Hoe gebruik ik video in mijn onderwijs?

Video brengt een vrolijke noot of een leuke afwisseling in een les of cursus. We voelen intuïtief aan dat video ons onderwijs kan verrijken, maar als we de werking van het medium beter leren kennen blijkt pas wat de werkelijke educatieve waarde van het medium kan zijn. Als opleider is het met die kennis mogelijk om weloverwogen didactische afwegingen te maken bij de inzet ervan.

Succesvol leren met video

Kun je de volgende zin afmaken? “Leren met video is succesvol, als…”
Als je hierover gaat nadenken kun je tot veel verschillende antwoorden komen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de organisatie van je onderwijs (efficiëntie, afstandsonderwijs), onderwijsmethoden (differentiëren, zelfgereguleerd leren), leeropbrengsten (verhoging van het leerrendement) of de invulling van concrete leerfuncties (motiveren, activeren, kennisoverdracht).

Of video de oplossing is voor wat je wilt bereiken hangt mede af van de bril waarmee, of het perspectief van waaruit je het medium bekijkt. De twee perspectieven waarmee je hier leert kijken naar het medium video zijn (1.) het technische perspectief en (2.) het communicatieperspectief. Afhankelijk van de bril de jouw het beste past, waarmee jij de meeste aansluiting op jouw onderwijsinhouden en -doelen ziet, ga je je onderwijsontwerp met video vormgeven Pik eruit wat voor jou nuttig en relevant is en laat je uitdagen eens wat anders te proberen en verder te kijken.

Video als technisch middel

Vanuit de techniek bekeken is video een middel waarmee primair de werkelijkheid kan worden vastgelegd en vervolgens getoond. Door digitale technieken is het steeds makkelijker deze werkelijkheid te manipuleren en te bewerken, tijdens de registratie, de nabewerking en de uiteindelijke presentatie. ‘Film’ en ‘video’ zijn vanuit die optiek achterhaalde termen, want opnemen op filmstrips of videobanden gebeurt nog maar zelden. Vaak wordt de naam kennisclips gebruikt. Omdat de associatie van deze term met instructievideo’s groot is en deze pagina meer educatieve functies van het medium wil bespreken, hebben we het hier verder over video’s.

De techniek van het vastleggen en bewerken van de werkelijkheid biedt een aantal interessante mogelijkheden voor onderwijsdoeleinden:

  • Registreren, vastleggen
  • Visualiseren
  • Simultaan beeld en geluid
  • Mogelijkheid tot vertragen en versnellen
  • Mogelijkheid tot vergroten en verkleinen
  • Mogelijkheid tot pauzeren en terugspoelen
  • Mogelijkheid tot (online) delen
  • Tijd en plaats onafhankelijk te gebruiken
  • Mogelijkheid tot hergebruik

Voorbeelden van veel geziene toepassingen van deze technische mogelijkheden, zijn:

Bovenstaande linkjes verwijzen naar enkele video’s en kanalen die vrij beschikbaar zijn op YouTube.

Leerpsychologisch onderzoek

Onderwijskundig onderzoek kijkt naar hoe wij leren en hoe we informatie verwerken. De multimedia theorie van Richard E. Mayer is leidend in dat onderzoek en stelt een aantal principes voor die van belang zijn bij een effectieve informatieverwerking als het om beeld en geluid gaat:

  • Redundancy principle (gesproken woord + beeld + tekst is te veel, laat de tekst weg)
  • Multi media principle (gesproken woord + beeld > gesproken woord alleen)
  • Modality principle (gesproken woord + beeld > gesproken woord + tekst)
  • Spatial congruence (plaats gerelateerd beeld + tekst bij elkaar)
  • Signaling (onderstreep het gesproken woord met tekst)

Daarnaast is het van belang om video’s niet te lang te maken, ze waar mogelijk op te knippen in betekenisvolle delen, weg te laten wat niet relevant is en de kijker aan te spreken in spreektaal en te tutoyeren.

Video als communicatief medium

Maar video is meer dan simultaan beeld en geluid. Het is een medium dat een boodschap communiceert. De communicatiewetenschap leert ons dat je dan te maken hebt met een zender (die iets wil communiceren), een boodschap (de vorm waarin die boodschap verpakt wordt, bijvoorbeeld een video) en een ontvanger (iemand die de boodschap leest en interpreteert). In het communicatieproces van de intentie van de zender, tot aan het begrip van de ontvanger worden twee vertaalslagen gemaakt: van intentie naar vorm; en van vorm naar begrip. Doordat er twee vertaalslagen moeten worden gemaakt, kun je er vanuit gaan dat de intentie van de zender en het begrip van de ontvanger op zijn minst in details verschillend zullen zijn, ongeacht welk medium je gebruikt.

