Leerwegonafhankelijk toetsen

Veel deeltijdopleidingen van de HU participeren in de landelijke pilot ‘experiment leeruitkomsten’, vanuit de rijksoverheid. In deze pilots flexibilisering mogen hogescholen hun vaste onderwijsprogramma’s loslaten. In plaats daarvan stelt de opleiding eenheden van leeruitkomsten vast en zijn EC’s niet meer gekoppeld aan aantal studiebelastingsuren, maar aan leeruitkomsten. Het beoordelen van persoonlijke leerervaringen gebeurt bij de HU door leerwegonafhankelijke toetsing (LOT). In deze blog vertellen Ellen de Kwant en Ruud Duvekot hier meer over.

Ontwerpen vanuit leeruitkomsten

Bij het ontwerp van de toetsing staan de leeruitkomsten centraal. Toetsen met een summatieve functie worden ontwikkeld op basis van de beoogde leeruitkomsten en niet op basis wat tijdens de leerweg aan bod is gekomen. Daarmee maken onderwijsactiviteiten geen deel uit van een toets met een summatieve functie.

Het centraal stellen van leeruitkomsten is ook beschreven in het HU toetskader en wordt ook gebruikt bij opleidingen die niet participeren in de pilots. Het realiseren van LOT vraagt van het curriculumontwerp dat de toetsing en het onderwijsprogramma ‘los’ van elkaar georganiseerd zijn en dat studenten qua inschrijving zich apart voor de toetsen inschrijven. Omdat de student de toets kan doen zonder onderwijs te volgen, is het belangrijk dat de leeruitkomsten dekkend zijn en transparant zijn beschreven.

Meer variatie in toetsvormen

De toetsvorm voldoet altijd, net als toetsen die niet leerwegonafhankelijk zijn ontworpen, aan algemene kwaliteitseisen voor toetsing zoals validiteit en betrouwbaarheid. Het beoordelingsproces verschilt niet; er wordt (indien relevant) gecheckt of het eigen werk is en voldoet aan de inlevereisen, er is een examinator aangewezen die de beoordeling doet en een argumentatie geeft hoe hij tot zijn oordeel is gekomen.

Doordat bij LOT de leeruitkomsten centraal staan, staat de toetsvorm minder centraal. Dit betekent dat er een grotere variëteit aan mogelijkheden ontstaat voor de student om aan te kunnen tonen dat hij de leeruitkomsten beheerst.

Binnen de HU zijn er opleidingen die de vorm helemaal loslaten en de student de optie te geven tot Leerwegonafhankelijk Beoordelen (LOB). Een belangrijke voorwaarde is dat de bewijslast passend is om de leeruitkomst(en) te kunnen beoordelen. Deze stap noemt men in het landelijk project experiment leeruitkomsten ‘valideren’.

Een veel gekozen vorm voor het aantonen van leeruitkomsten is een portfolioassessment. Het portfolio bevat passend en relevant bewijsmateriaal, afkomstig uit eerdere (formele en/of informele) leer- en werktrajecten en maakt het geleerde zichtbaar. Voorbeelden van bewijslast zijn: beroepsproducten, video’s, blogs, reflectieverslagen, beoordelingsformulieren van niet geaccrediteerde cursussen, etc. Tijdens het assessment licht de student dit toe, legt verbanden en relaties tussen zijn bewijsmaterialen en zijn leerproces, en geeft blijk van eigenaarschap en reflectie.

In enkele gevallen is de toetsvorm al dermate gelijk aan de beroepssituatie (authentiek) dat de leeruitkomst en de toetsvorm eigenlijk hetzelfde zijn, bijvoorbeeld als zowel de leeruitkomst als de toets een patiënt-behandeling is in de HU-kliniek.

Flexibele leerroute

Doordat de toetsen “los” georganiseerd zijn, ontstaat de mogelijkheid om meerdere momenten per jaar aan te bieden aan studenten om de toets te doen. Studenten kunnen daardoor hun leerroute flexibeler vorm geven. In dit geval is een extra uitdaging voor de examinator met betrekking tot de normvinding omdat deze de student niet zo makkelijk kan vergelijken met de andere studenten uit de groep. Ook de toetsanalyse van bijvoorbeeld kennistoetsen verliest power door lagere aantallen. Met meerdere ‘ogen’ naar het bewijsmateriaal te kijken (ook peers of ouderejaars kunnen daarin een rol vervullen) en vergelijkmateriaal vanuit eerdere toetsmomenten zijn mogelijke oplossingen.

