Annette Klarenbeek als nieuwe lector gesprek: “Met The Next Level hebben we discoursanalyse uit de ivoren toren gehaald”

Annette KlarenbeeklogoPubLabDe vierde en laatste in de interviewserie in aanloop naar het eindevent van The Next Level, dat morgen plaatsvindt, is Dr. Annette Klarenbeek. Annette is benoemd tot persoonsgebonden lector van de programmalijn ‘gesprek’ binnen het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein (PubLab) van Hogeschool Utrecht. ‘Het Gesprek’ krijgt mede dankzij The Next Level een nog prominentere rol in het PubLab. De vraag naar hoe bepaalde waarden in gesprekken worden geformuleerd -en hoe inzicht daarin te vertalen is naar een effectieve communicatiestrategie (bij crises)- is leidend voor Annettes werkzaamheden als lector. “Met The Next Level hebben we discoursanalyse uit de ivoren toren gehaald”, aldus Annette in onderstaand interview. Eerder blikten Marjolijn de Jong (Veiligheidsinformatie Centrum), Jan Eberg (Hogeschool Utrecht) en Niels Loeffen (HowAboutYou) terug op The Next Level. De interviews vormen onderdeel van een (online) magazine over het project. 

Tijdens een radio-interview in maart 2014 zei je dat The Next Level een brug wil slaan tussen bestuurders en social media. Heb je het gevoel dat dat gelukt is?
Ja, we hebben een training ontwikkeld voor omgevingsanalisten, die we inmiddels ook al een aantal keer hebben gegeven. Zij zien nu wel in dat het zinvol is om met een discoursanalytische bril te kijken naar hoe interacties verlopen en dat er allerlei effecten worden opgeroepen. Ook zien ze in dat het zinvol is om te kijken naar de gesprekszorgen die twitteraars vaak hebben: mensen worden bijvoorbeeld niet graag als sensatiezoeker weggezet, ze beschouwen zich als kritisch betrokken burgers die reageren op een gebeurtenis. Voor omgevingsanalisten is het heel nieuw om op die manier naar interactie te kijken en de toon van twitterberichten in reactie op een crisis daar ook op af te stemmen.

Wat betreft bestuurders: onze eerste indruk na een training aan burgemeesters is, dat ze nog niet zo’n duidelijke rol voor zich zien in het toepassen van deze inzichten. De reacties waren onder hen vooral  ‘wat moeten wij met Twitter, daar hebben we onze adviseurs toch voor’ en ‘als het alleen maar van die uitroepen zijn ga ik daar echt niet op reageren.’ De brug naar bestuurders is dus nog wel te slaan en daar zullen we ook echt ons best voor blijven doen.

Hoe heb je de samenwerking met de praktijk in dit project ervaren?
Mijn idee daarover is wisselend. Veel professionals die zich bezig houden met crises erkennen het belang om op een interactionele manier naar Twitter te kijken. Toch zit er hier en daar nog het idee van ‘laat maar roepen, intussen doen wij de crisis’; wij managen wel terwijl zij daar lekker druk zijn op het internet. Maar we horen ook een heel ander geluid van professionals die vinden dat je juist in de eerste uren van een crisis heel goed moet kijken naar hoe reacties op Twitter zijn en hoe je je eigen reacties daarop kunt afstemmen. In dat opzicht is de aansluiting met de praktijk er heel sterk. Het allermooiste is natuurlijk dat de nationale politie onze inzichten heel graag wil gebruiken in een training voor omgevingsanalisten. Dat is een op een voortgevloeid uit de samenwerking binnen The Next Level.

De dynamiek en snelheid van social media tijdens crises en een tweejarig onderzoek verschillen erg. Hoe zijn jullie hiermee omgegaan in het project, om toch voor die aansluiting te zorgen?
Men ziet ook wel dat het meer gaat om een competentie dan het doen van een uitgebreide analyse. We hebben drie aandachtsgebieden en patronen geformuleerd op basis van onze analyses. Deze bestaan uit hoe scenario’s aannemelijk worden gemaakt, hoe emoties getoond worden en hoe mensen groepen vormen. Mensen doen er op social media qua taalgebruik en interacties ook veel aan om hun rol  duidelijk te maken. De aansluiting zit hem dus veel meer in hoe professionals op basis van de inzichten uit het onderzoek met meer gevoel voor taal en interactie kunnen handelen tijdens een crisis. Dat de snelheid en dynamiek verschilden zat het onderzoek niet in de weg: de inzichten zorgden er juist ook voor dat we tijdens een acute crisis een snelle discoursanalyse konden maken. We weten nu welke aandachtsgebieden een rol spelen bij geruchtvorming en mobilisatie. Als je dat eenmaal door hebt dan herken je het onmiddellijk als daar sprake van is.

