Even voorstellen…. Maartje Harmelink

Even voorstellen…. Maartje Harmelink, inmiddels zo’n drie jaar werkzaam bij het PubLab

Hoe ben je bij het PubLab terecht gekomen?
Daar heeft Annette Klarenbeek onze lector, een grote rol in gespeeld. Ik heb eerst bij de Hanzehogeschool gewerkt. Daar was Annette toen lector. Zij had contact opgenomen met een professor van de Rijksuniversiteit Groningen en gevraagd of hij nog iemand wist die onderzoek voor haar zou willen doen bij de Hanzehogeschool. Toen kwam ik in beeld. Vervolgens ben ik in contact gekomen met Annette en voor twee dagen in de week bij haar lectoraat aan de slag gegaan als onderzoeker. Ik heb daar twee jaar gewerkt, maar na één jaar ging ik al een dagje bij het PubLab werken. Annette was daar de trekker van het Next Level project en zocht nog iemand die daarbij kon ondersteunen, in het bijzonder bij de discourse analyse. Ik ben toen op detacheringsbasis bij het PubLab gaan werken. In die periode ben ik ook verhuisd naar het westen. Dat kwam goed uit, want ik kon daarna fulltime bij het PubLab aan de slag als docent en onderzoeker.

Waar ben je op afgestudeerd?
Ik heb Communicatie- en Informatiewetenschappen gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna heb ik de master Communicatiekunde gedaan. Tijdens mijn master heb ik mij gespecialiseerd in conversatie-analytisch onderzoek, waarbij ik onderzoek heb gedaan naar gesprekken in verschillende institutionele settingen zoals arts-patiënt gesprekken, vergaderingen en nieuws-interviews. Door gesprekken te bestuderen, en te kijken naar wat mensen allemaal bereiken met hun talige constructies, kom je tot interessante inzichten die de communicatieprofessional kan helpen beter aan te sluiten bij de omgeving.

Kan je daar een voorbeeld van geven?
Afgelopen jaar hebben we veel projecten gedaan op het gebied van duurzaamheid. We hebben bijvoorbeeld gekeken naar de manier waarop burgers hun zorgen verwoordden over nieuwe energie-initiatieven. Opvallend was dat burgers hun weerstand sterk verantwoordden. Bij tegenstand volgden bijvoorbeeld steeds argumenten ‘accounts’: ‘want de omgeving wordt aangetast en in Groningen is het ook al gruwelijk misgegaan’, etc….  Er werd niet gezegd: ‘ik ben tegen’. Kennelijk ligt weerstand uiten gevoelig en wil je als burger niet weggezet worden als anti-duurzaam. Dit soort inzichten helpen heel erg om je tone of voice te bepalen en als communicatieprofessional beter aansluiting te vinden bij de omgeving. Het sluit ook erg aan bij de ontwikkeling die we zien in de communicatiewereld, dat je als communicatieprofessional niet vanuit beleid moet communiceren, maar juist de omgeving, in dit geval de burger, moet leren begrijpen.

Zijn dat ook vaardigheden die je zelf hebt geleerd?
Zeker. Het is best wel een uitdaging om met die Discours Analytische Bril (DAB) te kijken naar gesprekken. Je bent heel snel geneigd te kijken naar de inhoud, te kijken naar wat er wordt gezegd in plaats van naar hoe iets wordt gezegd. Het is best wel moeilijk om die switch te maken.
Dat vind ik soms nog steeds lastig. Dan denk ik op geen gegeven moment: ik ben toch te inhoudelijk bezig. Ik richt me teveel op wat er nu staat in plaats van op de taalhandeling zelf.

Wat zou jou typeren jou als docent-onderzoeker?
In het onderwijs vind ik het erg belangrijk om een bepaalde ‘relatie’ op te bouwen met de student. Dat is volgens mij echt een voorwaarde voor goed onderwijs. Dat je de student welkom heet, hun namen kent en ook naar ze luistert etc. In onderzoek vind ik dat ook belangrijk. Goed contact met de projectpartners. Een fijne samenwerking met projectpartners is van groot belang om een project te laten slagen. Ik ben dus erg gericht op het proces, de omgeving en hecht daarbij waarde aan duidelijke communicatie.