Rol van de student bij toetsing

Voor de student is het van belang een goed overzicht te hebben over de leeruitkomsten en zijn eigen reeds verworven competenties. Intake en matching ondersteunen de student bij het bepalen van zijn leerroute.

Instituut Archimedes als bijvoorbeeld

Bij Instituut Archimedes is een intake assessment georganiseerd om de student te helpen bij het bepalen van zijn leerroute. Bij Instituut Archimedes hebben we te maken met zogeheten zij-instromers in het beroep, zij kunnen hun reeds verworven vakbekwaamheden doordat zij al leservaring hebben, laten waarderen via een intake-assessment. Op basis van dit assessment stelt de student met de opleiding die opleidt voor het betreffende schoolvak een leerroute vast waarmee hij/zij met een verkort programma van maximaal twee jaar aan de bevoegdheidseisen voor het betreffende schoolvak kan voldoen.

Voordelen leerwegonafhankelijk toetsen

Het werken met leeruitkomsten heeft als voordeel dat de student meer inspraak heeft op wat hij wil leren en hoe, waar en wanneer hij dat wil doen. Bij een vast onderwijsprogramma is dat niet zo. Daarbij komt dat de student verschillende mogelijkheden heeft om zich de leeruitkomsten eigen te maken. Verworven inzicht en ervaring uit de praktijk zoals bij de zij-instromers bij Instituut Archimedes, kan hij meebrengen.

Voor opleidingen betekent dit dat zij meer ruimte krijgen om verschillende variaties in leerwegen aan te bieden waarbij meer aansluiting gezocht kan worden bij de motivatie(s) en leervragen van studenten.

Tenslotte sluit de regie van de student op zijn eigen leerproces beter aan bij de dynamiek van het veranderende werkveld en het kunnen organiseren van hun eigen professionele ontwikkeling na de opleiding (leven lang leren). We willen studenten opleiden die in de toekomst kunnen blijven aansluiten bij de ontwikkelingen in hun vak als bij hun eigen motivatie(s).

FAQ

Vragen die LOT en Leerwegonafhankelijk Beoordelen oproepen zijn:

  • Moet dit altijd op basis van een portfolio-assessment, een CGI of een performance assessment?

    Dit is afhankelijk van de leeruitkomsten die je wilt beoordelen. Ook een digitale kennistoets kan je leerwegonafhankelijk organiseren. Soms kan het ook beter zijn om een life performance te vragen. De toetsvorm kan dus variëren en moet passen bij de leeruitkomst die je wilt meten.

  • Wat is het verschil tussen een examinator en een assessor?

    Een examinator is aangesteld door de examencommissie als beoordelaar. Een assessor is ook examinator maar tevens in staat om op holistische wijze een diversiteit aan bewijsvoering te beoordelen.

  • Wanneer is een leeruitkomst goed, waaraan moet een leeruitkomst voldoen?

    Dit is mede afhankelijk van bijvoorbeeld het curriculum ontwerp. Als stelregel bevat een leeruitkomst de onderdelen gedrag (werkwoord), inhoud (wat) en voorwaarde / niveau (qualifiers). Bij grotere toetsen op competentieniveau liggen de geformuleerde leeruitkomsten vaak op een hoger abstractie niveau dan bij toetsen gebaseerd op cursusdoelen. Een verdere concretisering voor de beoordeling is nodig in een beschrijving van subdoelen en in een rubric en in feedback met de student.

Bronnen

  • https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hoger-onderwijs/experimenten-om-deeltijdonderwijs-flexibeler-te-maken/pilots-flexibilisering
  • HU toetskader
  • Klarus, R., Peeters, A. & Joosten-ten Brinke, D. (2017) Toetsen en valideren van leeruitkomsten in flexibel onderwijs. In Van Berkel, H., Bax, A. & Joosten-ten Brinke (2017) Toetsen in het hoger onderwijs (4de herziene druk). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Reageer