Wat kunnen professionals concreet met de inzichten uit het onderzoek?
Ik denk dat als je een keer goed kennis hebt gemaakt met discoursanalyse en daar ook met een paar oefeningen mee hebt gewerkt, dat je vanaf dat moment anders naar interacties op social media kijkt. Dit heb ik ook van professionals teruggekregen en dat beschouw ik echt als een compliment. Die inzichten in hoe patronen verlopen en hoe taal werkt helpen je onder andere om een toon in je reactie te bepalen. Wetenschappelijke of technische inzichten zijn niet nodig, maar we reiken professionals een vaardigheid aan die je gewoon ‘in the heat of the moment’ kan gebruiken. Omdat je weet dat je niet alleen naar de inhoud van een tweet moet kijken, maar ook naar hoe de tweet is opgesteld.

Wat vond je het allerleukste aan dit project?
Het leukste was toch wel het ontdekken van patronen die vaak terugkwamen in alle cases die we hebben onderzocht. Daardoor hadden we het gevoel dat het klopte. Daarnaast hebben we echt zelf gereedschap ontwikkeld waarmee we aan de slag kunnen. Dat is echt een enorme vondst. Ik vond het ook ontzettend leuk om de onderzoeksresultaten en patronen die we vonden naar de training te vertalen. Het is best wel een diep proces geweest, waarin we eindeloos naar social media-data hebben gekeken om patronen te ontdekken en te zien wat er op interactioneel niveau gebeurde. Helemaal leuk werd het toen we besloten om afscheid te nemen van het academisch jargon en het toegankelijker te maken. Dat was in aanvankelijk ook heel expliciet de behoefte vanuit de professionals. We zijn niet meer in een ivoren toren bezig.

In het project is, behalve met de beroepspraktijk, ook samengewerkt met een ander HU-lectoraat: Regie van Veiligheid. Hoe is die samenwerking verlopen? 
Een samenwerking tussen deze twee perspectieven is nooit eerder gedaan. Dat maakte dit project wel bijzonder, maar ook uitdagend. Doordat wij steeds kijken naar vooral de retorische kant van taalgebruik op social media, was de aansluiting met contextanalyse soms lastig. Wij focusten expliciet niet op wat er feitelijk gebeurde in een crisis, terwijl de contextanalyse daar juist wel over gaat. Op bepaalde momenten hebben we heel nauw samenwerking gezocht, om de context beter te kunnen snappen en pieken in tweets en patronen in taalgebruik beter te kunnen interpreteren. Soms was het ook nodig om juist niet te veel met elkaar op te trekken, omdat we anders deze stap ook niet hadden kunnen maken.

Wat zijn de volgende stappen na The Next Level? 
Het zou heel fijn zijn als we de ontwikkelde training ook voor andere beroepsgroepen binnen het domein veiligheid en social media zouden kunnen geven. Ik kan me ook voorstellen dat het voor gemeenten een mooi thema zou kunnen zijn. Dat is eigenlijk wel het belangrijkste inzicht, dat je tot een training kunt komen als instrument dat ook toepasbaar is op andere gebieden, zoals het vluchtelingenvraagstuk en de manier waarop patiënten spreken over chronische pijn die ze ervaren.

Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk om deze inzichten te laten doorklinken in het onderwijs. Daarom hebben we bijvoorbeeld al een docententraining gegeven die inging op de discoursanalytische methode en toepassing daarvan. Ik zou heel graag discoursanalyse al in het eerste of tweede jaar van de opleiding Communicatie van Hogeschool Utrecht willen brengen. Dat is zeker een ambitie waar ik me als lector Gesprek binnen het HU-lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein hard voor zal maken.

Verder lezen:

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.