Algemene tips bij het ontwerpen van een toetsvraag

Hieronder vind je tips voor het maken van toetsvragen (Biemand, Bos-Horstink, Soeting, Sugito & Uil-Hoogerwaard, 2015):

  • Bekijk voor het maken van de vragen de toetsmatrijs en bepaal aan de hand van de toetsmatrijs wat voor soort vragen je wilt ontwikkelen.
  • Selecteer een vraagvorm die past bij het cognitief niveau en het leerdoel dat je wilt toetsen.
  • Formuleer eerst de stam van de vraag als een open vraag die ook zonder antwoordwoordmogelijkheden te beantwoorden is.
  • Formuleer daarna het juiste antwoord op de vraag en daarna pas de afleiders.
  • Maak gebruik van direct en helder Nederlands.
  • Maak gebruik van korte zinnen, maximaal tien woorden. Probeer de alternatieven ook tot tien woorden te beperken.
  • Beantwoord de vraag een tijd na het maken ervan, zonder naar de antwoordmogelijkheden te kijken. Als je het antwoord op de vraag niet kunt geven, dien je de vraag aan te passen.

Laat een collega de vraag beoordelen.

Meer informatie:
Criteria ontwikkelen afleiders

Criteria ontwikkelen stam gesloten vraag

Lege toetsmatrijs

 

Literatuur:
Biemond, I., Bos-Horstink, M., Soeting, J., Sugito, A., & Uil-Hoogerwaard, W. (2015). Toetskwaliteit in de praktijk – Hoe maak ik goede toetsen met gesloten en open vragen. Wilp:Teelen Kennismanagement.