Theorie Schriftelijke Activiteiten

Verschillen in schriftelijke vaardigheden

Omschrijving De invloed van de taalachtergrond op de schriftelijke vaardigheden van leerlingen.
Toelichting In onze samenleving worden verschillende talen gesproken en geschreven. Naast het Algemeen Nederlands (AN) zien we regionale variatie (dialecten), spreken sociale groepen hun eigen taal (straattaal, dokterstaal) en komen er veel migrantentalen voor (Turks, Pools enzovoort). In principe is elke leerling door contact met meerdere talen dan ook meertalig, waarbij hij de ene taal(variëteit) in sommige situaties beter beheerst dan de andere.
De geletterdheid van milieus verschilt: in sommige  huishoudens komen drie kranten per dag binnen, in andere alleen het buurtsuffertje. Hoe er gesproken wordt  aan de keukentafel sluit voor sommige kinderen beter aan bij de manier van praten en schrijven op school dan bij andere.In hun dagelijkse omgang met familie en vrienden gebruiken leerlingen Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid (DAT), geschikt voor het uitwisselen van concrete informatie en ervaringen. Maar om op school bij de verschillende vakken mee te kunnen doen, moeten zij beschikken over een meer abstracte schooltaal (Cognitief Academische Taalvaardigheid: CAT). De school heeft een grote taak in de taalontwikkeling  van kinderen bij wie thuis op een weinig schoolse  manier wordt gesproken en voor wie daardoor de stap naar schoolse teksten lezen en schrijven extra groot is.

Een belangrijk kenmerk van CAT is dat het formeel is en vaak schriftelijk, in tegenstelling tot het informele en overwegend mondelinge DAT. Beheersing van CAT hangt met andere woorden nauw samen de ‘functionele geletterdheid’ van leerlingen: kunnen ze een spoorboekje gebruiken, een handleiding lezen, de ondertiteling op de televisie begrijpen? En voor de schoolsituatie gaat het dan om vragen naar schoolse functionele geletterdheid: kunnen ze de teksten in de lesmethode lezen, een antwoord op een vraag opschrijven, een werkstuk maken?
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 10% van de leerlingen bij het verlaten van de basisschool onvoldoende gemotiveerd is om te lezen en schrijven, en dat ze deze vaardigheden ook onvoldoende beheersen. Zij lopen het risico om functioneel analfabeet te worden. Voor deze leerlingen is een extra inspanning op het gebied van het overwegend schriftelijke CAT nodig.

Zie ook taalvariatiemeertaligheidschool- en vaktaalomgaan met verschillen in schriftelijke vaardigheden.
Praktijkvoorbeeld  Schriftelijke activiteiten: