Co-design

Werkgroep 3 Co-design

Werkgroepleider: Remko van de Lugt, Lectoraat Co-design.
Partners: Lectoraat Leefstijl en Gezondheid, Lectoraat Crossmediale communicatie, Adelante en MUMC+

Doel van het co-design traject was het ontwerpen van een interventie om terugval na revalidatie zoveel mogelijk te voorkomen.

Methode
Welke tools en of interventies dragen bij aan het bestendigen van gedragsbehoud en verminderen van terugval bij patiënten die een chronisch pijnrevalidatie programma hebben gevolgd? Waar moet zelfmanagement ondersteuning aan voldoen om aan te sluiten bij de kennis en vaardigheden van patiënten met een terugval na zes maanden? Door middel van ontwerpgericht onderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van co-design, is aan deze vragen gewerkt. Kenmerkend voor co-design is dat gedurende alle ontwikkelstadia belanghebbenden – waaronder patiënten, behandelaren en onderzoekers – deelnemen aan het ontwerpproces. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende perspectieven en verwachtingen. In dit type kwalitatief onderzoek wordt professionals en patiënten uit de doelgroep gevraagd naar achterliggende redenen die de terugval mogelijk hebben veroorzaakt. Tevens wordt gevraagd welke methoden behulpzaam zouden kunnen zijn om dergelijke terugval te voorkomen. Hierbij kunnen middelen als nieuwe technologie zoals web-based programma’s of andere communicatie middelen aangedragen worden.
Co-design is een iteratief proces, waarin de uitkomst van elke stap direct teruggevoerd wordt naar het project. In deze fase wordt de techniek ontworpen en ontwikkeld, waarbij tussenproducten steeds weer aan de gebruikers voorgelegd worden. Daarna volgt een experimentele fase waarin enkele gebruikers de nieuwe toepassing uitproberen.
Vervolgens kunnen in de pilotfase meer gebruikers, in hun eigen dagelijkse werksituatie, met de toepassing aan de slag. Verloopt dat succesvol dan is de weg vrij voor de invoeringsfase.
Het doel is te komen tot een nieuwe strategie, technologie of product, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kennis van de sociale psychologie.

Om inzicht te krijgen in alle aspecten die bij de revalidatie en in de thuissituatie een rol spelen, is in het eerste jaar van het SOLACE onderzoek gezocht naar factoren die terugval kunnen veroorzaken en naar methoden die behulpzaam zouden kunnen zijn om dergelijke terugval te voorkomen. De gegevens zijn geanalyseerd en geclusterd in een aantal thema’s.

Op basis van deze kennis is in het tweede jaar een aantal richtingen voor interventies uitgezet. Twee verschillende richtingen zijn vervolgens verder uitgewerkt tot een prototype van een interventie.

De SOLAPP is een applicatie op een smartphone. Hierin worden in verschillende stappen waarde gerichte doelen geformuleerd. Vervolgens wordt een actieplan opgesteld (where, when, how), waarin wordt geanticipeerd op barrières (hoe ga je om met tegenslagen). Tot slot volgt een evaluatie of reflectie. Ook kent de app een vorm van sociale steun, het buddy systeem. De app wordt met name na het revalidatietraject ingezet.

Een Do it Yourself (DIY) `Steuntje in de rug’, een doos met herinneringskaarten om succesmomenten, inhoudelijke lessen die zijn getrokken uit de revalidatie en de na te streven waarden vast te leggen. Deze kan al tijdens de behandeling worden ingezet.

Uit de beide ontwerpen zijn de ‘werkende’ mechanismen onderscheiden: van de SOLAPP: het zien en beseffen: wat streef je na?, en van de DIY doos: de succesmomenten en de waarden hierbij: wat is al bereikt?

Deze mechanismen zijn vervolgens in een paper prototype, een werkboek, uitgewerkt. Om in de feasibility studie de onderliggende mechanismen te onderscheiden, zijn drie versies van werkboeken samengesteld:

1 met waarde-formulieren om doelen te maken

2 met kaartjes voor het aangeven van belangrijke momenten

3 met beide interventies.

 Alle stappen in het gebruik van het werkboek zijn gecategoriseerd met behulp taxonomie van Michie, en er is literatuur bij gezocht ter onderbouwing. Vervolgens is er zowel kwalitatief als kwantitatief gezocht naar de beste manieren om deze elementen te operationaliseren voor het werkboek.

Het werkboek is voorafgaand aan de feasibility studie voorgelegd aan behandelaars in de revalidatiecentra van Maastricht en Hoensbroek en aan collega’s van de Gezondheidszorg opleidingen. Ook is het door een patiënt getest (via de think-aloud methode).

Het werkboek, en de onderliggende mechanismen, is in de feasibility studie getest onder 8 chronisch pijn revalidanten. Na afloop zijn focusgroep bijeenkomsten met de behandelaren en interviews met de patiënten gehouden.

In eerste instantie zag niet iedere behandelaar de ruimte om binnen zijn of haar bestaande werkzaamheden aan de slag te gaan met het werkboek. In de praktijk bleken onderdelen van het werkboek juist heel goed aan te sluiten bij hun werkwijze tijdens de behandeling. Zij waren daarom erg positief over de toepassingsmogelijkheden van de verschillende onderdelen van het werkboek, hetzij bij de screening, tijdens het revalidatieprogramma of voor de nazorg en terugkomdag na afloop van het revalidatietraject. Wel gaven zij een aantal verbeterpunten aan, zoals een flexibeler toepassing en vereenvoudiging van het taalgebruik. Ook gaven enkele behandelaren aan meer mogelijkheden te zien voor een digitale versie van het werkboek in de vorm van een app.

Voor aantal patiënten is het probleem dat het werkboek te veel wordt, bij alles wat tijdens het revalidatietraject al van hen gevraagd wordt. Belangrijk is daarom de keuze op welk moment het werkboek in het revalidatietraject wordt ingezet. De revalidanten gaven een gemiddelde waardering van 7,4 voor de bruikbaarheid van het werkboek. Enige quotes van revalidanten:

Het was een leidraad voor mij tijdens de revalidatie”.

“Het werkboek was bruikbaar voor mij, vóóral in samenwerking met de behandelaren”

“Het werkboek motiveert me om doelen ook daadwerkelijk uit te voeren”

“Over anderhalf jaar ga ik een lange reis maken. Ik gebruik het werkboek nu al bij het plannen van die reis.”