Leeruitkomst formuleren

In een leeruitkomst zijn minimaal drie componenten opgenomen:

  • een gedragscomponent: wat moet de studenten doen/laten zien. Hiervoor gebruik je een werkwoord (bijvoorbeeld uit de taxonomie van Bloom, De Block, Biggs (SOLO), Krathwohl, Romiszowski of Miller)
  • een inhoudscomponent: ten aanzien van welk onderwerp wordt de handeling uitgevoerd (het wat)
  • voorwaarden/context waarin (het hoe); met behulp van…, in samenwerking met…., in overleg met…, vanuit deze theorieën…
  • soms ook prestatie en hulpmiddelen

Voorbeelden van toetsbare leeruitkomsten:

“De student vertoont gedrag A, met betrekking tot inhoud B onder voorwaarden C, waarbij hulpmiddelen D worden gehanteerd wat leidt tot prestatie E.”

“Behandelt brandwondenslachtoffers volgens de EHBO-richtlijnen (gedrag) (inhoud) (context).”

Voor het formuleren wordt vaak gebruik gemaakt van de Tuning-systematiek. Met de pilot flexibilisering is ligt de formulering vaak op een hoger abstractie niveau:

“De student herkent de factoren die belangrijk zijn bij gezondheidsinstandhouding gedurende de levensloop en kan deze verantwoord toepassen bij het analyseren van het risico op gezondheidsproblemen. De student integreert preventieve en zelfmanagement ondersteunende maatregelen bij het bepalen en verlenen van verpleegkundige ADL zorg.”

De mate van detaillering is afhankelijk van diverse factoren zoals toetsniveau of cursusniveau, het curriculum ontwerp, ed.