Afstuderen/borging eindniveau

Het examenprogramma van een opleiding of een opleidingsfase is gebaseerd op het toetsprogramma, en niet – zoals nog vaak het geval is – op het onderwijsprogramma. In het toetsprogramma is aangegeven welke toetsen behoren tot het propedeutisch examen, het bachelorexamen of het masterexamen.

Het afstudeerprogramma is dat deel van het toetsprogramma waarin de competenties of kerntaken op het eindniveau worden getoetst. Daarmee is het afstudeerprogramma relevant voor standaard 4 van het NVAO kader: het gerealiseerd eindniveau.

Voor bacheloropleidingen is de afstudeereenheid onderdeel van het afstudeerprogramma. Het afstudeerprogramma maakt onderdeel uit van het toetsprogramma. De afstudeereenheid geeft een representatief beeld van het eindniveau en vormt het sluitstuk van de opleiding. In de Onderwijs en Examenregeling worden aan de afstudeereenheid specifieke eisen gesteld. Om de kwaliteit van het afstudeerprogramma te evalueren, te verbeteren en te verantwoorden kan het protocol afstuderen gebruikt worden.

Borgen kwaliteit

Om de kwaliteit van het afstudeerprogramma te evalueren, te verbeteren en te verantwoorden is landelijk het protocol afstuderen 2.0 ontwikkeld. Dit protocol wordt ook binnen de HU gebruikt. Dit protocol is ontwikkeld door de Expertgroep Protocol (2017) en uitgewerkt in onderstaand conceptueel model met acht hulpvragen. Meer informatie over dit protocol is opgenomen in de hiernaast opgenomen links.

Het conceptueel model met de acht hulpvragen kan gebruikt worden voor een integrale analyse van het afstudeerprogramma.

Figuur: conceptueel model afstuderen in het hbo (Expertgroep, 2017)

De nummers 1 t/m 8 in het conceptueel model verwijzen naar de volgende acht hulpvragen bij het maken van een integrale diagnose:

  1. Wat is de visie van de opleiding op de beroepsbekwame student?
  2. Aan de hand van welke prestaties kan de beroepsbekwaamheid worden vastgesteld?
  3. Welke beroepsopdrachten leiden tot de gewenste prestaties?
  4. Wat moeten examinatoren kennen en kunnen om de prestaties te kunnen beoordelen?
  5. In hoeverre komen examinatoren tot één oordeel?
  6. In hoeverre is het beoordelingsmodel logisch afgeleid vanuit de vereisten aan de beroepsbekwaamheid en de gevraagde prestaties?
  7. In hoeverre is het beoordelingsmodel ondersteunend bij het komen tot een valide, betrouwbaar, transparant en integraal oordeel?
  8. In hoeverre zijn de randvoorwaarden aanwezig voor een goed functioneren van het afstudeerprogramma?

Meer informatie:

Beoordelen is mensenwerk

Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo 2.0

VH Vreemde_Ogen_Dwingen-implementatie

 

Literatuur:

Sluijsmans, D., Andriessen, D., Sporken, S., Dijkstra, A., Vonk, F. (2014). Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo. OnderwijsInnovatie, 16(3). 17-26.