Wil jij als toekomstig fysiotherapeut of oefentherapeut beter begrijpen waarom patiënten bewegen zoals ze bewegen? En wil je leren hoe je bij het analyseren en behandelen van complexe klachten bewuste en goed onderbouwde keuzes maakt?
In deze minor verdiep je je in de beweegzorg bij musculoskeletale klachten van de halswervelkolom en de bovenste extremiteit. Je leert klachten benaderen vanuit beweeggedrag, functioneren en context, met een stevige anatomische- en biomechanische basis. Deze brede klinische blik helpt je om ook bij complexe casuïstiek gestructureerd te redeneren en je handelen te verantwoorden — richting patiënt, stagebegeleider en toekomstige collega’s.
Tijdens de minor ontwikkel je je niet alleen als zorgverlener, maar ook als kritische en reflectieve professional. Je werkt met authentieke klinische casuïstiek, uniek beeldmateriaal van anatomie en kinematica, en leert van en samen met experts uit ons klinisch netwerk. Daarnaast versterk je je academische vaardigheden: je leert wetenschappelijke literatuur kritisch beoordelen én praktisch toepassen, en reflecteert op je professionele rol en identiteit binnen de beweegzorg.
Naast praktijkgericht klassikaal onderwijs werk je in kleine leerteams aan een onderzoeksproject rondom actuele vraagstukken uit het werkveld. Dit onderzoek is geen theoretische oefening, maar levert inzichten op die direct relevant zijn voor de klinische praktijk.
Deze minor is bij uitstek interessant voor studenten die merken dat standaard verklaringen en interventies niet altijd volstaan en die willen groeien van ‘behandelen’ naar professioneel onderbouwd klinisch redeneren. De kennis en vaardigheden die je opdoet zijn bovendien breed toepasbaar bij musculoskeletale klachten van het hele lichaam, en vormen daarmee een stevige basis voor je stage, afstuderen en start in de beroepspraktijk.
Toelating
Deze minor is toegankelijk voor zowel voltijd- als deeltijdstudenten van de bacheloropleidingen Fysiotherapie en Oefentherapie Cesar.
De examencommissie van je opleiding stelt van tevoren vast welke HU-minoren geen hbo-niveau en/of een onacceptabele overlap hebben met het verplichte curriculum van je opleiding. Check op de pagina Niet toegestane minoren onder jouw instituut of er minoren zijn die je niet mag volgen.
Inhoud
De minor is opgebouwd uit vier samenhangende thema’s die gedurende de cursus continu met elkaar zijn verweven. In elk thema staat het toepassen van kennis in betekenisvolle en realistische contexten centraal, zodat je leert schakelen tussen theorie, praktijk, reflectie en onderzoek.
- Conceptueel & praktisch themaonderwijs
Binnen dit leerthema verdiep je je in fundamentele kennis zoals anatomie, biomechanica, pathologie en fysiologie, en leer je deze kennis functioneel toepassen in klinische situaties. De nadruk ligt daarbij op wat er in het lichaam gebeurt en hoe deze kennis richting geeft aan klinische keuzes en vaardigheden. Je ontwikkelt praktische vaardigheden en leert deze te verbinden aan onderliggende concepten, zodat handelen altijd inhoudelijk onderbouwd en contextgevoelig is. - Klinisch thema-onderwijs
In het klinisch thema-onderwijs staat het klinisch redeneren een handelen centraal. Het vindt voornamelijk plaats bij externe klinische partnerinstellingen. Je leert accuraat evidence-informed te handelen door wetenschappelijke kennis, klinische expertise en de waarden en betekenisgeving van de patiënt met elkaar te integreren. Diagnostiek, indicatiestelling en interventiekeuze oefen je binnen realistische casuïstiek, waarbij expliciet aandacht is voor complexiteit, variatie tussen individuen en het maken van beargumenteerde keuzes in een dynamische, klinische setting. - Wetenschappelijk themaonderwijs
Dit leerthema richt zich op het ontwikkelen van een academische en onderzoekende houding. Door het uitvoeren van een kleinschalig onderzoek ervaar je hoe wetenschappelijke inzichten tot stand komen en hoe onderzoek kan bijdragen aan het begrijpen en verbeteren van klinisch handelen, zonder de complexiteit van de praktijk te reduceren. Je leert daarbij kritisch kijken naar bestaande kennis, aannames en richtlijnen, en vertaalt praktijkvragen naar onderzoekbare vragen. - Themaonderwijs professionele identiteitsontwikkeling
In het ontwikkelingsgericht themaonderwijs staat jouw professionele en persoonlijke ontwikkeling van centraal. Je reflecteert op je eigen handelen, waarden en overtuigingen, en onderzoekt hoe deze van invloed zijn op klinische besluitvorming. Thema’s als professionele identiteit, ethische vraagstukken en moreel beraad krijgen expliciet aandacht, zodat je leert omgaan met onzekerheid, verantwoordelijkheid en de morele dimensie van zorgverlening.
