Fietsen met Focus zomerupdate

Afgelopen zomerperiode is het PubLab verder gegaan met het onderzoeksproject Fietsen met Focus 2.0 dat uitgevoerd wordt in opdracht van Provincie Utrecht. Doel van het onderzoek is het opstellen van een effectieve strategie om telefoongebruik op de fiets door jonge tieners tegen te gaan.
In de vorige onderzoeksupdate, noemden wij al dat de tweede fase van het onderzoek in volle gang is, waarbij de vier geïdentificeerde aandachtspunten uit fase 1 verder onderzocht worden.

In de zomerperiode zijn 2 deelstudies uitgevoerd naar het gedrag van zowel ouders/opvoeders als kinderen uit groep 7, 8 en klas 1. Doel is aanknopingspunten vinden die kansrijk zijn voor pilots in fase 3. Daarnaast wordt op dit moment gewerkt aan een literatuurstudie naar werkingsmechanismen voor gedragsbeïnvloeding bij kinderen.

We delen graag alvast een aantal voorlopige uitkomsten van deze deelstudies. De volledige resultaten volgen nog, inclusief een toelichting en een verantwoording.

Voorlopige uitkomsten online vragenlijst ouders/opvoeders
Om inzicht te krijgen in hoe ouders/opvoeders van kinderen uit groep 7, 8 en klas 1 aankijken tegen telefoongebruik op de fiets, is een online vragenlijst verspreid in de periode juni t/m augustus 2018. Om spreiding te krijgen in opleidingsniveau is er een marktonderzoeksbureau ingezet, naast de werving via onze eigen communicatiekanalen. De vragenlijst is in totaal 250 keer volledig ingevuld.

Ongeveer driekwart van de respondenten was vrouw. Het kind over wie de vragenlijst is ingevuld zat in groep 7 (34%), groep 8 (30%) of klas 1 (36%). Dit waren iets meer jongens (54%) dan meisjes (46%).
De meeste kinderen (92%) waren in het bezit van een mobiele telefoon, veelal een smartphone.

De meeste kinderen over wie de vragenlijst is ingevuld gaan op de fiets naar school (79%) en doen dit veelal alleen (51%), samen met klasgenootjes/vriendjes (26%) of met ouder of diens partner (17%). De meeste ouders/opvoeders denken dat hun kind de telefoon niet gebruikt op de fiets.

Bijna alle ouders/opvoeders hadden zelf ook een mobiele telefoon, meestal een smartphone. Ongeveer twee derde vindt dat ze hun telefoon veel of heel veel gebruiken. De meeste ouders /opvoeders gebruikt nooit zijn/haar telefoon in het verkeer wanneer zijn/haar kind erbij is.

Wat doen ouders/opvoeders tegen telefoongebruik op de fiets?
De meeste ouders/opvoeders praten soms (58%) of vaak (20%) over telefoongebruik op de fiets met hun kind. Een goede aanleiding is bijvoorbeeld wanneer ouders/opvoeders iemand anders de telefoon zien gebruiken op de fiets, of wanneer ze ontdekken dat hun eigen kind de telefoon gebruikt. Verandermomenten zijn volgens ouders/opvoeders ook goede momenten om het gesprek over telefoongebruik op de fiets te starten. Denk hierbij aan het moment dat het kind start met het zelfstandig deelnemen aan het verkeer, het aanschaffen van de mobiele telefoon, de overgang naar de middelbare school en wanneer het kind de telefoon meer gaat gebruiken (bijv. door het krijgen van 4G).

Eenentwintig procent van de ouders/opvoeders heeft (nog) geen regels afgesproken over telefoongebruik op de fiets. Vierenzestig procent heeft afgesproken dat telefoongebruik op de fiets nooit mag. Veertien procent van de ouders/opvoeders heeft met zijn/haar kind afgesproken dat telefoongebruik alleen mag onder bepaalde voorwaarden; bijvoorbeeld alleen voor het luisteren van muziek, soms alleen met één oortje. Volgens ouders/opvoeders worden de regels rondom telefoongebruik op de fiets minder vaak overtreden dan regels rondom telefoongebruik in huis. Twee derde van de ouders/opvoeders gaat er vanuit dat regels rondom telefoongebruik op de fiets nooit overtreden worden. Voor de meeste kinderen heeft overtreding van regels consequenties. De meest genoemde consequentie is dat het kind de telefoon moet inleveren of minder mag gebruiken.

