Een waarheid als een koe

Leestijd: +- 4 minuten

Afgelopen week kreeg ik van mijn broer een hele serie appjes doorgestuurd van een presentatie waarbij hij aanwezig was. Hartstikke leuk natuurlijk zo’n  live verslag, maar al sloeg bij mij de irritatie toe. En dat lag niet aan mijn broer. De presentator had allerlei uitspraken op zijn slides staan waar ik het als onderzoeker echt niet mee eens kon zijn. Zo werd onder andere beweerd dat ‘informatie vertrouwen alleen maar kan schaden’ en dat ‘de basis van vertrouwen hebzucht is’.

De afgelopen vier jaar heb ik onderzoek gedaan naar vertrouwen in de deeleconomie en één van de zaken die ik vond was dat vertrouwen juist toeneemt als er meer informatie beschikbaar is over de ander. Immers, hoe minder informatie er is over de ander hoe groter het risico wordt. En hebzucht is zeker niet de enige basis van vertrouwen, een emotionele binding met de ander kan ook voor vertrouwen zorgen. Denk maar eens aan het vertrouwen dat je hebt in je vrienden of familie.

Na een kleine rondvraag onder collega’s bleek dat het gebruik van dubieuze algemeenheden vaker voorkomt. Een aantal voorbeelden: ‘95% van ons gedrag wordt door het onbewuste bepaald’, ‘80% van onze communicatie is non-verbaal’ en  ‘mensen die hun linker hersenhelft gebruiken zijn analytischer, creatieve mensen gebruiken hun rechter hersenhelft’.

Deze beweringen zijn stuk voor stuk onzin. Een percentage over de mate van onbewust gedrag is nog nooit aangetoond, wel zijn mensen beperkt rationeel. Ook een 80/20 verdeling tussen non-verbaal en verbaal gedrag is nog nooit bewezen. Het is wel aangetoond dat non-verbale communicatie krachtig is, maar zo’n specifieke verdeling niet. En voor hersenfuncties wordt juist het gehele brein gebruikt in plaats van dat één hersenhelft een specifieke taak op zich neemt.

Hoe kan het nou dat er zulke stellige onwaarheden worden verkondigd? Wat vaak gebeurt is dat een enkel onderzoeksresultaat uit zijn context wordt getrokken en de nuances die in de oorspronkelijke studie wel zijn beschreven niet worden overgenomen. Daarnaast gaat een wetenschapsmythe vaak zijn eigen leven leiden en praat iedereen elkaar op een gegeven moment na.

Maar is het erg dat er zulke onwaarheden worden verkondigd? In principe zijn de gevolgen vaak klein. Het levert enkele toehoorders irritatie op, maar het wordt al serieuzer als er belangrijke beslissingen worden genomen gebaseerd op deze mythes. Bijvoorbeeld wanneer ouders besluiten hun kinderen niet te vaccineren, omdat ze ten onterechte denken dat hun kinderen er autisme van krijgen.

Het is moeilijk om deze wetenschapsmythes te bestrijden, maar je kan je als toehoorder in ieder geval kritisch opstellen. Ik heb mijn broer daarom een aantal kritische vragen doorgestuurd die hij aan de presentator kon stellen. En wees niet bang om iemand te vragen waarop hij/zij bepaalde uitspraken baseert. Vat de koe dus bij de horens en laat je niet met een kluitje in het riet sturen.

Deze blog is geschreven door Maarten ter Huurne, onderzoeker bij het PubLab

 

Meer lezen?