Inclusief Spelen
Inclusief Spelen

Inclusief Spelen

Inclusief spelen

Katinka Zwollo en Annemay van Chastelet, masterstudenten Kinderfysiotherapie, hebben kwalitatief onderzoek gedaan naar inclusief spelen vanuit het perspectief Kinderen met een beperking, zowel op regulier onderwijs en speciaal onderwijs.
Hieronder staat een samenvatting van het onderzoek.
Samenspelen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. In Nederland zijn er tussen de 109.000 en 129.000 kinderen met een lichamelijke beperking in de leeftijd van nul tot achttien jaar.
Voor kinderen met een lichamelijke beperking is het extra belangrijk om zich spelend te ontwikkelen. Hierdoor neemt hun zelfvertrouwen toe, ontwikkelen ze veerkracht en vergroot hun probleemoplossend vermogen wat weer zelfstandigheid en onafhankelijkheid bevordert. In december 2019 is het zogenaamde SamenSpeelAkkoord door nationale- als regionale instanties opgesteld. Het SamenSpeelAkkoord benadrukt en stimuleert het recht van kinderen met en zonder een beperking om samen te spelen en te groeien. Kinderen met een lichamelijke beperking zitten vaak op Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en/of sporten bij aangepaste sportclubs waar kinderen zonder een lichamelijke beperking geen deel van uitmaken. Het SBO vindt plaats buiten de woonomgeving van de kinderen waardoor ze in vaak afhankelijk zijn van taxivervoer en dus pas aan het einde van de middag thuis zijn. Vriendjes of vriendinnetjes van school wonen niet in de buurt, waardoor kinderen met een lichamelijke beperking vaker alleen spelen. Het onderzoek van de koepelorganisatie Ieder(in) bevestigt dat 85% van de kinderen met een beperking op het SBO géén vriendjes of vriendinnetjes in de buurt heeft. In Artikel 23 (VN- Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind) staat dat Alle kinderrechten onverkort ook gelden voor kinderen met een handicap. Deze rechten vormen de basis voor de gedachten dat kinderen met elkaar, dus inclusief, moeten kunnen samenspelen. Inclusief spelen is nog niet vanzelfsprekend in Nederland. Het recht op inclusief buitenspelen lijkt voor kinderen met en zonder een lichamelijke beperking nog onderbelicht. Maar welke factoren spelen tijdens het inclusief buitenspelen bij kinderen van 6-12 jaar een rol vanuit het perspectief van kinderen met een lichamelijke beperking op speciaal basisonderwijs (SBO)?
Dit onderzoek is een deelonderzoek van een groter onderzoek gericht op inclusief spelen van het Lectoraat Leefstijl en Gezondheid onderzoekslijn Kind & Beweging van de Hogeschool Utrecht (HU), in samenwerking met de ‘Speeltuinbende’, een initiatief van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind (NSGK). De huidige studie werd uitgevoerd door kinderfysiotherapeut i.o. Annemay van Chastelet, werkzaam bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht, afdeling Kind en Jeugd. Deelnemers zijn kinderen met een lichamelijke beperking (IQ>70) in de leeftijd van 6 tot 12 jaar op het SBO.
Dit kwalitatieve onderzoek is het eerste onderzoek in Nederland waarbij verschillende factoren over het inclusief buitenspelen werden uitgelicht vanuit het perspectief van kinderen met een lichamelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 12 jaar op het SBO. Dit onderzoek draagt bij aan het verkrijgen van inzichten in de factoren die een rol kunnen spelen tijdens het inclusief buitenspelen. Zowel de omgevingsfactoren als de persoonlijke factoren spelen bij kinderen met een lichamelijke beperking op het SBO een rol tijdens het inclusief buitenspelen. De kinderen zijn afhankelijk van (taxi) vervoer en nabijheid van volwassenen waardoor de sociale barrière wordt vergroot. Alle kinderen met een lichamelijke beperking hebben recht op inclusief buitenspelen maar missen een voorspelbare, toegankelijke en veilige omgeving.

Zie voor meer details van hun onderzoek en conclusie:

Inclusief Spelen Poster Katinka Zwollo

Inclusief Spelen Poster Annemay van Chastelet