetering vatbaar is (De Haan, Elbers & Leseman, 2011). De kennis van de leerkracht over hoe jonge kinderen leren, de kwaliteit van de leerkrachtvaardigheden waarbij de professional doelgericht werkt en in haar aanbod rekening houdt met het zogenaamde deep level learning, vormen de spil voor betere leeropbrengsten van kleuters. Goed onderwijs aan het jonge kind heeft een positieve werking op de leeropbrengsten in de opvolgende leerjaren van het basisonderwijs. Hierop inspelend zijn er in de provincie Utrecht verschillende speerpunten geformuleerd die een verbeterslag moeten stimuleren (Utrechtese kwaliteitsagenda, 2015). Een van die speerpunten is het goed toerusten van professionals.
Deze minor speelt in op de aanbevelingen vanuit onderzoek en de speerpunten, geformuleerd door de gemeente Utrecht. In deze minor gaan we in op deze verschillende speerpunten.

Wat ga je doen?

De student zal zich verder professionaliseren in de verschillende mogelijkheden om de ontwikkeling van jonge kinderen optimaal te stimuleren. Visie speelt hierin een belangrijke rol. Visie geeft richting aan het onderwijs en de leerkrachten die het uitvoeren in de klas. Zonder visie er is geen focus en geeft vaak onduidelijkheid en chaos in een organisatie, die het onderwijs in de klas vaak negatief beïnvloed. Aangezien wij kinderen naar hun volwassenheid begeleiden is het aan ons de taak om hierover met elkaar in dialoog te gaan. Wat moeten kinderen leren om zich staande te kunnen houden in een sterk veranderende wereld? Daarom zal in deze minor verbinding gezocht worden tussen de ontwikkeling van kinderen, de wereld van morgen en wat dit betekent voor de leer-leefomgeving in de klas, de pedagogische en didactische rol van leerkracht en de rol van ouders in de school.

VVE

Landelijk is in 2000 de regeling VVE van kracht geworden. Doel van voor- en vroegschoolse educatie is het voorkomen van (taal)achterstanden bij alle kinderen van 2 tot 6 jaar die in een achterstandssituatie verkeren of dreigen terecht te komen. In totaal zijn dit in Nederland ongeveer 200.000 kinderen. Door deze doelgroep zo vroeg mogelijk in hun ontwikkeling te stimuleren, wil de overheid latere maatschappelijke problemen, zoals onderwijsachterstanden, voorkomen. In de minor wordt aandacht besteed aan kinderen met een VVE indicatie. Uitgangspunt is: wat heeft deze doelgroep nodig om zich zo goed mogelijk te kunnen blijven handhaven binnen het onderwijs. Er is aandacht voor het herkennen van signalen, op welke manier je deze kinderen het best bereikt en hoe aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften.

Rijke leeromgeving

Daarnaast wordt ingegaan op het creëren van een rijke leeromgeving. Hierbij zullen verschillende visies op onderwijs aan jonge kinderen, zoals OGO, EGO en Reggio Emilia en de rol van ouders, de revue passeren. De student creëert een rijke leeromgeving in de stageklas, waarin doelgerichte speelwerkactiviteiten opgenomen zijn. De verschillende betekenisvolle activiteiten, verbonden in een thema, bieden de mogelijkheid tot ontdekkend leren. Hierbij leert de student vanuit verschillende rollen ervaringen van kinderen te verrijken en leeropbrengsten te vergroten (De Haan & Schut, 2006). Ouders zijn belangrijke partners en vormen samen met een professionele leerkracht een krachtige voorspeller voor de leerprestaties van een kind. Daarom wordt het partnerschap met ouders als een extra belangrijke dimensie gezien van een rijke leeromgeving.

Communiceren met kinderen en taalverwerving

Naast het goed kunnen communiceren met jonge kinderen is ook het leggen van relaties en het creëren van een veilig pedagogisch klimaat van belang. De leerkracht moet in staat zijn om dit te realiseren zodat kinderen optimaal kunnen leren (Delfos, 2011). In deze minor willen we echter ook het communiceren met jonge kinderen verbinden met de kwaliteit van de taal van de leerkracht in de klas. Er wordt ingegaan op de kwaliteit van het gesprek met items als: uitdagender taalgebruik, meer vragen naar redenen, het geven van relevante vergelijkingen, verklaringen zoeken, diversiteit in taalgebruik, verschillende en nieuwe woorden, lange zinnen, betekenisvol met elkaar verbonden zinnen, het laten vallen van stiltes, feedback geven etc.

Deze leerkrachtvaardigheden lokken ‘’academisch’’ taalgebruik uit en stimuleren de denkontwikkeling van kinderen. Uit onderzoek blijkt dat een vroege ontwikkeling van academische taalvaardigheid een voorspeller is voor een succesvol verloop van de schoolloopbaan (Leseman, 2013). Het werken in kleine groepen is daarbij het uitgangspunt. Deze keuze is gemaakt omdat ‘’doelgerichte begeleide ontwikkeling stimulerende activiteiten’’ in kleine groepjes een positief effect hebben. Zowel op de ontwikkeling van de taalvaardigheid als de ontluikende lees- en rekenvaardigheid. Vooral voor de kinderen met een risico op (taal)achterstanden.

Reflectie wordt als middel gebruikt om de student inzicht te geven in het eigen handelen, met als doel zijn leerkrachtvaardigheden te verbeteren. Hierbij wordt de student gestimuleerd kritisch te kijken naar eigen kwaliteiten, vaardigheden, kennis, attituden en constructen, met de uitdaging een koppeling te maken met de theorie (Korthagen, 2008).

Op bezoek bij scholen

Aan dit minor traject zijn tevens schoolbezoeken verbonden. Scholen die werken met een eigen krachtige visie. Er zijn er 23 stagedagen op een zelfgekozen stageschool. In de meeste weken is er 1 dag stage en 1 dag les, maar in de Sinterklaasweken zijn er meer stagedagen opgenomen om de opdrachten goed uit te kunnen voeren. Dan zijn er geen lesdagen.Ook gaan studenten met passende opdrachten bij elkaar kijken op de stagescholen. De stage en schoolbezoeken stelt de student in staat een breder inzicht te krijgen in verschillende onderwijsconcepten. Het doel is dat de student met een optimale toerusting het werkveld in kan gaan om goed onderwijs voor het jonge kind te kunnen realiseren.​

De gemeente Utrecht heeft in de afgelopen jaren, zoals ook in de andere grote streden in Nederland, veel geld en energie gestoken in VVE, om kansarme kinderen een goede begeleiding te geven en hen daarmee gelijke kansen te geven in het onderwijs. De gemeente Utrecht heeft aangedrongen op extra scholing voor mensen die met jonge kinderen werken of gaan werken. Het zal daarom bij sollicitaties op een functie als leerkracht groep 1-2 en in functies op voorscholen een positief effect hebben dat je de minor Spelend Wijs in groep 1 & 2 en VVE als specialisatie hebt gevolgd.

Ingangseisen

Geen ingangseisen.