Rollen toetsproces

Voor het leveren en borgen van toetskwaliteit zijn verschillende actoren verantwoordelijk; ieder met hun eigen rollen. In onderstaand schema zijn de verschillende actoren met hun verantwoordelijkheden opgenomen.

Leveren van toetskwaliteit
Opleidingsmanagement Is eindverantwoordelijk voor:

a.      het inrichten van een passende toetsorganisatie en het zorgdragen voor toetsbekwame examinatoren als randvoorwaarden (BKE en SKE kwalificatie);

b.      de kwaliteit van het toetsbeleid van de opleiding, het toetsprogramma en de toetscycli voor de toetsen met toetsvragen of toetsopdrachten;

c.      het evalueren en verbeteren van de geleverde toetskwaliteit (PDCA-cyclus);

d.      het aansturen en faciliteren van de examinatoren en toetsexpertgroep

 

Toetsexpertgroep Facultatief.

De toetsexpertgroep kan het management ondersteunen door:

a.      onderzoek te doen naar de geleverde toetskwaliteit, bijvoorbeeld door het analyseren van de toetsevaluaties, uitgevoerd door examinatoren;

b.      het opstellen van verbeterplannen voor het toetsen en beoordelen (kwaliteitszorg op alle vier de lagen uit de piramide voor toetskwaliteit (figuur 2.3) en randvoorwaarden;

c.      het werken aan de toetsbekwaamheid van examinatoren via planmatige deskundigheidsbevordering/scholing;

d.      het management te adviseren over de beleidsmatige aspecten ten aanzien van het leveren van toetskwaliteit.

SKE-gekwalificeerde examinatoren a.      het (mede)ontwikkelen en vertalen van toetsbeleid op tactisch en operationeel niveau (zie ook inleiding hoofdstuk 3 en paragraaf 3.1);

b.      het ontwikkelen van een toetsprogramma dat aansluit op het toetsbeleid van de opleiding;

c.      het begeleiden van BKE-gekwalificeerde examinatoren in het maken van toetsen, toetsvragen en toetsopdrachten op basis van het toetsprogramma en volgens de toetscyclus;

d.      het uitvoeren van dezelfde werkzaamheden als de BKE-gekwalificeerde examinatoren.

BKE-gekwalificeerde examinatoren a.      het ontwikkelen van toetsen, toetsvragen en toetsopdrachten;

b.      het evalueren van toetsen, toetsvragen en toetsopdrachten en deze verbeteren in samenwerking met SKE-gekwalificeerde examinatoren.

Borgen van toetskwaliteit
Examencommissie a.      adviseren in de ontwikkeling van het toetsbeleid;

b.      verantwoordelijk voor de borging van het toetsbeleid, met in het verlengde daarvan het toetsprogramma, de toetsen, toetsvragen en toetsopdrachten, en met toetsorganisatie en toetsbekwaamheid examinatoren als randvoorwaarden;

c.      verantwoordelijk voor het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de onderwijs- en examenregeling, om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen;

d.      bewaken van de juiste uitvoering van het toetsbeleid en knelpunten signaleren op dit gebied;

e.      jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan het instellingsbestuur/instellingsdirectie;

f.       aanwijzen van examinatoren die zijn voorgedragen door het opleidingsmanagement;

g.      toezicht houden op de kwaliteit van het afnemen van toetsen.

Instellingsbestuur/instituutsdirectie a.      is eindverantwoordelijk voor het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie, maar kan hiervoor de instituutsdirecteur mandateren;

b.      is verantwoordelijk voor ontwikkeling en aanwezigheid van toetsbeleid en stelt dit vast;

c.      is verantwoordelijk voor de facilitering van uitvoering van het toetsbeleid;

d.      is verantwoordelijk voor het onafhankelijk functioneren van de examencommissie;

e.      benoemt voorzitter en leden van de examencommissie;

f.       en benoemt leden van een (eventuele) toetscommissie.

Toetscommissie Een onderwijsorganisatieonderdeel kan er voor kiezen een toetscommissie in te stellen, maar dit is geen vereiste.