Toetsprogramma

Het toetsprogramma van een opleiding is het overzicht van de bewuste en beargumenteerde combinatie van toetsvormen en toetsfuncties die een samenhangend beeld geven van de eindkwalificaties van de opleiding. Het is de koppeling tussen wat je wilt bereiken met de opleiding en hoe je dat gaat toetsen.

Een toetsprogramma is dus niet zomaar een willekeurig gekozen samenstelling van toetsvormen, net zoals een mc-toets geen willekeurig samenraapsel van toetsvragen is. Een toetsprogramma moet zorgen voor een adequate dekking van alle eindkwalificaties, en daarmee voor een valide beoordeling van de student. Voorwaarde hiervoor is dat de competenties (of kerntaken) duidelijk zijn beschreven en geoperationaliseerd, zodat voor alle betrokkenen helder is wat wordt getoetst: de hele competentie, delen (dimensies) van een competentie, of meerdere competenties. Voor een adequate dekking van alle eindkwalificaties is het van belang om na te gaan (i) op welke (delen van) competenties de toetsen gericht zijn, (ii) of de toetsen gezamenlijk alle competenties dekken en (iii) of de toetsen elkaar aanvullen op inhoud en vorm.

Een goed toetsprogramma zorgt er ook voor dat betrouwbare beslissingen kunnen worden genomen over de studenten. . Omdat competenties (of kerntaken) complex zijn is het onmogelijk om met één toets te beoordelen of de competentie wordt beheerst. Voor een betrouwbare beoordeling zijn meerdere en verschillende bewijzen nodig, die tezamen worden beoordeeld en gewogen in een integraal (eind)oordeel. Om de betrouwbaarheid verder te verhogen, is het belangrijk om veiligheidsmaatregelen in te bouwen. Denk aan het trainen van examinatoren, het 4-ogen beleid en het scheiden van begeleiden en beoordelen.

Een goed ingericht toetsprogramma stimuleert ook het lange termijn leerproces van de student door de opleiding heen. Leerprocessen strekken zich meestal over een langere periode uit dan een onderwijsperiode van 10 weken. Het toetsprogramma biedt de mogelijkheid om daar waar nodig leerlijnen op te bouwen over de onderwijsperioden heen. In het toetsprogramma worden ook bewust keuzes gemaakt over de formatieve functie van toetsen. Toetsen worden vooral gezien als “datapunten” of informatiebronnen over het leerproces van de student, en als mogelijkheid of feedback te geven. In een goed ingericht toetsprogramma kan de student die feedback ook weer gebruiken in volgende onderwijsperioden of opdrachten.

Meer informatie:

Van Vleuten, Schuwirth, Driessen en Govaerts (2014). Twaalf tips om inhoud te geven aan programmatisch toetsen.

Literatuur:

Baartman, L., Vleuten, Cees van der (2015). Kwaliteit van een toetsprogramma. In D. Sluijsmans, D. Joosten-ten Brinke, & T. van Schilt-Mol (Red.), Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen (pp 79-92). Antwerpen-Apeldoorn: Garant Uitgevers.

Baartman, L., Kloppenburg, R., Prins, & Prins, F. (2017). Kwaliteit van toetsprogramma’s. In H. van Berkel, A. Bax, & D. Joosten-ten Brinke (Red.), Toetsen in het hoger onderwijs (vierde herziene druk, pp 37-50). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Sluijsmans, D., Peeters, A., Jakobs, L., Weijzen, S. (2012). De kwaliteit van toetsing onder de loep. OnderwijsInnovatie, 14 (4), 17-25.

Van der Vleuten, C.P.M. (2012). A model for programmatic assessment fit for purpose. Medical Teacher, 34, 205-214.