Interactie op afstand in online hbo-onderwijs

Interactie op afstand in online hbo-onderwijs

Vrijdag 3 april 2020 woonde ik een webinar bij, georganiseerd door Surf, het Comeniusnetwerk en het Versnellingsplan onderwijsinnovatie met ICT. Onderwerp: interactie met studenten op afstand. Nu doen we de laatste weken bijna niets anders dan afstand houden, maar hoe doe ik dat nu, zonder in de interactie afstandelijk te worden? En wat kan ik leren van experts en ervaringsdeskundigen op dit gebied?

Iwan Wopereiss neemt me kort mee in de theorie van de transactionele afstand (Moore, 1993).  Oftewel, wat weten we van de invloed van psychologische en communicatieve afstand bij afstandsonderwijs? Wanneer deze afstand te groot is kunnen er gemakkelijk misverstanden ontstaan en/of er wordt een te grote verantwoordelijkheid neergelegd bij de lerende zo stelt hij.

Maar aan welke knoppen kun je bij online interactie nu eigenlijk draaien om toch in verbinding te blijven en de interactie aan te gaan? Drie inzichten:

  1. Breng veel structuur aan; geef informatie, maak een presentatie, oefen, evalueer, discussieer, varieer, adviseer en begeleid de lerende
  2. Voer de dialoog; zorg voor een positieve sfeer, spreek waardering uit, doe dit asynchroon en synchroon, schriftelijk en mondeling, wees creatief. Vraag studenten naar hun ervaringen.
  3. Monitor de autonomie. Wat laat je studenten voorbereiden, welke supopdrachten geef je ze, hoe geef je de opdrachten vorm, wat doen studenten in wederzijdse afhankelijk?

Wat betreft de interactie maakt Iwan verder nog onderscheid tussen: student- en leerinhoud-interactie, student- en docentinteractie en student–studentinteractie. Het is belangrijk om aan al deze aspecten aandacht te besteden in je onderwijsontwerp.

Samengevat: (noodgedwongen) toegenomen afstand nemen bij interactie vraagt anders gezegd om extra toewijding van docent en student in de communicatie en om een goed doordacht ontwerp van hoe je offline- en onlinekanalen inzet.

Om de cognitieve belasting wat te doseren (ook bij mezelf) volgen hierna de tips en inzichten van de eerste twee sprekers van dit webinar. Niets ten nadele overigens van de overige sprekers Janneke Louwerse en Jolanda van Til., maar ik vond een uur al best lang. Een volledig verslag met presentaties vind je naar verwachting snel via deze link.

Greg Alpar vertelt aansluitend dat tegen je laptop praten best onwennig is in het begin. Tja, wie herkent dit niet vandaag de dag? Als tip geeft hij mee dat je aan studenten kunt vragen om reacties via de chat, al dan niet met emoticons. Hij geeft ook een aantal concrete voorbeelden mee:

  • Kleine tools gebruiken (polls, quiz, Mentimeter). Chat inzetten kan onder de 30 deelnemers volgens Greg goed, maar dat zal variëren per docent. Bij meer deelnemers is het slim om een collega mee laten doen en bijvoorbeeld de chat te modereren.
  • Voeren van groepsgesprekken: 10 groepjes van 3 studenten maken. Studenten moeten wel echt voorbereid zijn en in een veilige omgeving kunnen werken. Zorg dus voor de juiste openheid en sfeer en geschikte opdrachten. Activeer studenten, stel uitnodigende vragen en blijf positief.
  • Maak de taken zo specifiek mogelijk voordat je met groepjes aan de slag gaat. Geef ook huiswerkopdrachtje per groepje en bespreek de opdrachten klassikaal of plenair.
  • Zelfstudie: laat studenten video’s of Ted Talks bekijken als huiswerkopdracht, vergezeld van een goede vragenlijst. Bijvoorbeeld een subjectieve vraag: wat zijn je 2 favoriete momenten uit de video en waarom? En een objectieve: welke X-definitie kwam je tegen in de video?
  • Samenwerking: gebruik online platforms om samen te werken.

 

Renee Filius start met een ijsbreker: laat alle studenten een foto maken van de omgeving waar ze zitten en deel deze foto. Er zijn veel vormen van interactie mogelijk. Een voorbeeld bij student-leerinhoud interactie is: organiseer een onlinedebat, met als doel: het kritisch leren benaderen van, en de dialoog voeren over een artikel. Dit kan zowel synchroon als asynchroon (tegenwoordig weten we tenslotte allemaal wel wat het verschil hiertussen is). Stapsgewijs:

  • Maak een PRO en een CON groep (of meerdere)
  • Geef een vooraf geselecteerd artikel
  • Vat per groepje samen wat er in het artikel staat
  • Laat per groepje standpunt samenvatten in 1 alinea
  • Spreek vaste timeslots af
  • Geef een limiet aan op het aantal woorden
  • Andere studenten geven aan wat ze wel of niet goed vonden op basis van vooraf vastgestelde criteria
  • Feedback geven op elkaar
  • Afsluiter door docent

Bij student-student interactie werkt Peerfeedback nog beter als studenten de gelegenheid krijgen feedback te kunnen geven op de ontvangen feedback. Dat kan geschreven en gesproken, op afstand werkt geschreven feedback vaak beter. Voeg daar nog discussie en dialoog bij, dan krijg je eerder als resultaat dat studenten zorgvuldiger leren lezen, en dieper nadenken over inhoud en feedback. Meer leereffect!

Tenslotte geeft Renée nog haar inzichten mee over docent-student interactie.

  • Je hebt meer voorbereidingstijd nodig
  • Maak een keuze tussen synchroon en asynchroon
  • Geef specifieke instructies
  • Help studenten met planning, tijdsindicatie en deadlines
  • Noem indien mogelijk namen van studenten
  • Maak de drempel niet te hoog
  • Studenten waarderen synchroon (via MS Teams bijvoorbeeld) vooral voor de sociale aspecten
  • Inhoud liever asynchroon, via de leeromgeving (Canvas)

 

Iwan sluit af met het noemen van een mooie bron  over het verkleinen van de transactionele  afstand (Vlachopoulos & Makri, 2019) en een verwijzing naar Digiguide.

Wat interactie betreft heb ik al meekijkend en –luisterend via mijn telefoon deze tekst in concept getypt, ik las tussendoor de chatberichten en ik maakte nog een foto met mijn werktelefoon. Mooie ervaring en dank voor dit webinar. Nu ga ik offline!

Corleen Knieriem, 3 april 2020