Internationale vrouwendag 2022: Genderbalans op de werkvloer en in de klas

Internationale vrouwendag 2022: Genderbalans op de werkvloer en in de klas

Dinsdag 8 maart jl. was het zover. In het kader van het Internationale Vrouwendag kwam het netwerk Diversiteit & Inclusie samen met studenten en medewerkers bijeen om tijdens een hybride evenement het gesprek aan te gaan over genderbalans op de werkvloer en in de klas.

Jan Bogerd, voorzitter van het College van Bestuur, sprak de aanwezigen toe vanuit zijn rol als vader van dochters. Gezien de huidige situatie in Oekraïne en Rusland, verwees hij naar de traditie van vrouwendag in deze landen waarbij vrouwen bloemen krijgen uit waardering en solidariteit.

9M7A2319 Diversity Officer, Elena Valbusa (links) en Voorzitter van het College van Bestuur, Jan Bogerd (rechts)

Hoe begon het allemaal?

Maar hoe is het allemaal begonnen? En waarom wordt dit feestdag over de hele wereld gevierd? Jan Bogerd zette wat feiten op een rijtje tijdens de introductie van het evenement: “Op 8 maart 1908 gingen zo’n 15.000 vrouwen uit de textielindustrie in New York in staking tegen de slechte arbeidsomstandigheden. De staking werd bekend als “Brood en Rozen” door de poëtisch verwoorde eis.

De beweging zette zich voort naar Europa waar vrouwen begonnen te vechten voor hun kies- en arbeidsrechten. In 1910, tijdens de Internationale Vrouwenconferentie in Copenhagen, kwam het voorstel om 8 maart uit te roepen tot Internationale Vrouwendag. Dit werd in 1912 in Nederland voor het eerst gevierd. Pas in 1978 werd Internationale Vrouwendag erkend door de Verenigde Naties. Ondanks de lange geschiedenis blijft 8 maart nog altijd in het teken staan van de strijdbaarheid en solidariteit van vrouwen over de hele wereld. Tot de dag van vandaag is er sprake van geweld, onderdrukking, slechte arbeidspositie en vrouwenhandel, dit allemaal natuurlijk ten koste van vrouwen overal”.

Hoe zit het nou op de Hogeschool Utrecht?

Jan Bogerd vertelde vervolgens dat liefst 63% van de werknemers van Hogeschool Utrecht zich als vrouw identificeert. Hij vroeg vervolgens aandacht voor onder andere gelijke betaling en gelijke kansen voor bestaande functies. “De rol van HU als onderwijsinstelling is een pedagogische taak naar de samenleving toe. Hierdoor is de hogeschool verantwoordelijk voor het helpen van studenten ongeacht diens gender. De hogeschool dient het voortouw te nemen door voorbeeld te geven aan het bedrijfsleven over hoe het zou moeten zijn wanneer het gaat over genderbalans”.

9M7A2374 Keynotespreekster Rosie Zheng (links)

Dubbelzinnige complimenten

De keynotespreekster van de dag was Rosie Zheng, winnares ECHO STEM Award 2021 voor bèta en technieken. Zij begon na het gymnasium haar studieloopbaan met de Bachelor Psychologie. Rosie had eigenlijk een voorkeur voor kunstmatige intelligentie maar het was door het maatschappelijke profiel op de middelbare school lastig om toegelaten te worden. Uiteindelijk heeft zij toch haar hart gevolgd en is zij overgestapt naar Bachelor Kunstmatige Intelligentie.

Rosie gaf aan dat zij het merkwaardige vond dat de reactie van mensen over haar studie veranderde. Terwijl de reacties op haar bachelor psychologie neutraal waren, kreeg zij dubbelzinnige complimenten over haar keuze voor kunstmatige intelligentie. Dingen als “wat knap dat jij dit kan studeren” voelden voor haar niet als een compliment omdat daarmee indirect gesuggereerd zou worden dat een vrouw in eerste instantie niet capabel zou zijn om een dergelijke studie te doen. Zij vroeg zich dan ook af of haar mannelijke studentcollega’s ook zulke complimenten kregen voor hun studiekeuze. Met haar psychologie achtergrond, begon de vraag te groeien naar waar de genderbias dan vandaan kwam.

Genderbias

Genderbias gaat over specifieke competenties die enkel toegewezen worden naar een persoon op basis van diens gender. Dit brengt problemen met zich mee voor de desbetreffende persoon als die afwijkt van de gestelde normen. Als ervaringsdeskundige introduceerde Rosie een aantal factoren die invloed hebben hierop. Het begint allemaal, aldus Rosie, vanaf de kindertijd waarbij bepaalde speelgoed, kleuren en kleding aangeboden wordt aan kinderen op basis van hun fysieke gender. Ouders en gebrek aan rolmodellen spelen hierbij een cruciale rol.

In het onderstaande filmpje wordt de vorming van genderbias in de kindertijd gedemonstreerd.

