Toetsmatrijs

Wat is een toetsmatrijs?

Een toetsmatrijs is een overzicht waarin aangegeven wordt hoe de opgaven, behorende bij bepaalde toetstermen, worden verdeeld over een toets. De toetsmatrijs is een blauwdruk, een uitgewerkt plan, dat een systematische constructie van een toets garandeert. Een toetsmatrijs vul je in voordat je de vragen ontwikkelt. Je bekijkt de leeruitkomst(en) en bepaalt hoeveel vragen in de toets terug moeten komen per leeruitkomst en van welk niveau deze vragen moeten zijn. Het niveau is gekoppeld aan een taxonomie (bijvoorbeeld Bloom). Vervolgens kun je de vragen voor de toets ontwikkelen.

Wanneer wordt een toetsmatrijs gebruikt?

Binnen de HU is voor elke toets een toetsmatrijs / rubric aanwezig.

Voordelen van een toetsmatrijs

Het invullen van de toetsmatrijs heeft een aantal voordelen:

  1. De toetsmatrijs zorgt voor overeenstemming tussen jou en je collega’s, omdat bij elke leeruitkomst wordt aangegeven welke cognitieve vaardigheden eraan verbonden zijn. Deze overeenstemming onder docenten kan worden gebruikt om het assessment, instructie en de essentiële link ertussen te verbeteren (Anderson, 2005).
  2. De vragen die je maakt met een toetsmatrijs kun je categoriseren aan de hand van een leeruitkomst en cognitieve vaardigheid. Hierdoor is het mogelijk om vragen op te slaan in een databank (Krathwohl, 2002).
  3. Je vermijdt dat je teveel opdrachten maakt die gericht zijn op dezelfde leerstof, dan wel op dezelfde vaardigheid.
  4. Met behulp van een toetsmatrijs is de kans dat de toets een representatieve steekproef vormt van de te toetsen doelstellingen groter.
  5. De gelijkwaardigheid tussen twee toetsen met dezelfde leerstof wordt vergroot, doordat ze beide opgesteld kunnen worden met één toetsmatrijs.
  6. Een toetsmatrijs kan dienen als verantwoording van de inhoud van de toets naar anderen. Deze kan opgevraagd worden bij een accreditatie.

Format van een toetsmatrijs

Hieronder zie je een voorbeeld van een format van een toetsmatrijs.

Hoe vul je de toetsmatrijs in?

  1. Je vult de doelen in de linkerkolom in. Deze kun je uitsplitsen in onderwerpen.
  2. Per doel en onderwerp geef je aan hoeveel vragen je stelt, welk cognitief niveau je meet en het aantal punten dat de student krijgt voor die vraag. Soms is het lastig om een leerdoel te plaatsen in één cognitief niveau, dan moet je beslissen in welk niveau het leerdoel het beste past. In het voorbeeld van de toetsmatrijs zijn de laatste drie cognitieve niveaus samen geplaatst maar deze kunnen desgewenst ook worden uitgesplitst.
  3. Je bekijkt of de leerdoelen in de toets evenwichtig zijn verdeeld. Zo niet, dan pas je dit aan.
  4. Je ontwikkelt de vragen voor de toets.

 

Evaluatie toetsmatrijs

Op basis van de toetsresultaten kan je kijken of je de toetsmatrijs moet aanpassen voor het volgende studiejaar. Bijvoorbeeld dat bepaalde onderwerpen of leerdoelen meer naar voren moeten komen.

Meer informatie:

Lege toetsmatrijs

Literatuur:

Berkel, B., Bax, A.& Joosten-ten Brinke, D. (2017). Het toetsproces ontleed. In Berkel, B., Bax, A.& Joosten-ten Brinke, D. (2017) Toetsen in het hoger onderwijs (4de geheel herziene druk). Houten: Bohn Stafleu van Loghum