Communiceren in beelden

Je keuze voor een medium bepaalt hoe je jouw boodschap verpakt en aanbiedt aan je lezer (de student in dit geval). Met beelden vertel je een ander verhaal dan in tekst of gesproken woord. Het grote verschil zit hem erin dat beeld iets toont, waar (gesproken of geschreven) woorden iets beschrijven. De eigenschap van het tonen in beelden levert twee regels op voor de inhoud die je ermee kunt overbrengen:

  1. Beelden zijn specifiek en uniek
  2. Beelden zijn veelomvattend

De eerste regel leert ons dat je met beelden altijd een unieke situatie, persoon of object weergeeft; Tekst kan een algemene beschrijving van een standaard object geven (‘boom’, ‘molecuul’, ‘puber’, ’transmitter’), maar beeld laat dat ene object met zijn eigen unieke kenmerken zien (die ene boom in dat ene bos met die afhangende tak …, puber Jannes de Vries van 16 jaar met blond haar en blauwe trui …).
De tweede regel leert ons dat je met beeld altijd veel meer laat zien dan je in tekst ooit kunt vatten. De woordelijke beschrijving van een beeld is eindeloos, je kunt altijd blijven doorgaan met het benoemen van wat je ziet en hoe het is weergegeven – een beeld zegt meer dan duizend woorden.

Welke consequenties de twee regels hebben voor jouw video’s, is sterk afhankelijk van jouw onderwijsinhoud. Beelden vragen altijd om een vertaalslag: ze moeten worden ‘gelezen’ en geïnterpreteerd door de kijker. Wat zie je? Wat is belangrijk in het beeld, wat is achtergrond? Waarom toon ik dit, welke relevantie heeft het in de onderwijscontext? … Het bieden van een kijkkader (kijkaanwijzingen of concrete vragen) geeft je studenten houvast in hoe zij de beelden moeten lezen.

Ervaren

Beelden komen heel direct binnen. Een beeld kan soms zo intens zijn dat het op je netvlies gebrand blijft staan. Daar zijn dan vaak sterke emoties aan gekoppeld. Een beeld kan achterblijven als een herinnering, een eigen ervaring, afhankelijk van de inhoud van het beeld.

Een pratend persoon voor een bord is vaak niet zo memorabel, dan ligt de nadruk toch vooral op het gesproken woord. Wanneer dat zelfde verhaal in een betekenisvolle context wordt verteld – of beter, getoond – kan het als een waardevolle herinnering bijblijven en dienen als een kapstok voor nieuwe kennisconstructie. Vertel, maar vooral toon je verhaal daarom op die plek waar de inhoud relevant is. Ga naar buiten, het lokaal uit. Een camera is mobiel, je kunt de wereld ermee het klaslokaal binnen halen!

Hieronder vind je enkele voorbeelden van video’s die hoofdzakelijk middels het beeld communiceren. Ze zijn heel verschillend in opzet en vorm en zijn in zichzelf niet educatief, in de zin dat ze geen instructie of uitleg geven. Toch kunnen dergelijke video’s interessant zijn om in je onderwijs te gebruiken om heel andere redenen.

Deze video’s geven je vermoedelijk weinig antwoorden, maar roepen vooral vragen en verwondering op. Het doel van het gebruik van een dergelijke video in je onderwijs is daarmee ook anders dan met een instructievideo.

Koppeling met didactiek

Om video op een betekenisvolle functie te geven in het onderwijs ontwerp moet je twee dingen scherp hebben:

  1. Hoe ziet het didactisch ontwerp van je les of cursus eruit?
  2. Welke functies wil je met video invulling geven?

Er is niet één juiste manier om video’s in te zetten voor onderwijs. Deze cursus heeft je twee perspectieven geboden op de mogelijkheden die video’s in het onderwijs. Het is aan jou om de puzzel te maken van leerdoelen en -functies die je wilt invullen in je onderwijsontwerp en waar video daarin een rol kan spelen.

Er is geen goed en fout in hoe je de puzzel legt; als het jou, je studenten en jouw onderwijs iets oplevert is het goed. Uiteraard zijn er wel gradaties in hoeveel van de kwaliteiten van het medium weet te benutten. Probeer voor jezelf de lat wat hoger te leggen dan je tot dusverre hebt gedaan, of kies eens voor een andere insteek; heb je je tot nu toe nog nooit met video beziggehouden dan is het opnemen van een eerste instructie / introductie in de studio een mooie start; heb je daar al de nodige ervaring mee, kijk dan hoe je in die video’s het beeld nog meer kunt laten spreken en waar je tekst weg kunt laten, kijk daarbij ook naar de gekozen locatie; heb je al ruime ervaring met allerhande video’s, probeer het dan eens wat filmischer aan te pakken door er een klein dramatisch verhaallijntje in te stoppen, een onverwacht perspectief te gebruiken of video’s waarin helemaal geen tekst gebruikt wordt te maken of te zoeken.

Bronnen

Klassiekers: artikelen met achtergrondinformatie

  • Chatman, S. B. (1980). What novels can do that films can’t (and vice versa). Critical Inquiry, 7(1, On Narrative), 121-140.
  • Richard E. Mayer (2002). Multimedia learning. Cambridge University Press.
  • Artikel: Spanjers, I.A.E., Van Gog, T., & van Merriënboer, J.J.G. (2010). A theoretical analysis of how segmentation of dynamic visualizations optimizes students’ learning. Educational Psychology Review 22(4), p. 411-423.