Werkgroep 3 Game effect

Werkpakket 3: Game effect

In dit werkpakket wordt de in werkpakket 1 en 2 ontwikkelde kennis over selectie van geschikte games en het optimaliseren van de communicatie en interactie toegepast bij het ontwikkelen van een interventie gericht op het bevorderen van woordbegrip. In dit werkpakket wordt het effect van de logopedische behandeling met tabletgames vergeleken met het effect dat wordt behaald met traditioneel material.

Probleemstelling

Dit (deel)onderzoek geeft een antwoord op de vraag: Wat is het effect van het samen spelen met tabletgames op de taalvaardigheid van kinderen met een taalontwikkelingsstoornis, vergeleken met het spelen met traditioneel materiaal?

Deelvraag

  1. Hoeveel nieuwe woorden leren kinderen van 3 tot 5 jaar met taalontwikkelingsstoornis begrijpen tijdens logopedische behandeling met een tabletgame, vergeleken met traditioneel materiaal?

De verwachting is dat kinderen zowel met gebruik van traditioneel materiaal als bij gebruik van tabletgames tijdens de logopedie nieuwe woorden leren en dat er geen verschil is in het aantal woorden dat kinderen leren in de beide condities.

Methode De effectstudie wordt uitgevoerd met een Randomised Controlled Trial, waarin 80 kinderen met een taalontwikkelingsstoornis op basis van informed consent deelnemen. De te includeren kinderen zijn 3 en 4 jaar, hebben een beneden gemiddeld taalbegrip en/of taalproductie en een normale intelligentie. De kinderen worden random ingedeeld in de experimentele conditie met tabletgames en de controleconditie met traditioneel materiaal. Binnen het consortium is expertise aanwezig op het gebied van onderzoek naar effect van woordenschatinterventies. Daarom wordt ook in deze studie gekozen voor woordleren als uitkomstmaat. Woordenschat heeft een positieve correlatie met schoolsucces (Muter, Hulme, Snowling, & Stevenson, 2004) en wordt vaak door logopedisten behandeld. Woorden leren begrijpen (passieve woordenschat) is een eenvoudiger taak die kinderen na gemiddeld minder blootstellingen beheersen dan woorden leren zeggen (actieve woordenschat) (Fong Kan & Windsor, 2010). Om deelnemende kinderen niet onnodig te belasten wordt daarom in deze RCT gekozen voor passieve woordkennis als uitkomstmaat. Dit wordt gemeten met een woordenschattaak waar het kind het juiste plaatje aanwijst bij een gesproken woord. Voorafgaand aan de studie wordt het project voorgelegd aan de Medisch Ethische Screeningscommissie van de FG.

De interventie wordt uitgevoerd door 20 logopedisten uit het consortium. De logopedisten krijgen twee weken voorafgaand aan de interventie een training over het uitvoeren van het behandelprotocol. Kinderen in de experimentele groep spelen gedurende 12 sessies van 10 minuten met een tabletgame. De kinderen in de controlegroep spelen gedurende 12 sessies van 10 minuten met traditioneel materiaal. De 12 sessies worden gedurende maximaal 8 weken aangeboden. In beide condities worden 20 doelwoorden aangeleerd. De woorden worden geselecteerd op de manier die wordt beschreven in Cohen Tervaert et al (2015). De doelwoorden passen bij het ontwikkelingsniveau en de belevingswereld van kinderen van 3 en 4 jaar. De woorden zijn zodanig geselecteerd, dat de meeste jonge kinderen ze nog niet kennen en dat ze zowel tijdens het spelen met de tabletgame als tijdens het spelen met traditioneel materiaal vaak aangeboden kunnen worden. Er worden 20 op moeilijkheidsniveau gematchte controlewoorden gekozen, om te controleren voor natuurlijke groei in woordenschat.

Voorafgaand aan (baseline meting T0), direct na afloop van de behandelperiode (posttest meting T1), en 4 weken na de laatste behandeling (posttest meting T2) wordt een woordenschattaak afgenomen. Hierin wordt het begrip van 20 doelwoorden en de 20 op moeilijkheid gematchte controlewoorden getest. Deze woordenschattaak wordt afgenomen door een onafhankelijk onderzoeker die weet niet in welke conditie het kind zit. In deze studie wordt de leerwinst (aantal nieuw begrepen woorden) van T0 naar T1, en van T1 naar T2 vergeleken tussen de twee condities, door middel van een repeated measures ANOVA. De verwachting is dat in beide condities evenveel doelwoorden worden geleerd. Door leerwinst op de controlewoorden te analyseren kan worden gecontroleerd voor natuurlijke groei in de woordkennis. De verwachting is dat in beide condities meer doel- dan controlewoorden worden geleerd.

Eindproduct werkpakket 3

Dit werkpakket levert inzicht in de werkzaamheid van tabletgames in behandeling. Hiermee kunnen logopedisten een onderbouwde keuze maken voor het al dan niet gebruiken van tabletgames in hun behandelingen.