Over het project
Over het project

Over het project

In september 2015 startte een vierjarig onderzoek naar de kenmerken en het belang van de werkalliantie tussen cliënten en professionals die werken in een (semi) gedwongen kader. Verschillende domeinen waarin sprake is van enige mate van drang of dwang werden betrokken: reclassering, schuldhulpverlening, maatschappelijke opvang, arbeidsintegratie en jeugd. Het onderzoek werd onder penvoering van Hogeschool Utrecht en in samenwerking met andere kennisinstellingen en diverse partners uit genoemde domeinen opgezet en mede mogelijk gemaakt door een subsidie van RAAK-PRO.

Aanleiding
Het idee voor dit onderzoek ontstond uit het feit dat professionals die werken in deze contexten zowel een begeleidende als ook een controlerende rol hebben. Zij ervaren dat het contact met hun cliënt onder druk komt te staan naarmate zij hun controlerende rol meer accentueren, ten koste van hun begeleidende rol. “Moet ik niet eerst een relatie hebben met iemand voordat ik kan controleren?”. “Kan ik nog wel goed contact met iemand krijgen als ik ook regels moet handhaven?” Er blijkt behoefte aan kennis over hoe je effectief contact houdt met cliënten in je gecombineerde rol van begeleiden en controleren en hoe de cliënt daarbij optimaal kan worden geactiveerd tot meer zelfregie.

Introductie concept werkalliantie en ontwikkeling werkalliantiemonitor: deelproject 1
Hiertoe introduceerde Anneke Menger in het eerste deelproject het concept werkalliantie en ontwikkelde zij de werkalliantiemonitor.

Het concept werkalliantie gaat er vanuit dat kenmerken van het contact tussen cliënten en professionals contextspecifiek zijn, dat doelen en taken centraal staan in dat contact en dat de onderlinge band tussen beide niet sterker hoeft te zijn dan nodig is voor het bereiken van de doelen. Bovendien is het begrip werkalliantie tweezijdig. Het gaat om de kwaliteit van de samenwerking tussen professional en cliënt(systeem) en het periodiek en systematisch evalueren van die kwaliteit. Dit kun je doen met behulp van de alliantiemonitor. Deze monitor bestaat uit 19 vragen voor zowel de cliënt als de professional die het duidelijkst samenhangen met positieve afronding of voortijdige uitval uit het traject. De monitorvragen zijn geformuleerd rondom drie positieve kenmerken van de werkalliantie: binding, richting & kader en vertrouwen en één negatief kenmerk: weerstand bij de cliënt wat kan leiden tot energieverlies bij de professional.

Meerwaarde gebruik monitor in reclasseringscontext: deelproject 2
In het tweede deelproject is de meerwaarde van het gebruik van de monitor als professioneel instrument in de reclasseringscontext getoetst.

Meerwaarde van gebruik van de monitor in andere contexten van drang of dwang:
deelproject 3
In het derde deelproject is de monitor aangepast (formulering, wijze van gebruik en timing binnen het traject) aan de vier verschillende domeinen: maatschappelijke opvang, arbeidsintegratie, schuldhulpverlening en jeugd. Vervolgens is de meerwaarde van het gebruik van de monitor in deze domeinen getoetst.

Analyse van de resultaten en kennisdeling binnen werkveld en onderwijs: deelproject 4
Momenteel maken we een analyse van de resultaten en starten we met een uitrol van producten naar werkveld en onderwijs. We ronden het project af met een eindcongres in september 2019.

Producten
Een aantal van de producten betreft proefschriften, publicaties en presentaties.
Anneke Menger promoveerde in september 2018 op het concept werkalliantie en de ontwikkeling van de alliantiemonitor (deelproject 1). Hieruit zijn twee nieuwe promotie-onderzoeken ontstaan: een onderzoek naar verschillende dadergroepen bij de reclassering en verschillen in werkalliantie-kenmerken door Widya de Bakker en een onderzoek naar de wijze waarop de  werkalliantie in de loop van het toezicht verandert, in samenhang met de rol van de professional door Annelies Sturm.

Het proefschrift van Anneke Menger wordt momenteel omgevormd naar een publieksversie, dat in de loop van dit jaar verschijnt. Publicaties over de deelprojecten 2 en 3 staan op stapel. Presentaties geven we op verzoek en onder meer bij het jaarlijkse reclasseringscongres.

Tevens starten we met de ontwikkeling van producten die praktisch toepasbaar zijn in het onderwijs en de praktijk. Dit doen we samen met een werkgroep waarin professionals uit de diverse domeinen vertegenwoordigd zijn.

Een van deze producten is het whiteboardfilmpje over het concept werkalliantie. Verder werken we aan een infographic met de onderzoeksresultaten, een aantal weblectures/minihoorcolleges op internet en een aantal filmpjes. Ook denken we aan een spel en de Dialogue Trainer, waarin professionals en studenten kunnen oefenen met de vier kenmerken van de werkalliantie in cliëntgesprekken.

Eerste resultaten.
Op 29 januari 2019 organiseerden we een werkconferentie waar we de eerste analyses van deelproject 4 presenteerden.

