De vinger op de zere plek met discursieve psychologie

Sociale en psychologische aspecten spelen een belangrijke rol bij chronische pijn en de beperkingen die patiënten daardoor in hun dagelijks leven ervaren. Om beter te leren omgaan met hun pijn is het belangrijk dat zij inzicht krijgen in die aspecten. Behandelaars merken dat het praten hierover gevoelig ligt en niet altijd even goed lukt. Samen met Rob Smeets, Albère Köke en Petra Sneijder probeer ik er in mijn promotieonderzoek ‘Naar een gedeeld begrip van de pijn’ de vinger op te leggen hoe dit komt.

Het afgelopen jaar hebben we voor ons onderzoek bij verschillende revalidatiecentra in Nederland audio-opnamen gemaakt van gesprekken tussen patiënten en hun behandelaars. We bestuderen deze gesprekken volgens een discursief psychologisch onderzoeksperspectief. Dat wil zeggen dat we de interactie tussen de patiënt en de behandelaar op microniveau bekijken. De aandacht gaat daarbij uit naar wat zij (bewust of onbewust) doen met taal. Daarbij kun je denken aan alledaagse sociale handelingen, zoals het doen van een uitnodiging (“Gaat u zitten”) of het weigeren daarvan (“Ehm nou.. ik blijf liever staan”), maar vooral ook aan meer impliciete handelingen, zoals het ‘managen’ van verantwoordelijkheden. Door heel precies te kijken hoe gespreksdeelnemers dit doen, wordt duidelijk welke elementen in het gesprek zij zelf (ter plekke) als gevoelig behandelen.

Zo zien we in onze data dat metaforen die behandelaars gebruiken bij het geven van pijneducatie verantwoordelijkheden kunnen suggereren, en dat patiënten hier op hun beurt op reageren. Laten we een voorbeeld bekijken: de metafoor van de ‘openstaande volumeknop’ in het ruggenmerg. Met deze metafoor kan worden uitgelegd dat bij mensen met chronische pijn gevaarboodschappen versterkt aan de hersenen worden doorgegeven. Ook kan aan de hand van de metafoor worden duidelijk gemaakt dat deze volumeknop te beïnvloeden is (bijvoorbeeld door hoe de patiënt over de pijnklachten denkt en door hoe hij er mee omgaat). De boodschap dat de patiënt zelf ‘aan de volumeknop kan draaien’ draagt de suggestie met zich mee dat de patiënt daarmee ook verantwoordelijkheid draagt voor de output: zijn pijnervaring. In onderstaand fragment (afkomstig uit een groepsvoorlichting) zie je hoe Piet, in de manier waarop hij zich uitdrukt, op deze suggestie anticipeert:

In het fragment zien we dat Piet de suggestie van verantwoordelijkheid voor de eigen pijn, die in de metafoor besloten zit, afzwakt. Dit doet hij door een verklaring te geven voor het feit dat je soms het besef van controle over de volumeknop kwijt bent (regels regel 2–6). Hij presenteert de verklaring als algemeen geldend door ‘je’ te gebruiken (in plaats van ‘ik’). Daarna spreekt hij namens de groep als hij uitlegt dat ze nog niet goed weten hoe ze de volumeknop moeten bedienen (regel 8–9). De patiënten in de groep kunnen dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor het niet adequaat bedienen van de volumeknop en de gevolgen daarvan.

Analyses als deze maken duidelijk dat patiënten, maar ook behandelaars, mogelijke negatieve gevolgtrekkingen bij verklaringen voor de pijn al pratende vaak subtiel het hoofd bieden. Ze lenen zich daarom goed om in kaart te brengen wat er precies op het spel staat bij het bespreken van sociaalpsychologische verklaringen voor pijn en beperkingen. Door met ons onderzoek gevoeligheden in patiënt-behandelaar interacties bloot te leggen, kunnen behandelaars bewuster met deze gevoeligheden omgaan in hun gesprekken met patiënten.

Wil je meer weten over het discursief psychologisch perspectief en hoe het kan bijdragen aan ons begrip van gesprekken over pijn? Lees dan ons artikel ‘Improving patient–practitioner interaction in chronic pain rehabilitation’.

Deze blog is geschreven door Baukje Stinesen, docent-onderzoeker bij het PubLab.

Meer lezen over pijn onderzoeken van het PubLab?