Cijfers en oorzaken

De kindertijd vormt het referentiekader waarbij de individu keuzes maakt die uiteindelijk ook invloed hebben op de vooropleiding. Zo ging Rosie in op een aantal veelzeggende cijfers over de verdeling van bèta, techniek en IT. Terwijl op primair onderwijs de gender verdeling 50% is, gaat dit naar 37% op de exacte profielen in het voortgezet onderwijs. Dit dunt uit bij technische studies naar slechts 25% vrouwen met uiteindelijk maar 14% vrouwen op de arbeidsmarkt in deze sectoren. Volgens Rosie zijn er voornamelijk drie oorzaken hiervoor, namelijk; omgeving, beroepsbeeld en zelfbeeld. Invloeden van familie, vrienden en onderwijs zorgen voor demotivatie bij jonge vrouwen om te kiezen voor een technische sector. Daarbij ontmoedigt het beroepsbeeld door stereotypen dat de technische sector met zich meebrengt vele vrouwen omdat zij zichzelf niet kunnen identificeren met die stereotypen. Tot slot, het zelfbeeld, welk gevoed is door de genderbias in de kindertijd, zorgt ervoor dat vrouwen zichzelf onderschatten.

Wat kun je doen?

Ondanks het bovengenoemde is Rosie optimistisch over de toekomst en gaf zij drie tips mee:

  • Stimuleer meisjes en vrouwen in de tech
  • Verdiep jezelf in biases en kijk of je anderen en jezelf hierin kan corrigeren
  • Zeg wat je tegen een meisje zegt ook tegen een jongen en andersom
9M7A2320 Paneldiscussie

Paneldiscussie

Docent Technisch Informatica aan de HU, Gera Pronk, belichtte haar positie als vrouw in een technische wereld. Zij werd vaak gevraagd om mee te doen met zogenaamde “vrouwenclubs” omdat zij als vrouw iets “mannelijks” beoefende. Zij vond dit lastig omdat zij juist als vrouw niet wilde opvallen en bij de mannen wilde horen. Volgens Gera Pronk omvat diversiteit en inclusie zoveel meer dan alleen gender.

Bregje Pieters van de Technische opleiding vond het vanuit haar rol als moeder van een meisje en jongen juist belangrijk om bewust te zijn van de verschillen tussen het gender door deze te herkennen en te erkennen. Hierdoor kan er beter ingespeeld worden op de behoefde van het kind. Ook zij heeft uit persoonlijke ervaring gezien hoe het primaire onderwijs tekortschiet in het aanbieden van nodige materialen. Zo ziet Bregje dat er altijd genoeg knutselmateriaal wordt aangeboden en dat er veel minder aanbod is in techniek.

“We willen niet minder mannen, we willen veel meer vrouwen”. – aldus Regine Kruijsdijk van het Instituut ICT van de HU. Die groeide op in een vrouwengezin en haar vader moedigde haar aan en ze kreeg technisch lego op haar verjaardag. Desondanks de ontmoediging door haar docent op de middelbare school ging Regine er toch voor om haar passie te volgen. Zij benadrukte het belang van de band tussen vrouwen onderling in een mannenwereld omdat het juist steun biedt. Hiervoor is er een netwerk voor vrouwen bij het Instituut ICT en worden er cursussen aangeboden voor meisjes om programmeervaardigheden te bevorderen.

9M7A2415

Hetzelfde dilemma wordt andersom natuurlijk ook ervaren. Studenten Social Work, Idris in ’t Hof en Joram van Velzen, zijn twee van de weinig mannen bij de opleiding. Als afstudeeropdracht onderzoeken zij de genderrollen in de hulpverlening. Volgens hen worden er geen gesprekken gevoerd over de genderbalans bij hun opleiding. Sommige mannen vinden het ongemakkelijk om een mening te geven over vrouwenkwesties. Voor beide mannen heerst er een grote vraag, namelijk; hoe kan je je goed verhouden tot een gezonde mannelijkheid en toch het gesprek aangaan? Zij vinden dat er tevens gefocust moet worden op nieuwe gezonde mannelijke rolmodellen. Het boek van Martine Delfos, De schoonheid van verschil, benadrukt dan ook dat het niet erg is om te verschillen zolang er kwaliteit ingezien en ingezet wordt.

Uiteindelijk was het panel met elkaar over eens dat er gefocust dient te worden op het verlagen van drempels en zorgen voor toegankelijkheid zodat toetreden makkelijk wordt ongeacht de genderidentiteit. Elena Valbusa sloot af met een samenvatting en de conclusie dat er nog veel werk aan de winkel is. Vandaar het belang om met elkaar in dialoog te blijven.

Interessant?

Als jij ook deel wilt nemen aan dergelijke gesprekken, hou dan vooral de website van het netwerk in de gaten. Heb jij aansluitend dit onderwerp relevante literatuur, onderzoek of tips? Deel dat dan met ons via info.di@hu.nl

enEnglish