Hybride leeromgevingen

Hybride leeromgevingen

In een hybride leeromgeving vormt het beroepsproces het uitgangspunt voor het leren van de student. Dit betekent dat een hybride leeromgeving sterk lijkt op een echte werkomgeving in de beroepspraktijk, met als belangrijk onderscheid dat de hybride leeromgeving is ingericht om te leren en om diploma’s te behalen.

De manier waarop theorie en praktijk aan elkaar worden verbonden in de beroepspraktijk, wordt toegelicht aan de hand van twee dimensies.

Dimensie 1 beweegt tussen twee uiterste vormen van leren: acquisitie en participatie.

  • Acquisitie gaat over het aanleren van theorie, het verwerven van expliciete kennis.
  • Bij participatie vindt leren plaats in een community of practice, namelijk de toekomstige beroepsgroep.

Dimensie 2 beweegt tussen twee uiterste contexten waarin wordt geleerd: geconstrueerde of realistische omstandigheden.

  • In geconstrueerde omstandigheden is het echte beroepsproces afwezig. Het gaat hier om stapsgewijs leren in trainingsruimtes, oefensituaties of simulaties, onder begeleiding en met strakkere sturing.
  • In realistische omstandigheden gaat het om leren tijdens het echte beroepsproces. Leren terwijl er wordt gewerkt.

Een combinatie van deze twee dimensies levert vier kwadranten van een hybride leeromgeving op:

  • Kwadrant 1 (linksboven): Geconstrueerde acquisitie. Hier staat het verwerven van kennis en
    vaardigheden centraal op een manier die vaak gebruikelijk is in het onderwijs, losstaand van het beroepsproces. Kennisintermezzo’s die worden ingelast tijdens het echte werkproces (kwadrant 4) zijn hiervan een voorbeeld.
  • Kwadrant 2 (rechtsboven): Realistische acquisitie. Hier staat de acquisitie van praktijkkennis centraal. In hybride leeromgevingen worden bewust situaties gecreëerd waarin het werkproces wordt stilgezet, zodat gezamenlijk en systematisch een probleem kan worden opgelost. Het gaat hierbij om het kritisch reflecteren op praktijksituaties en het expliciet maken van kennis die wordt ontwikkeld tijdens het werken.
  • Kwadrant 3 (linksonder): Geconstrueerde participatie: Hier wordt geleerd in oefensituaties, gestructureerde opdrachten en simulaties. Er worden bijvoorbeeld levensechte taken gebruikt om complexe werkprocessen stap voor stap uit te diepen.
  • Kwadrant 4 (rechtsonder): Realistische participatie. Hier wordt geleerd door te doen tijdens het echte werkproces

Om leerprocessen van studenten optimaal te ondersteunen, worden de vier kwadranten in hybride leeromgevingen met elkaar vervlochten. Een optimale hybride leeromgeving wordt daarom door studenten ervaren als een samenweefsel van de verschillende vormen uit de vier kwadranten.

Ook is een hybride leeromgeving adaptief en biedt maatwerk voor iedere student.

Meer weten?