Mondeling

Wat is een mondelinge toets?

Volgens Molkenboer (2015) is een mondelinge toets “een toets die in een één op één relatie tussen een student en een examinator aan de hand van een afwisseling van vragen van de examinator en antwoorden van de student, mondeling wordt afgenomen” (p. 304). Er wordt bij een mondelinge toets niet gesproken van een beoordelaar omdat de betreffende docent niet alleen beoordeelt, maar ook de vragen ontwikkelt, de vragen stelt en doorvraagt als het antwoord niet helder is (Molkenboer, 2015).

Het is een toetsvorm die minder is gestandaardiseerd dan schriftelijke toetsen. Dit is afhankelijk van de toename van de mate van interactie tijdens een mondeling  en de afname van de mate van structuur (Molkenboer, 2015).

Wanneer gebruik je een mondeling?

De mondelinge toets wordt ingezet om een set van leeruitkomsten te toetsen (dit in tegenstelling tot een competentiegericht interview waarbij competenties worden getoetst). Deze toetsvorm wordt vaak alleen summatief gebruikt en wordt vaak gebruikt in de volgende situaties:

  • Bij spreek- en taalvaardigheid; de toetsvorm sluit in dit geval ook prima aan op de leeruitkomsten.
  • Bij kleine aantallen studenten; een mondeling is in dit geval doelmatiger dan het ontwikkelen, afnemen en beoordelen van een schriftelijke toets. Soms lenen de leeruitkomsten zich minder goed voor een mondeling maar wordt daar in het kader van efficiëntie toch voor gekozen.
  • Bij handicaps van studenten zoals dyslectie en slechtzienden. Hiervoor gelden speciale procedures, die zijn opgenomen in een OER of in een regeling studeren met functiebeperkingen.

Aan een mondelinge toets zijn voor- en nadelen verbonden, zie hiernaast onder meer informatie.

Hoe wordt deze toets afgenomen? 

Een mondelinge toets verloopt over het algemeen steeds in dezelfde opbouw met vier fasen (Molkenboer, 2015):

Fase 1 Kennismakingsfase: Je stelt de student op zijn gemak en geeft aan wat hij/zij kan verwachten. Begin bijvoorbeeld met een voorstelrondje, vervolgens leg je de procedure uit en de onderwerpen die aan bod komen. Sluit af met te vragen of de student hierover nog vragen heeft.

Fase 2 Toetsfase: In deze fase stel je samen (vaak tweede examinator) vast of de student de leeruitkomsten voldoende beheerst. Als examinator bereid je de vragen en een antwoordmodel met scores voor. Let op dat alle voorbereide vragen ook gesteld kunnen worden binnen de tijdslimiet. Het is zinvol een toetsmatrijs te maken indien deze toets in de toekomst vaker wordt afgenomen. Aan het begin stel je enkele eenvoudige vragen en daarna bredere en diepere vragen, afhankelijk van het antwoord van de student. Noteer steekwoorden uit het antwoord van de student (dient als proces-verbaal van de examenzitting). Vermijd non-verbaal gedrag zoveel mogelijk om de student niet te beïnvloeden. Je eindigt met een laatste vraag en vraagt aan de student hoe hij/zij de toets ervaren heeft.

Fase 3 Beoordelingsfase: Vraag of de student de ruimte wil verlaten. Je stelt samen met de andere examinator het resultaat vast van de toets. Hierbij kijk je naar het antwoordmodel, de steekwoorden van de student en bepaal je het resultaat. Als je beoordeelt met twee examinatoren dan is het objectiever om eerst onafhankelijk van elkaar een beoordeling te maken en deze later aan elkaar voorlegt en bespreekt om vervolgens gezamenlijk tot een resultaat te komen.

Fase 4 Resultaatfase: Je maakt het resultaat bekend aan de student en licht toe hoe het resultaat tot stand is gekomen. Vraag of de student zich herkent in het resultaat en de toelichting.

Om dit proces zo goed mogelijk te laten verlopen is het handig om een checklijst te gebruiken waarin de criteria voor een mondelinge toets staan beschreven.

Meer informatie:

Criteria voor mondelinge toetsen

Competentiegericht interview

Toetsmatrijs

Voorbeeld rubric presentatie

Voor- en nadelen van mondelinge toets

Literatuur:

Molkenboer, H. (2015). Toetsen volgens de toetscyclus. Enschede: Bureau voor Toetsen & Beoordelen.

Van Berkel, H. & Bax, A. (2017). Toetsen met een mondelinge toets. In Van Berkel, H., Bax, A. & Joosten-ten Brinke, D. Toetsen in het hoger onderwijs (vierde herziene druk) (pp. 175-186). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.