Probes

De tijd dat marketings-bureaus en of -afdelingen door de industrie werden ingeschakeld om de wensen en voorkeuren van [potentiële] klanten in beeld te brengen ligt ver achter ons.

Het besef dat ‘de klant’ niet goed kan aangeven wat ze van de toekomst verwachten is inmiddels goed doorgedrongen.

Ook de tijd waarin bedrijven hun succes uitsluitend te danken hadden aan hun technologische voorsprong [“men koopt alles wat (ver)nieuw(end) is’] ligt ver achter ons.
Beide observaties vormden de grondslag van het besef dat bij het nadenken over de toekomst een goed en gedegen inzicht in de belevingswereld van mensen essentieel is.
Het bedrijfsleven, de groter bedrijven voorop, hebben om die reden hun development processen aangepast. We zagen daarbij de volgende veranderingen:
– focus verschoof van ‘stuff’ naar ‘solutions’
– verschuiving van territorium denken naar integrale samenwerking tussen de verschillende afdelingen
– lineaire processen werden iteratief
– naast ‘meten is weten’ kwam de nadruk te liggen op ‘inzicht creëren door te experimenteren’
– design [‘styling’] maakte plaats voor design thinking. Designers werden niet meer aan het eind van het ontwikkelingsproces  gevraagd om engineering prototypes ‘sexy’ te maken, maar vooraf ingeschakeld om op strategisch niveau mee te denken over toekomstige producten en diensten.
De focus van design research verschoof van het in beeld brengen van marketing trends naar  onderzoek naar kernwaarden en drijfveren van eindgebruikers.
Een van de methodes die hierbij wordt gebruikt wordt aangeduid met het begrip Probes.
Kort gezegd komt de methode er op neer dat middels provocatieve “wat als” – vragen,  toekomstscenario’s met een tijdsperspectief van 30/50 jaar worden uitgewerkt en kernachtig gevisualiseerd [animatie, tekening, foto’s. 3D product].
Door in een goede setting mensen hiermee te confronteren worden inzichten verkregen in dieper gelegen waarden, belangen, drijfveren en emoties.