Theorie Schriftelijke Activiteiten

Schrijven

Omschrijving De leerling gebruikt bij het schrijven productief (vak)begrippen en redeneert vakmatig.
Toelichting Het ontwikkelen van schrijfvaardigheid houdt in het leren kennen en hanteren van het schrijfproces als een bestaande uit schrijfvoorbereiding (verzamelen, selecteren, ordenen), uitschrijven en reviseren. Reviseren wil zeggen het herschrijven van teksten op basis van commentaar door docenten en/of leerlingen.

De leerling moet diverse tekstsoorten kunnen schrijven, die elk hun eigen structuur en tekstdoel kennen. Dit geldt ook voor vakspecifieke teksten (genres).

De schrijver moet voor elke tekst tekstsoort en schrijfdoel bepalen, teksten hebben verschillende doelen. De schrijver kan de lezer willen informeren (bijv. een handleiding bij een techniekontwerp) of de lezer willen overtuigen (een betoog over het wel of niet gebruiken van proefdieren). De schrijver kan de lezer willen amuseren (een verhaal) of willen activeren (een pamflet over het schoolplein dat nodig aan een opknapbeurt toe is). Verder kan de schrijven vooral beogen contact te willen leggen of onderhouden (persoonlijke brief, sms).

Bij het schrijven van alle soorten teksten kun je schrijfstrategieën inzetten. Schrijven is moeilijk. Het vergt een aantal capaciteiten tegelijkertijd. Er zijn strategieën die leerlingen helpen op ideeën te komen of hobbels (blokkades) weg te werken. Voorbeelden zijn: de wat-ik-eigenlijk-bedoel-strategie (praten over tekst en schrijven), de berustingsstrategie (als je vastloopt niet met dat fragment door gaan maar meteen met ander deel van je tekst beginnen), vragen stellen (wie, wat, waarom, wanneer, hoe, ….), brainstormen, perspectiefwisseling (hoe heeft een ander ‘het gezien’?).

 

In het Referentiekader Taal worden de volgende niveaus onderscheiden:
1. (po) De leerling kan korte, eenvoudige teksten schrijven over alledaagse onderwerpen of over onderwerpen uit de leefwereld.
2. (vmbo) De leerling kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige lineaire opbouw, over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
3. (havo) De leerling kan gedetailleerde teksten schrijven over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard, waarin informatie en argumenten uit verschillende bronnen bijeengevoegd en beoordeeld worden.
4. (vwo) De leerling kan goed gestructureerde teksten schrijven over allerlei onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Hij kan relevante kwesties benadrukken, standpunten uitgebreid uitwerken en deze ondersteunen met redenen en voorbeelden.

Zie ook lezentekstsoortensprekenReferentiekader Taal