Over het project

Het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht werkt aan een onderzoek naar kenmerken en belang van de werkalliantie tussen cliënten en professionals die werken in een (semi) gedwongen kader. Het onderzoek bouwt voort op een afgerond longitudinaal onderzoek in het reclasseringswerk, waaruit enkele specifieke kenmerken van de werkalliantie in gedwongen kader naar voren kwamen. Dit nieuwe onderzoeksprogramma gaat over de aanpassing van het concept ‘werkalliantie in gedwongen kader’ aan vier andere drang of dwang sectoren. En over de toetsing van een daarvan afgeleid instrument voor systematische tweezijdige monitoring van de kwaliteit van de werkalliantie. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie van Raak Pro.

Hoe houd ik contact met iemand als ik ook regels moet handhaven?

De samenleving spreekt professionals in domeinen van drang en dwang aan op hun vermogen, in te grijpen als het belang van de samenleving daarom vraagt. Dat stelt hen voor prangende vragen in hun dagelijkse praktijk. Want zij ervaren dat het contact met hun cliënt onder druk komt te staan naarmate zij hun controlerende rol meer accentueren, ten koste van hun begeleidende rol. “Moet ik niet eerst een relatie hebben met iemand voordat ik kan controleren?”. “Kan ik nog wel goed contact met iemand krijgen als ik ook regels moet handhaven?” Dergelijke vragen zijn aan de orde van de dag en zij leiden tot handelingsverlegenheid in het hart van hun vak.

Werkalliantie in gedwongen kader als nieuw concept

Hoe kunnen zij effectief contact houden met hun cliënten, in hun gecombineerde rol (van begeleiden en controleren) en hoe kan daarbij de cliënt zelf optimaal worden geactiveerd tot meer zelfregie?

Het antwoord is gezocht in de ontwikkeling van een nieuwe manier van denken over relatieontwikkeling in het gedwongen kader. Uitgangspunt hierbij is het concept ‘werkalliantie in gedwongen kader’, dat om meerdere redenen tegemoet lijkt te komen aan de dilemma’s van de professionals. Het concept ‘werkalliantie’ gaat er van uit dat kenmerken van het contact tussen cliënten en professionals contextspecifiek zijn, dat doelen en taken centraal staan in dat contact en dat de onderlinge band tussen beide niet sterker hoeft te zijn dan nodig is voor het bereiken van de doelen.

Tweezijdige systematische evaluatie als succesfactor: de alliantiemonitor

Bovendien is het begrip werkalliantie per definitie tweezijdig. Het gaat om de kwaliteit van de samenwerking tussen professional en cliënt(systeem) en die kwaliteit dienen zij periodiek en systematisch te evalueren, vanuit het perspectief van zowel de cliënt als de professional. Hiertoe is, als resultaat van het onlangs afgeronde onderzoek bij de reclassering, een zogenaamde alliantiemonitor ontwikkeld. Deze monitor bestaat uit 20 vragen voor zowel cliënt als werker en het zijn die vragen die, blijkens het onderzoek bij de reclassering, het duidelijkste samenhangen met positieve afronding of negatieve voortijdige uitval uit het toezicht. Tijdens het Raak Pro onderzoek wordt deze monitor aangepast aan vier verschillende contexten, waarna de waardering en het effect van gebruik ervan wordt getoetst.

 

Duur en fasering van het onderzoek.