Leeruitkomsten
Na afronding van deze minor ben je in staat om:
- Klinisch onderbouwd te handelen bij patiënten met musculoskeletale klachten, met aandacht voor wetenschap, context en ethiek.
- Effectief, empathisch en doelgericht te communiceren met patiënten, hun naasten en professionals binnen de beweegzorg.
- Constructief deel te nemen aan interprofessionele en multidisciplinaire zorg rondom de patiënt en daarin een samenwerkende rol vervullen.
- Het eigen professioneel handelen kritisch te evalueren en accuraat aan te passen op basis van zelfevaluatie, feedback en geldende professionele normen.
- Wetenschappelijke evidentie en kritisch denken toe te passen om bij te dragen aan kwaliteitsverbetering van de beweegzorg.
- Herstel, participatie en duurzame gezondheid van patiënten te ondersteunen vanuit een gezondheid bevorderend perspectief.
De leeruitkomsten zijn afgestemd op bachelor-niveau (EKK 6) en gebaseerd op de CanMEDS-rollen, waaronder Zorgverlener, Communicator, Samenwerker, Reflectieve professional, Innovatieve professional en Gezondheidsbevorderaar.
Cursussen
De minor bestaat uit twee samenhangende blokken van elk tien weken met de volgende inhoud:
In blok 1 (10EC) ligt de focus voornamelijk op indicatiestelling. Je leert hoe je tot een diagnose en indicatiestelling komt en hoe je keuzes maakt op basis van wetenschappelijke inzichten, klinische expertise en professionele, ethische afwegingen. Daarbij ontwikkel je het vermogen om om te gaan met zekerheid en onzekerheid in je klinisch handelen en leer je helder te verwoorden waarom je iets (niet) doet. Dit blok wordt afgesloten met een kennistoets en een vaardigheidstoets.
Blok 2 (20EC) bouwt inhoudelijk voort op blok 1. De focus verschuift nu meer naar het ontwerpen en uitvoeren van beweegzorginterventies. Je leert interventies afstemmen op de cliënt en diens context en ontwikkelt verfijning in je klinisch handelen. Dit blok wordt afgesloten met een vaardigheidstoets en een projecttoets.
Toetsing
Elk blok wordt afgesloten met afzonderlijke toetsen:
Blok 1:
- Kennistoets (5 EC) – Individuele, digitale toets (TestVision) gericht op theoretische kennis.
- Praktijktoets 1 (5 EC) – Individuele toets waarin integratieve vaardigheden met betrekking tot klinische redenering en indicatiestelling worden beoordeeld aan de hand van meerdere korte klinische casussen.
Blok 2:
- Praktijktoets 2 (10 EC) – Individuele toets waarin integratieve vaardigheden rondom indicatiestelling en interventie worden beoordeeld aan de hand van een uitgebreide klinische casus en bijbehorende what-if-scenario’s.
