Samenwerken in gesprekken: de maximes van Grice

Leestijd +-4 minuten

In deze blog bespreek ik een belangrijke theorie over gesprekken van taalfilosoof Paul Grice (1913-1988). Grice ging ervan uit dat mensen gericht zijn op samenwerking zodat gesprekken zo soepel mogelijk verlopen. De inzichten van Grice zijn onmisbaar bij het analyseren van teksten en gesprekken. Hij beschreef een aantal gespreksprincipes, ook wel bekend als de ‘maximes van Grice’. Mensen zijn zich vaak niet bewust van deze maximes, maar ze zorgen wel voor een ordelijk verloop van conversaties:

  • Maxime van kwantiteit: hierbij gaat het om het geven van precies de juiste hoeveelheid informatie, niet te veel en niet te weinig.
  • Maxime van kwaliteit: deze maxime houdt in dat gespreksdeelnemers ervan uitgaan dat de ander de waarheid spreekt en ook twijfels uitspreekt of duidelijk maakt op welk type bewijs een bewering is gebaseerd.
  • Maxime van relevantie: in principe sluiten uitspraken aan op wat eraan vooraf ging (een eerdere situatie of de voorgaande uiting in het gesprek).
  • Maxime van wijze: gespreksdeelnemers gaan ervan uit dat men duidelijkheid nastreeft in een gesprek, en dat dubbelzinnigheid vermeden wordt.

Let echter op: maximes zijn niet gelijk aan regels. Het kan heel goed dat een spreker zich niet aan de maximes houdt. Wanneer een spreker een uitspraak doet die zo’n maxime in gevaar brengt, verwachten gespreksdeelnemers nog steeds dat de spreker zich houdt aan het samenwerkingsprincipe. Dat betekent dat als een maxime geschonden wordt,  de ontvanger ervan uit zal gaan dat dit een specifiek doel heeft in het gesprek. Grice noemt zo’n impliciet doel een ‘conversationele implicatuur’.

Wanneer de maxime van kwantiteit bijvoorbeeld wordt geschonden, doordat de spreker te veel of juist te weinig informatie geeft, dan geven de andere gespreksdeelnemers daar onbewust betekenis aan. Het promotieproject van PubLab collega Baukje Stinesen over gesprekken tussen revalidatieartsen en patiënten met chronische pijn laat bijvoorbeeld zien hoe patiënten heel uitgebreid verslag doen van ervaringen met pijnklachten en niet volstaan met een korte omschrijving. Ze laten hiermee zien dat het belangrijk voor ze is dat deze klachten erkend worden. Wanneer artsen het samenwerkingsprincipe in acht nemen gaan ze hier niet aan voorbij.

Ook uitspraken die niet meteen relevant lijken te zijn worden toch in verband gebracht met wat vooraf ging in het gesprek. Nog een klein voorbeeldje uit de revalidatiepraktijk: een arts deelt aan een patiënt met chronische pijn mee dat zijn pijnklachten niet helemaal door de slijtage in zijn rug kunnen worden verklaard. De reactie erop is ‘Ik ben hier niet in Hollywood’. Deze uitspraak lijkt op het eerste gezicht niet gerelateerd aan het voorgaande, maar wordt wel zo geïnterpreteerd. De conversationele implicatuur hier is dat de patiënt toch echt klachten ervaart en niet doet alsof. Hij behandelt de uitspraak van de arts hiermee als een beschuldiging van het ‘faken’ van klachten. Met andere woorden: bij elke uitspraak vragen we ons af ‘why that now?’ (Sacks, 1992).

Deze blog is geschreven door Petra Sneijder, senior onderzoeker bij het Publab.

 

Meer lezen?

Bronnen:
Grice, H.P. (1975). Logic and conversation. In: Syntax and Semantics, Vol. 3, Speech Acts, ed. by Peter Cole and Jerry L. Morgan. New York: Academic Press 1975, 41–58.
Sacks, H. (1992), in Jefferson, G. (Ed.), Lectures on Conversation, Vols I and II,    Blackwell, Oxford.
Stinesen, B. (2017). Promotieproject ‘Naar een gedeeld begrip van de pijn: Een interactioneel handelingsperspectief voor patiënten met chronische pijn en hun behandelaars’.