34% van de ouders/opvoeders die verwacht dat zijn/haar kind wel eens de telefoon gebruikt op de fiets corrigeert zijn/haar kind nooit bij telefoongebruik op de fiets. Direct corrigeren kan lastig zijn omdat ouders/opvoeders er niet altijd bij zijn als het kind fietst.

Invloed op telefoongebruik op de fiets
De meeste ouders/opvoeders vinden het belangrijk dat hun kind de telefoon niet gebruikt op de fiets. Hierbij verwachten ze zelf veel (56%) of heel veel (10%) invloed te hebben. Bijna de helft van de ouders/opvoeders schat in dat ze zelf de grootste invloed hebben op het telefoongebruik van hun kind. Vriendjes en/of klasgenoten spelen volgens veel ouders/opvoeders ook een grote rol.
Op de vraag wat ouders/opvoeders lastig vinden aan het voorkomen of verminderen van telefoongebruik op de fiets, is het vaakst geantwoord dat ouders/opvoeders het lastig vinden om het gedrag van hun kind te controleren, omdat kinderen vaak in afwezigheid van de ouder fietsen. Een ander veelgenoemd lastig punt is de sociale norm (andere kinderen die de mobiele telefoon gebruiken op de fiets, maar ook volwassenen) en de invloed van vrienden.

Op de vraag hoe ouders/opvoeders ondersteund kunnen worden bij het voorkomen van telefoongebruik op de fiets door hun kind, kwamen zeer diverse antwoorden. Ouders/opvoeders zouden bijvoorbeeld ondersteund willen worden door voorlichting op school, campagnes, inzet van (social) media, inzet van ervaringsdeskundigen en/of een wettelijk verbod. Ook gaven sommige ouders/opvoeders aan dat het zou helpen als telefoongebruik op de fiets onmogelijk werd gemaakt of de norm zou veranderen. Er waren ook tientallen ouders/opvoeders die aangaven geen ondersteuning nodig te hebben.

Dagboekstudie kinderen
De dagboekstudie richt zich erop inzicht te krijgen in de periode van de basisschool naar de middelbare school. Dit willen we vanuit het perspectief van het kind doen om deze in meer detail in kaart te brengen.

De dagboekstudie bestaat uit drie meetmomenten: aan het begin van de zomer, in het midden van de zomerperiode en vlak na de zomerperiode (na enkele weken middelbare school). Ook wordt een aantal deelnemende kinderen eind september gebeld voor een kort interview. Twee meetmomenten zijn inmiddels afgerond. Hieronder volgen alvast wat voorlopige resultaten. Het derde meetmoment vindt in september plaats.

De eerste meting aan het einde van groep 8 had 66 deelnemende kinderen, waarvan 35 jongens en 31 meisjes. Hiervan gaan er 31 VMBO, 20 HAVO en 15 VWO volgen.
Van deze groep gebruikten 7 kinderen de telefoon op de fiets al aan het eind groep 8. Dit waren 2 jongens en 5 meisjes. Deze groep telefoongebruikers luisterden vooral naar muziek, gebruikten WhatsApp of zaten op social media.

De tweede meting in het midden van de zomer had 50 deelnemende kinderen, waarvan 25 jongens en 25 meisjes. In deze groep groeide het gebruik van de telefoon op de fiets naar 9 kinderen. Ook deze telefoongebruikers luisterden naar muziek, gebruikten WhatsApp of zaten op social media tijdens het fietsen.

Een andere interessante uitkomst is dat meer dan de helft van de kinderen in de vakantie via WhatsApp al contact heeft met nieuwe klasgenoten. De voornaamste manier om in contact te komen met nieuwe klasgenoten is echter de kennismakingsdag.
Verder valt op dat de 15 kinderen die meer dan 7 kilometer moeten fietsen naar zijn/haar nieuwe school niet op de telefoon zit.

Los van telefoongebruik op de fiets zijn ouders/opvoeders in de vakantie soepeler met regels rondom het gebruiken van de telefoon door hun kinderen.

Vervolg van het onderzoek
Eind september bespreekt PubLab samen met de Provincie Utrecht de uitkomsten van de verschillende deelstudies en bereiden we gezamenlijk de derde fase voor, de zogenaamde pilotfase.

Vragen?
Zodra wij weer een stap verder zijn volgt natuurlijk een volgende update, en in de tussentijd kun je voor vragen terecht bij projectleider Karen Hilhorst via fietsenmetfocus@hu.nl.

Meer weten over het onderzoek en op de hoogte blijven? Volg dan onze LinkedIn pagina en bekijk de projectpagina’s:
– Fietsen met Focus 2.0
– Fietsen met Focus 1.0