De opleiding is zo opgebouwd dat de student gedurende de opleiding meegroeit in kennis en vaardigheden over de ontwikkeling van kinderen van onderbouw > middenbouw > bovenbouw. De student leert de theorie (didactiek/leerlijnen en pedagogiek) van alle basisvaardigheden waarbij de kennisbases pabo van onderwijskunde & pedagogiek, taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap centraal staan.
Tijdens de stages oefent de student alle taken en rollen (zie ook beroepsprofiel) in een reële beroepscontext; elke periode staat er een hele taak centraal waarin een deel van de taken en rollen van de leraarondersteuner verwerkt zijn. Om zich deze taken en rollen eigen te maken, voert de student per dag 1 à 2 (meer mag) praktijkactiviteiten uit.
- Opleidingsactiviteiten sluiten aan bij de hele taak van de periode. In het uitklapmenu hieronder is per semester kort aangegeven welke opdrachten de student op stage uit moet voeren. In de stagehandleiding staan de opleidingsactiviteiten meer uitgebreid omschreven.
- Stageactiviteiten spreekt de student samen met de praktijkopleider af. Hierbij is er overleg over de groepsgrootte en wensen/voorkeuren vanuit student en vanuit school. Bijvoorbeeld het wekelijks begeleiden van een vast groepje op woordenschatontwikkeling in een klas met nieuwkomers, of het geven van een dansles door een student die ook in zijn vrije tijd dansles geeft.