Simulatie

Wat is een simulatie?

Een simulatie is het nabootsen van specifieke reële arbeidssituatie (Sinke, 2015). Er zijn diverse vormen van simulaties:

  • simulator; hierin staat de omgang met apparatuur en instrumentarium centraal.
  • gesprekssimulatie; hierin staat het aanbieden van een product of aanbod aan een (fictieve) opdrachtgever of klant centraal.
  • computersimulatie; gebruikt om vast te stellen of een student weet hoe hij zou moeten handelen met behulp van interactief computerprogramma.
  • acteurssimulatie; hierin staat het gedrag naar anderen centraal b.v. naar cliënten/patiënten.
  • e-simulatie; elektronische simulatie (via internet toegankelijk) waarin met behulp van een model ziektebeelden, fysiologische processen of (medische) softwareprogramma’s worden nagebootst en waarmee de student interactief en (patiënt)veilig kan oefenen.

Wanneer gebruik je simulatie?

Simulatie is vooral geschikt voor het evalueren van situaties waarin beslisslingsprocessen een cruciale rol spelen en voor het leren en evalueren van vaardigheden in het omgaan met mensen (Geerligs et al., 2017). Het kan prima ingezet worden op het einde van een leeractiviteit om het geleerde te integreren in de beroepscontext.

Hoe maak je een simulatie?

Om een simulatie te maken, doorloop je een aantal stappen (Sinke, 2015):

Stap 1 Waarom een simulatie?

Een simulatie is duur en complex. Er zal dus een keuze gedaan moeten worden voor een deelaspect van een competentie. Een goede simulatie kenmerkt zich door een praktijkrelevant probleem en door de geloofwaardigheid van de spelsituatie. Wat is de meerwaarde van een simulatie tov een andere toetsvorm?

Stap 2 Wat wil je beoordelen?

In deze stap komen de volgende vragen aan de orde (Sinke, 2015):

  • Welke handelingen/vaardigheden moeten in de simulatie centraal staan?
  • In het kader van welke beroepstaak vinden deze handelingen/vaardigheden plaats?
  • Welke competenties spelen bij deze handelingen een belangrijke rol?
  • Zijn er specifieke competentie-indicatoren verbonden met de kwaliteit van de prestatie mbt deze handelingen/vaardigheden?

Stap 3 Hoe geven we de simulatie vorm?

In deze stap maak je een voorlopig ontwerp. Formuleer de opdracht zo eenduidig en specifiek mogelijk. Schrijf de instructie voor de student, de beoordelaar en indien noodzakelijk de acteur. Werk de beoordeling uit (rubric) en maak een draaiboek met daarin opgenomen de benodigde materialen en andere randvoorwaarden (b.v. beschikbaarheid computer ingeval van computer/e-simulatie).

Stap 4 Uitvoeren van simulatie

De simulatie gaat daadwerkelijk plaatsvinden. Vraag alle betrokkenen om feedback zodat je weet waar wat verbeterd kan worden.

Stap 5 Evalueren en bijstellen van simulatie

Je kijkt terug op de simulatie met student, beoordelaars en/of acteur en je stelt bij indien nodig:

  • ontwerp
  • beoordeling
  • instructie voor kandidaat, beoordelaar en/of acteur
  • draaiboek

Tevens is er een Checklist voor toetsing met simulaties die je kunt gebruiken in de ontwerpfase.

Beoordelen van simulaties

Volgens Geerligs et al. (2017) kan een beoordeling van een simulatie het beste gebeuren aan de hand van beoordelingslijsten. Deze lijsten zullen gezien de verscheidenheid aan onderwerpen, voor iedere simulatie apart moeten worden ontwikkeld.

Meer informatie:

Checklist voor toetsing met simulaties

E-simulatie 

Literatuur:

Geerligs, T., Schmidt, H., Kokx, I., De Graaff, E. & Van Berkel, H. (2017). Alternatieve toetsvormen. In Van Berkel, H., Bax, A. & Joosten-ten Brinke, D., Toetsen in het hoger onderwijs (4de druk, pp. 223). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Sinke, G. (2015). Aan de slag met assessment (3de druk). Nuenen: OAB Dekkers.

Smeijsters, H., Snorken, S. (2004). Van taak tot competentie: Leren leren voor het hoger beroepsonderwijs. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.