De leraarondersteuner (in opleiding) focust zich in zijn werkzaamheden op het geven van instructies en het ontwerpen/begeleiden van activiteiten gericht op de basisvaardigheden rekenen, taal, digitale geletterdheid en burgerschap. Ze ontwikkelen daarvoor de pedagogische en didactische kennis en vaardigheden zoals deze staan beschreven in de kennisbases PABO van onderwijskunde & pedagogiek, rekenen, taal, digitale geletterdheid en burgerschap.
De leraarondersteuner gaat uit van inclusie en stemt zijn werkzaamheden af op de diversiteit en omgeving van alle leerlingen. De leraarondersteuner werkt daarbij met individuele leerlingen, groepjes leerlingen of een (deel)groep op één niveau. Tijdens de opleiding lopen de studenten stage in het (gespecialiseerd) basisonderwijs en werken ze toe naar de verantwoordelijkheid voor de (deel)groepen die ze gedurende een blok/periode begeleiden waarbij ze gestructureerd, handelingsgericht werken en verantwoording afleggen aan de groepsleraar.
De leraarondersteuner kan afhankelijk van het onderwijstype waarin hij werkzaam is, in het regulier primair onderwijs (po) of speciaal basisonderwijs (sbo), de hieronder beschreven rollen of taken op zich nemen:
Instructeur van onderwijs in basisvaardigheden:
- Onderwijs (klassikaal of in deelgroepen) verzorgen voor dagen/dagdelen;
- Zelfstandig onderwijs verzorgen met inzet van ICT-digitale middelen aan (deel)groepen; onderwijs voorbereiden en verlengde instructie geven. Kern is didactisch handelen en effectieve instructie vanuit de vakdidactiek van taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid.
- Differentiëren en afstemmen op verschillen, rekening houdend met onderwijs- en opvoedingsbehoeften van (individuele) leerlingen.
- Toetsen opstellen, afnemen en beoordelen.
Didactisch begeleider van onderwijs in relatie tot de omgeving van de leerling:
- Groepsprocessen begeleiden gericht op burgerschap en inclusie;
- Begeleiden van zelfstandig werken gericht op studievaardigheden;
- Omgaan met (individuele) gedragingen die het groepsproces beïnvloeden;
- Omgaan met specifieke onderwijsbehoeften bij (individuele) kinderen;
- Evalueren van gegeven activiteiten en hieraan een vervolg geven;
- Digitale middelen adequaat kunnen inzetten in het onderwijs.
Organisator van onderwijssituaties
- Bijdragen aan het organiseren van activiteiten die groepsprocessen bevorderen;
- Bijdragen aan het vormgeven van differentiatie op het gebied van de basisvaardigheden;
- Bijdragen aan het uitwerken van thema’s en voorbereiden in taal/rekenen/burgerschap en digitale geletterdheid – activiteiten.
Afhankelijk van het onderwijstype waarbinnen de professional werkzaam is (PO, S(V)O, VO, MBO) zullen bovenstaande rollen en taken verschillend vorm krijgen.