Taal en cultuur Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Context

De mens bezit van nature een grote communicatiebehoefte. Daarom praten we met elkaar. Maar voor doven en slechthorenden is de gesproken taal juist een belemmering in de communicatie. Niet of slecht kunnen horen is dan ook letterlijk een onzichtbare, isolerende beperking. Van oudsher gebruiken doven gebarentaal. Het is aangetoond in taalkundig-onderzoek dat gebarentalen volledige talen zijn, met een eigen woordenschat en grammatica.

Opzet

Bij deze minor is het hoofdvak de verwerving van Nederlandse Gebarentaal. Tijdens de lessen is de voertaal Nederlandse Gebarentaal zodat je op een natuurlijke manier de Nederlandse Gebarentaal verwerft. Daarnaast volg je het vak Dovenstudies, waarbij ingegaan wordt op de geschiedenis van Doven en de Dovencultuur. Hiervoor doe je ook verschillende praktijkopdrachten als kennismaking met de Dovengemeenschap. Tot slot volg je het vak ‘verdieping’, wat ingaat op verschillende aspecten, o.a. doofblindheid, tolken, taalkunde en logopedie.

Wat levert het op?

Na afloop van de minor ben je in staat om op redelijk niveau in de Nederlandse Gebarentaal te communiceren met ernstig slechthorende en dove mensen. Dat kan bijvoorbeeld belangrijk zijn als je hulpverlener, docent of dienstverlener wilt worden. In alle verschillende beroepsvelden kan je te maken krijgen met dove mensen. In deze minor zullen je hiervoor handvatten worden geboden.

Voor meer informatie over EC’s, lesdagen, vakken, studiebelasting en andere informatie, kijk op de projectsite of mail naar Andrea Heimenberg-Tholen (zie onder kopje ‘Meer informatie’).

Ingangseisen

Geen ingangseisen.