“Ik ben niet tegen buitenlanders, maar hier kan het gewoon niet“

Waarom discursief onderzoek naar het vluchtelingendebat een goed idee ismaartje

Dat de vluchtelingencrisis de gemoederen bezighoudt, is een understatement. Kranten staan er bol van en ook op sociale media vinden veel verhitte discussies plaats. Over verhitte discussies gesproken: waarschijnlijk kan iedereen zich de rellen in Geldermalsen of Steenbergen nog wel voor de geest halen.

Gevoelig onderwerp dus, de vluchtelingen. En het zal geen verrassing zijn dat dit ook de communicatie lastig maakt. Stel je eens voor: je bent communicatieprofessional bij een gemeente, en jouw gemeente heeft plannen voor een AZC, midden in een woonwijk. Hoe ga je dat communiceren richting je burgers, zonder dat dit leidt tot toestanden zoals in Geldermalsen? Een lastige kwestie, waar helaas geen eenduidig antwoord op mogelijk is. Wél kan ik een advies geven: kijk naar de gesprekken die burgers voeren over vluchtelingen, bijvoorbeeld tijdens bewonersbijeenkomsten en op sociale media. Juist in die gesprekken uiten zij, vaak tussen de regels door, hun ‘gesprekszorgen’ over dit onderwerp.

Maar wat is zo’n gesprekszorg dan precies? Neem nu de uitspraak:
“Ik ben niet tegen buitenlanders, maar hier kan het gewoon niet”

Grote kans dat je deze eerder voorbij hebt horen of zien komen. Eerst wordt gezegd: ‘ik ben niet tegen buitenlanders’, maar vervolgens wordt toch weerstand geuit tegen de komst van een AZC, door aan te geven dat het ‘hier’ gewoon niet kan. Dit is heel interessant. Want door eerst te zeggen dat je niet tegen buitenlanders bent, voorkom je dat anderen je hiervan kunnen beschuldigen. Gesuggereerd wordt dat het bezwaar tegen de komst van asielzoekers een feitelijke oorzaak heeft (‘hier kan het gewoon niet’) en niet voortkomt uit racistische motieven. Maar dat dit zo wordt gezegd, wijst wel op een gesprekszorg, namelijk: beschuldigd kunnen worden van racisme.

Discursief onderzoek naar het vluchtelingendebat
Als communicatieprofessional is het belangrijk om oog te hebben voor deze ‘gesprekszorgen’. Als je namelijk weet waar de gevoeligheden liggen, dan kun je daar in je communicatie rekening mee houden. Maar om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe je het gesprek kunt aangaan met burgers over de komst van vluchtelingen, is wel een beter beeld van deze gesprekszorgen nodig. Dat kan worden verkregen door vanuit een discursief perspectief te kijken naar wat mensen doen met taal.
En laten we bij het PubLab nu nét dit type onderzoek doen. We doen nog geen onderzoek naar het vluchtelingendebat, maar hebben daar wel degelijk plannen voor. Ook omdat dit thema perfect aansluit bij onze programmalijn. Ons programma is onder andere gericht op de analyse van communicatie over veranderingen in de (stedelijke) samenleving en de formulering van adviezen die hierbij aansluiten. De komst van een opvangcentrum is een voorbeeld van zo’n verandering.

Daarom willen we dit thema ook graag, in samenwerking met de Hanzehogeschool, oppakken. We hopen daarbij die gesprekszorgen waar ik het net over had, boven water te krijgen. Dit beogen we onder andere te doen door naar gesprekken te kijken die worden gevoerd tijdens bewonersbijeenkomsten over het thema, en daarnaast naar de manier waarop burgers over vluchtelingen in gesprek gaan op sociale media. Samen met de praktijk willen we op basis van onze resultaten een effectief communicatie-instrument ontwikkelen, dat de communicatieprofessional helpt bij het vormgeven van de communicatie met burgers over bijvoorbeeld de komst van vluchtelingen.
Gezamenlijk hopen we die communicatie een klein beetje makkelijker te maken. En dat gaat lukken, daar zijn we van overtuigd. Daarom eindig ik mijn blog met de inmiddels befaamde uitspraak van Angela Merkel:

Wir schaffen das!

 

Dit is een blog van Maartje Harmelink, onderzoeker bij het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de HU-faculteit Communicatie & Journalistiek.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.