Welke voorbeeld van effectieve of minder effectieve communicatie in het publieke domein is je bijgebleven?
Een voorbeeld van minder geslaagde communicatie is de reactie van het Holland Casino in Groningen, na de recentelijke brand. Holland Casino reageerde heel zakelijk op Twitter (wij zijn dicht, je kunt naar Leeuwarden). Enige empathie en een dankwoord richting iedereen die geholpen had bij de brand, ontbraken. Holland Casino sloeg daarmee de plank echt volledig mis. Zij gaven geen aandacht aan de emoties en het sentiment dat op dat moment heerste. Als ze een omgevingsanalyse hadden gedaan, online hadden gemonitord, hadden ze hier veel beter op in kunnen spelen.

Als je een potje met geld kreeg, waar zou je dan onderzoek naar doen?
Het lijkt het mij erg interessant om te kijken naar arts – patiënt gesprekken. Daar hebben wij recent ook een RAAK publiek aanvraag voor ingediend (gesprekken tussen patiënten met chronische pijn en hun behandelaars). Het is een erg relevant en actueel thema. Toen ik recent in een ziekenhuis was, stond daar een bord met de tekst: ‘betere zorg start met een goed gesprek’. Dit laat zien dat het belang van een goed arts-patiënt gesprek wordt erkend.

Wat vind je leuk aan werken bij het PubLab?
Ten eerste de collega’s en de sfeer onderling. Wij werken veel samen en zijn echt een hecht team. Ik ga altijd met erg veel plezier naar mijn werk. Daarnaast vind ik het erg leuk dat we samenwerken met de praktijk. Juist de vertaling van onderzoek naar praktijk spreekt mij erg aan. Ik vind het erg belangrijk om de kennis die is opgedaan ook toepasbaar te maken. Wij blijven daarbij niet in de zogeheten ‘ivoren toren’ zitten. Ook inhoudelijk spreken de projecten me aan. De thema’s raken sterk aan mijn interesses.  Al met al heb ik dus een superleuke baan!

Wat houdt je naast de werkzaamheden bij het Publab bezig?
Ik woon in Amsterdam, een stad die veel te bieden heeft. In het weekend maak ik daar dankbaar gebruik van. Ik vind het leuk om wat te drinken met vrienden. De vrijdagmiddagborrel is dan ook één van mijn favoriete bezigheden. Een festival bezoeken vind ik ook leuk. Daarnaast ga ik graag uit eten met mijn vriend, ben ik lid van een bootcampclubje en loop ik regelmatig hard. Verder heb ik nog een kat, Frits. Die slokt flink wat aandacht op.

Wat is jouw grootste communicatieblunder/succes?
Mijn communicatie via WhatsApp verloopt lang niet altijd soepel. Mijn vriend en ik hadden laatst een discussie. Hij vond dat ik niet enthousiast genoeg reageerde op een voorstel via WhatsApp. Ik was juist wél enthousiast, maar liet dat kennelijk onvoldoende blijken. Smileys en een uitroepteken ontbraken. Dit soort misverstanden zijn ongetwijfeld ook toe te schrijven aan het medium. Als je face-to-face praat heb je dat soort problemen minder. Uit iemands houding, intonatie en stemgebruik kun je heel veel opmaken. Dat heb je met WhatsApp niet. Ik heb hier recent een blogje over geschreven, waarin ik enkele (interactionele) dilemma’s bespreek.


Meer lezen over Maartje en haar werk?
– Lees haar blog over blauwe vinkjes en andere interactionele problemen op WhatsApp
– Lees haar blog over de Discours Analytische Bril
– Lees haar blog over waarom discursief onderzoek bij het vluchtelingendebat een goed idee