Uit de eerste analyses blijkt dat er grote verschillen zijn in contactfrequentie tussen de domeinen. Bij de reclassering bijvoorbeeld zien professionals de cliënten vaker dan bij de schuldhulpverlening. Daardoor zijn professionals bij de reclassering relatief meer in de gelegenheid om een goede of minder goede werkalliantie op te bouwen dan bij schuldhulpverlening. Dit zou consequenties kunnen hebben voor binding en stroefheid. Bij arbeidsintegratie zijn professionals in de cliëntbegeleiding gehouden aan de Participatiewet en is het ‘samen formuleren van doelen’ minder van toepassing. Deze professionals zullen wellicht meer vertrekken vanuit Richting/Kader.
Binnen alle domeinen ziet men het belang in van een goede werkalliantie. Over het nut van de werkalliantiemonitor wordt verschillend gedacht. Sommige professionals (en cliënten) vinden de monitor van toegevoegde waarde voor de samenwerking. Zij benadrukken dat het nieuwe inzichten geeft in de relatie, het mogelijkheden biedt om elkaar feedback te geven, en zaken te bespreken die anders onbesproken blijven. Anderen vinden dat de monitor niets toevoegt aan een al goed lopende samenwerking. Of de monitor zou een stroef lopende samenwerking alleen maar verslechteren. Weer anderen vonden de afname van de monitor praktisch niet haalbaar (te lang).

Bijlagen

Deelproject 1

Ontwikkelen van de alliantiemonitor.
September 2015-december 2016

Voor deelproject 1 maakten we gebruik van gegevens die verzameld zijn bij het onderzoek dat in 2011 is gestart vanuit een Raak Publiek subsidie (Bronnen van continuïteit: professionaliteit in het reclasseringsproces; september 2011-2013). Het gaat om een longitudinale studie naar de ontwikkeling van de werkalliantie tijdens een toezichttraject van de reclassering. Bij dit onderzoek hebben meer dan 250 dyades (koppels) van reclasseringswerker en cliënt vragenlijsten ingevuld, gericht op het meten van de werkalliantie en daarmee naar verwachting samenhangende constructen zoals motivatie.

Op basis van de eerste twee metingen is de concept-alliantiemonitor ontwikkeld: een verkorte vragenlijst van 20 items (Menger & Donker, 2013). Daarin zijn de vier belangrijkste kenmerken gebaseerd op deze eerste twee metingen opgenomen: relationele rechtvaardigheid, doel- en taakgerichtheid, helderheid en stroefheid/punitiviteit. Na vier metingen kon worden vastgesteld welke kenmerken van de werkalliantie relevant zijn voor het totale toezichttraject en werd de concept-alliantiemonitor aangepast naar een definitieve versie.

Deelproject 2

Toetsen meerwaarde van het gebruik van de alliantiemonitor in de reclasseringscontext.
September 2016 tot december 2017

Om inzicht te krijgen in de (meer)waarde van het gebruik van de alliantiemonitor in de beroepspraktijk van de reclassering verrichtten we een experimenteel onderzoek,waarbij een experimentele groep de monitor gebruikte en een controlegroep het toezichttraject uitvoerde zoals gebruikelijk (business as usual).
Na dit experiment stelden we een focusgroep samen van reclasseringsprofessionals, gericht op het optimaliseren van het gebruik en op het verkrijgen van een vanuit de praktijk gedragen visie op implementatie en instructie van de alliantiemonitor voor deze beroepsgroep.

Deelproject 3

Toetsen meerwaarde van het gebruik van de alliantiemonitor in vier andere domeinen.
September 2016 – September 2018

Het construct werkalliantie wordt relevant geacht voor alle professionals die met clienten werken in een context van drang en dwang. Om de alliantiemonitor geschikt te maken voor gebruik in andere domeinen en om inzicht te krijgen in de (meer)waarde daarvan werden vier onderzoeken opgezet in de volgende vier andere domeinen:

  • Schuldhulpverlening (Gemeente Tilburg en Stadsgeldbeheer Utrecht)
  • Jeugdreclassering / – bescherming (Samen Veilig Midden Nederland))
  • Arbeidstoeleiding / arbeidsintegratie (Sociale Dienst Amersfoort en Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug)
  • Begeleid wonen (De Tussenvoorziening Utrecht)

De opzet van deze onderzoeken was experimenteel conform de opzet van deelproject 2. Afwijkend daaraan is dat voorafgaand aan de vier experimenten nu een aantal noodzakelijke stappen moesten worden gezet. Doel hiervan was het voor het domein aanpassen van de terminologie in de alliantiemonitor en de vragenlijsten die gebruikt worden bij de nul- en eindmeting. Daarnaast werd ook gekeken naar de meest geschikt geachte wijze van gebruik van de alliantiemonitor in de betreffende context en keuzes ten aanzien van de timing van het experiment, passend voor wat geldt als een gemiddeld traject binnen een specifiek domein.

Deelproject 4

Synthese van wijze waarop de alliantiemonitor kan worden gebruikt en inzicht over de meerwaarde.
September 2018 – maart 2019

Tot slot zal een overkoepelende synthese worden gemaakt van de verkregen resultaten uit deelprojecten 1, 2 en 3. Hiermee wordt antwoord gegeven op de centrale vraagstelling. Een concept-synthese wordt voorgelegd aan een focusgroep, bestaande uit professionals uit de vijf onderzochte domeinen. Centraal bij deze bijeenkomst staan de mogelijkheden voor gebruik van de alliantiemonitor voor systematische cliëntfeedback in domeinen waarin professional en cliënt samenwerken in een context van drang en dwang.

Switch to English English