- Projecttoets (10 EC) – Toetsing van een groepsproduct op basis van het onderzoeksproject, met een gecombineerde individuele en groepsbeoordeling.
Literatuur
Er wordt in deze cursus onder andere gebruik gemaakt van de volgende wetenschappelijke literatuur:
- D’hondt, N.E., Pool, J. J., Kiers, H., Terwee, C.B., & Veeger, H.E.J. (2020). Validity of Clinical Measurement Instruments Assessing Scapular Function: Insufficient Evidence to Recommend Any Instrument for Assessing Scapular Posture, Movement, and Dysfunction—A Systematic Review. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 50(11), 632-641.
- Fisher, A. J., Medaglia, J. D., & Jeronimus, B. F. (2018). Lack of group-to-individual generalizability is a threat to human subjects research. Proceedings of the National Academy of Sciences, 115(27), E6106-E6115.
- Hagert, E. (2010). Proprioception of the wrist joint: a review of current concepts and possible implications on the rehabilitation of the wrist. Journal of Hand Therapy, 23(1), 2-17.
- Zwerus, E. L., Somford, M. P., Maissan, F., Heisen, J., Eygendaal, D., & Van Den Bekerom, M. P. (2018). Physical examination of the elbow, what is the evidence? A systematic literature review. British journal of sports medicine, 52(19), 1253-1260.
- Hacquebord S, van der Wees P, Veenstra J, Siebinga V, Krupat E, Kiers H, Hoogeboom TJ. How do physiotherapists include patients’ perspectives into their decision making – cross-sectional study using the Four Habit Coding Scheme. Patient Educ Couns. 2026 Jan 7;145:109478. doi: 10.1016/j.pec.2026.109478.
Rooster
De lesdagen zijn op dinsdag en donderdag. Tijdens deze minor vindt op vier of vijf dag(delen) een leeractiviteit plaats bij verschillende externe klinische partnerinstellingen. Deze momenten organiseer je zelf, in overleg met de betreffende partners, en kunnen afwijken van het standaardrooster.
De les- en toetsroosters worden, met uitzondering van de eerste onderwijsperiode van het studiejaar (start september), altijd vier weken voor de start van iedere onderwijsperiode op Mijn Rooster geplaatst. Het rooster voor de eerste onderwijsperiode van het studiejaar is drie weken voor de start vindbaar op de site. Op Mijn Rooster is altijd het meest actuele rooster zichtbaar.
Op de HU mag voltijdonderwijs geroosterd worden tussen 08.30 en 19.00 uur.
Extra kosten
Aan deze minor zijn geen extra kosten verbonden.
Reviews
‘’Als je het interessant vindt om je meer te verdiepen in de schouder, hand, pols en elleboog dan is deze minor zeker de moeite waard. De docenten zijn stuk voor stuk goed in wat ze doen en geven de lessen met veel enthousiasme en passie. Ik vond de minor wel redelijk pittig. Daarom is het belangrijk om alles goed te plannen en je planning ook na te komen. Tijdens de minor mag je onder andere een live schouderoperatie bijwonen en heb je de mogelijkheid om naar de snijzaal te gaan. Dit zijn onderdelen die de minor nog leuker en interessanter maakt.’’
Valesca, 22 jaar, Fysiotherapie, Hogeschool Utrecht
‘’Ik heb de minor als uitdagend en interessant ervaren. De minor is een verdieping op je kennis binnen de fysiotherapie en daarmee ook erg nuttig. Naar mijn idee heb ik nu een goede basis en meer kennis over de bovenste extremiteit. De minor gaat verdiepend in op de schouder, elleboog, pols en hand. Je houdt je bezig met de verschillende pathologieën en de onderzoek- en behandelmogelijkheden. De klassen en het docententeam zijn erg klein. Dit betekent dat je veel en intensief contact hebt met elkaar. Het is niet de makkelijkste minor, maar je kan het op een goede manier afronden door inzet te tonen en de lessen te volgen.’’
Menno, 23 jaar, Fysiotherapie, Hogeschool Utrecht